Oliekruik.
Een kruik is breekbaar.
Dat wijst al op een niet erfelijk koningschap.
Extra bewijzen.
Samuël geeft extra bewijzen dat het koningschap echt waar zal worden voor Saul.
Naar Bethel.
In Bethel stond ook een altaar. Drie mannen gaan daar een dank-en spijsoffer brengen.
Heuvel van God.
Gibea Ĕlôhîym.
Gibea = heuvel.
Als dit Gibea is, dan is Saul weer in zijn woonplaats.
De Geest van de HEERE.
Hier komt de Geest op Saul. Saul wordt bekwaam gemaakt om koning te zijn.
In 1 Samuel 16:14 neemt God Zijn Geest weer terug.
Ga naar Gilgal.
Hier spreekt Samuël al over de strijd tegen de Filistijnen waarover we lezen in 1 Samuel 13.
Saul moet nog officieel tot koning gekozen worden. En nadat hij koning werd, was zijn eerste militaire actie de verlossing van Jabes. Hij versloeg Nahas.
Vader.
Dat is ook een woord voor iemand die leiding geeft.
Nam Saul daar al de leiding bij de profeten?
De oom.
Dat is waarschijnlijk Ner, de vader van Abner, de generaal van Saul.
1 Samuel 14:50-51.
Het volk.
De volksvertegenwoordigers.
Saul.
Sauls zoon Jonathan treedt al spoedig op als legeraanvoerder. Saul was dan wel 40 +.
Kan hij dan nog wel 40 jaren geregeerd hebben? En dan met 80+ omkomen in de strijd?
20 jaren.
In 1 Samuel 8:2 lezen we dat de ark 20 jaren in het huis van Abinadab heeft gestaan.
David bracht na 20 jaar de ark naar Jeruzalem.
Dus Saul kan niet langer dan 20 jaar geregeerd hebben.
Bepalingen over het koningschap.
Het gaat NIET over de rechten vd koning, maar over de verhouding van de koning tot God.
Het was een soort grondwet.
Voor het aangezicht van God.
Samuël schreef de wetten vh koningschap. De boekrol legde hij in de tabernakel bij het wetboek van Mozes. Later vond men het wetboek van Mozes terug in de tempel.
Huis in Gibea.
Archeologen groeven in Gibea een koningsburcht op, zeer klein, met 2m dikke muren.