Hoofdstuk 14


Vers 1

Wie is Amrafel?

In het boek van de oprechten hoofdstuk 16:1 is het Nimrod. In die tijd boodschapte koning Kedor-Laomer van Elam aan alle naburige koningen, aan koning Nimrod van Sinear die toen in zijn macht was, en aan koning Tideal der Goyim en aan koning Arjoch van Eliasar, met wie hij een verbond sloot, zeggende: Kom naar mij toe en help mij om al de steden van Sodom en haar inwoners te slaan, want zij zijn in de afgelopen jaren tegen mij in opstand gekomen.


Anderen:

Amrafel = Hammoerabi.


Sinear.

2-stromenland.


Ellasar.

In Larsa stond een zonnetempel.


Elam.

Hooglanden in Iran.



Vers 2

Zijn dit de echte namen?

Bera = booswicht.

Birsa = goddeloze.

Sinab= vaderhater.

Semeber = verheven vlucht.



Vers 3

Siddimdal.

Siddim = Sodom = doordrenkt (van Jordaanwater).



Vers 4

Mozes had waarschijnlijk ook informatie op kleitabletten.



Vers 5

Refaïeten.

Reuzen.

Og, koning van Basan, was nog een afstammeling.


Ze hadden als godin Astarte met hoorns (=Asteroth-Karnaïm).


Sjave.

Een vlak dal.



Vers 7

Amelekieten?????

Ze vochten NIET tegen Amalekieten, die bestonden nog niet, want Amelek was een zoon van Ezau. Ze vochten met mensen die woonden in het gebied waar later Amelekieten woonden.


Hazezon-Thamar.

Zandvlakte met palmen.

2 Kronieken 20:2 noemt het Engedi, een oase aan de Dode Zee. Ook David vond daar later een schuilplaats.

De vijand was dus al dicht bij Sodom.



Vers 10

Asfaltputten.

Aardpek. Gevaarlijk, omdat men door de verharde bovenlaag kon zakken. Tegenwoordig zijn ze wegens gevaar afgezet.

Lijmputten (SV) of leemputten. Leem, aangevoerd door de Jordaan.


Koning van Sodom.

Het lijkt alsof die koning in Genesis 14:10 omgekomen is, maar waarschijnlijk is hij toch ontkomen in het gebergte.



Vers 12

Abrams broer.

Lots vader was Haran.



Vers 13

Eiken van Mamre.

Abraham woonde dus bij Hebron

Verbond van Abram.

Abram had een verbond met de Amorieten, 3 broers.

  1. Mamre.
  2. Aner.
  3. Eskol.

Zij gingen met Abram mee ten strijde tegen Kedor-Laomer.



Vers 14

Tot aan Dan.

Zo heette die plaats nog niet toen Mozes dit schreef.

???

De vijand was al ver naar het noorden.


260 km.

74 uur per kameel.

Ze deden er ongeveer 72 uur over.

Totale veldtocht; 10 dagen.



Vers 15

Volgens het recht van overwinning was nu de hele landstreek van Abram.



Vers 16

Abram laat alles achter om Lot te redden. Type van de goede Herder.



Vers 17

Sjave.

Dit is een vlak dal, een dal bij Jeruzalem.

Dal van de koning. Die koning is waarschijnlijk Melchizedek.

Absalom richtte daar later een gedenkteken op.



Vers 18

Melchizedek.

Vroeger, toen Jeruzalem nog niet onder heerschappij van Egypte stond was de titel Melchi-Zedek = koning van de gerechtigheid.

Later: Adoni-Zedek = heer van de gerechtigheid.

Koning van Salem.

Koning van de vrede.

Jeruzalem heet later Jebus en hoort dan volgens Jozua 18:28 bij het gebied van Benjamin.


Priester- koning. Psalm 110.

Melchizedek is priester en koning.

Dat kan in Psalm 110 niet voor David, maar wel voor Jezus gelden.


Brood en wijn.

Is Melchizedek hier ook type van Jezus? Jezus geeft ook brood en wijn in het avondmaal aan alle (geestelijke) kinderen van Abraham.


Is Melchizedek Sem?

Sem stierf ongeveer 2159 jaar na de schepping. Hij was nog tijdgenoot van Izak. Dus Sem kan wel Melchizedek geweest zijn, zoals de Joden zeggen. Dat staat ook in het boek des oprechten 16:11.


Ambtelijk had Melchizedek geen enkele priester in zijn voorgeslacht.

Hij was een eenling.

In de Amarnabrieven zegt koning Abdi-Heba van Jeruzalem dat hij niet door vader of moeder is aangesteld.




Vers 19

Gezegend of geloofd.

Melchizedek zegent Abram. Het grondwoord wordt in vers 20 vertaald door "geloofd".

God de Allerhoogste.

Melchizedek noemt God precies hetzelfde als Abram doet tegen de koning van Sodom.

Ze kennen dezelfde God.



Vers 20

Geloofd zij God.

God krijgt de eer voor de overwinning.


10% voor Melchizedek.



Vers 22

Ik zweer bij de HEERE.

Letterlijk:

Daarom steekt men bij afleggen van de bijbelse eed de hand omhoog.


HEERE.

Vgl: Exodus 6:2.

Aan Mozes maakt God zich bekend met de naam JHWH, HEERE.

Wist Abraham die naam ook?



Vers 24

Amorieten.

Het waren 3 broers, waarmee Abram een verbond had. Hij woonde ook bij hen, in Hebron.



<