Hoofdstuk 11


Vers 2

Sinear.

Land tussen Eufraat en Tigris.

Daar lag Babel.



Vers 3

Grote uitvinding.

Hier wordt een grote uitvinding beschreven.

Baksteen en verwarren.

In het Hebreeuws zijn deze 2 woorden omkeringen, zoals "leven" en "nevel".

De bouwers wilden de mensen concentreren, maar het gevolg van de bouw was verstrooiing.


De belangrijkste scheppende kracht.

Dat is de taal: God sprak en alles was er.

In Babel vertrouwde men op hun uitvinding van stenen bakken, maar de torenbouw mislukte door gebrek aan communicatie.


Leem.

Het asfalt werd gebruikt als cement.



Vers 4

Toren van Babel, een ziggurat.

Op de top van de toren stond een afgodstempel. Het was een gebouwde "heilige berg". Die was voor de maangod Sin/nanna. Afgebeeld als maansikkel of als stier met de maansikkel als hoorns. Deze afgoderij van Babel blijft tot de eindtijd.

Nimrod wilde de vloek van oom Kanaän omzetten. Niet knecht, maar heerser.


Volgens de Talmoed is de toren blijven staan en terug te vinden in Borsippa, te weten de ziggurat Birs Nimrud,


Over de hele wereld staan ziggurats.


Tot in de hemel.

Er is maar één verbinding tussen God en de mens. Die verbinding is Jezus.

Niemand komt tot God de Vader dan alleen via Jezus.

Jezus vergelijkt zich ook met de ladder waarvan Jakob in Bethel droomde.



Vers 5

God daalde neer.

Ironisch.

Wat was dat mensenwerk nietig!

God moest a.h.w. dichterbij komen om het te zien.



Vers 6

Niets onmogelijk.

Als de mensheid eensgezind is, ligt alles binnen hun bereik.

Wij leven nu in een tijd waarin we via kunstmatige intelligentie weer één taal kunnen begrijpen.

Zo valt de taalbarrière weg.



Vers 9

Babel.

Op de klank af hoorden de Joden het woord "verwarring ".


Tijd tussen torenbouw en Abraham.

Abraham vertrok uit Haran hoogstens 325 jaar na de torenbouw.

In Abrahams tijd zijn er al veel beschavingen:

Hoe kan dit allemaal in zo " korte" tijd ontstaan zijn?



Vers 10

Tijd van zondvloed tot Abram.

Terah stierf op de leeftijd van 205 jaren. Abraham was toen 75. Dus Terah verwekte Abraham toen hij 130 jaar was.


Wanneer was de zondvloed?

Abram werd geboren ongeveer 1951 vóór Christus.

Zie aantekeningen bij 1 Koningen 6:1.

De zondvloed eindigde in het jaar 1657 na de schepping.

De tijd tussen het eind vd zondvloed en de geboorte van Abram is 2050 - 1657 = 393 jaren.

Dan eindigde de zondvloed 393 jaren voor de geboorte van Abram, dus 1951 + 393 = 2344 vóór Christus.

Probleem.

In het geslachtsregister in Mattheus 1 betekent "A verwekte B" de ene keer letterlijk B en de andere keer een voorvader van B.

Zou dat hier in Genesis 11 ook kunnen gelden?



Vers 11

Sem.

Sem stierf dan ongeveer 2159 jaar na de schepping. Hij was nog tijdgenoot van Izak. Dus Sem kan wel Melchizedek geweest zijn, zoals de Joden zeggen. Dat staat ook in het boek des oprechten.



Vers 12

Kenan, vader van Selah.

Lukas noemt tussen Arfachsad en Selah ene Kenan / Kaïnan.



Vers 13

Weggelaten generatie.

Lukas 3:36 zet Kaïnan als vader van Selah. Dat staat in de Septuaginta ook in

  1. Of: De 70 vertalers (Septuaginta) hebben Kaïnan ertussen gezet.
  2. Of: Kaïnan is uit onze Hebreeuwse grondtekst verdwenen.

Lukas 3 gaat uit van de Septuaginta.

De Septuaginta heeft als verwekkingsleeftijd niet 35 jaar, maar 135 jaar. Kaïnan zou 130 jaar zijn geweest toen hij Selah verwekte.

Maar... bijna alle getallen van de verwekkingsleeftijden zijn in de Septuaginta 100 jaar hoger dan in onze tekst.


Anders lezen.

In de Hebreeuwse gedachtenwereld kan " A verwekte B" letterlijk B betekenen, maar ook "voorvader van B".

In Mattheus 1 komt dat ook voor.



Vers 15

430 jaren.

Als deze chronologie klopt, dan heeft Heber Abraham nog overleefd.

Misschien zijn er meer personen weggelaten behalve Kaïnan, de vader van Selah.



Vers 27

Vrouw van Terah.

Abrams moeder was Amthelo, dochter van Cornebo.


Noach en Abram.

Noach leefde nog wel 60 jaren ná de geboorte van Abram.

Abram kan via Noach nog kennis van God hebben doorgekregen.



Vers 28

Ur der Chaldeeën.

In de Bijbel staat niet of de Chaldeeën al in Ur woonden ten tijde van Abraham en ook niet of Abraham zelf een Chaldeeër was.

Abraham kwam van over de rivier. Dat klopt niet met Ur in Mesopothamië.

Dat Ur lag ten westen van de Eufraat, dus niet over de rivier.


Vaderland.

Abraham stuurt zijn dienaar naar "zijn vaderland" om een vrouw voor Izak te zoeken.

De dienaar trok naar Syrië, naar Bethuël de Syriër en naar Laban de Syriër.

Daar was dus het vaderland van Abraham.

Abraham noemt dit zijn geboorteland.

Is Ur mogelijk Urfa?

Dat Urfa de stad is die in de Bijbel 'Ur' genoemd wordt, is niet zo vreemd: de Bijbel vermeldt ook de stad Haran, die daar niet ver vandaan ligt en waar Abraham ook verbleef. Urfa ligt wél over de rivier. In Urfa zelf twijfelen de mensen niet aan hun relatie met Abraham. Vol fierheid tonen ze er de grot waar hij geboren zou zijn (Hazreit Ibrahim'in Dogum). Dit is een kennis, die gebaseerd is op een lange mondelinge traditie.

Ur-Casidim = Ur der Chaldeeën.



Vers 29

Saraï.

=mijn vorstin.


Nahor.

Had 12 zonen, 8 bij Milka.

Milka trouwde met oom Nahor. Milka is een dochter van de overleden broer Haran. Milka was een zus van Lot.


Familie trouwt met familie.



Vers 31

Waar woonde Abraham?

Jozua 24:2 zegt: "aan de overkant van de Eufraat".

Daar liggen:

Ur in Sinear ligt aan deze kant, de westkant van de Eufraat. Dat kan dus NIET het Ur van Abraham zijn.


Over Abraham.



Vers 32

Terah diende afgoden.

Terah stierf in Haran.

Hij mocht niet mee met Abraham. Terah was afgodendienaar volgens



<