Hoofdstuk 7


Vers 1

4 natuurengelen.

Hier ontmoeten we "natuurengelen". Ze hebben macht over natuurkrachten.

Wind.

Vuur.

Water.

Water.

Goede of slechte engelen?

In Openbaring 9:14 worden ze losgelaten. Het resultaat daarvan is dat ⅓ van de mensheid sterft.

Goede engelen kunnen ook veel slachtoffers maken:

4 winden.

Verwoestende winden.

Even windstil.

Na het 6e zegel, na de zesde bazuin en na de zesde schaal is er steeds even een tussenstuk.



Vers 2

Andere engel.

Allos aggelos.

Allos=andere, maar bedoelt een andere van dezelfde soort. Hier is het dus een onderscheiden engel, waarschijnlijk een aartsengel. Die is hoger in rang.


Het zegel.

Iets om een "afdruk" te maken, vgl. zegelring.

Het teken dat op de voorhoofden gezet wordt, is: de Naam van de Vader, JHWH.

Dat lees je :

Christus is ook verzegeld.

Gelovige is ook verzegeld.

144.000.

Zij ontvangen een bijzondere verzegeling. Zij worden dienaren van God. Ze krijgen het zegel van de levende God. Zijn Naam komt op hun voorhoofd.

De goddelozen moeten erkennen dat God er is en dat Hij deze Joden bijzonder beschermt.

Goddelozen hebben een ander teken, het teken van het beest, de antichrist.



Vers 3

144.000 Joden.

Hier wordt de aanwezigheid van Joden in Israël verondersteld. Een herstelde natie. Wij hebben dat al zien gebeuren sinds 1948.


Eerst verzegelen.

Eerst Gods beschermend teken, daarna de oordelen.

Mensen met het teken ondervinden geen schade.

Ezechiel 9:4.

Daar werd ook een teken gegeven. Oorzaak: de afgoderij, zelfs tot in de tempel.

Die afgoderij is er in de eindtijd ook. Ieder moet het beeld van de antichrist gaan aanbidden. Dat moment is hier al dichtbij. Ook in de tempel van God plaatst de antichrist zijn afgod, de gruwel.

Onze verzegeling.

Gelovigen zijn verzegeld met de Heilige Geest van de belofte.

Die Geest is tegelijk het onderpand van onze erfenis.



Vers 4

Hun taak?

Het zijn predikers nadat de gemeente is opgenomen.

Wat is het zegel?

Er zijn dus nog meer mensen met een teken.



Vers 5

Dan en Efraïm ontbreken.

De stammen Dan en Efraïm ontbreken in de opsomming.

Micha uit de stam van Efraïm had een familietempel met een afgodsbeeld.

De stam van Dan steelt dat beeld en neemt het mee naar de plaats Dan.

Efraïm en Dan zijn de stammen die als eerste de afgoderij invoerden.

In Jakobs zegen is Dan een adder.

Onder koning Jerobeam I (uit Efraïm) werd de dienst van de gouden kalveren ingevoerd.

Hij stelde priesters aan die niet uit de stam van Levi waren.

In het vrederijk zijn Dan en Efraïm er wel.

Misschien hebben de stam van Dan en Efraïm geen bescherming in de grote verdrukking.



Vers 8

Behouden Joden.

Deze 144.000 zijn niet de enige Joden die behouden worden in de grote verdrukking.

Minstens ⅓ van het volk zal overblijven in de grote verdrukking en zij zullen de komst van de Messias meemaken.

Ook lezen we van de vrouw Israël die in de woestijn vlucht en gered wordt.

Edom, Moab en Ammon zijn gebieden waar de antichrist geen macht heeft. Daarheen kunnen gelovige Joden vluchten.

Jezus zelf zegt dat Israël moet vluchten naar de bergen. Zal de vlucht naar Petra zijn?



Vers 9

Hierna zag ik..

Dit is een nieuw visioen.


Grote schare.

Het gaat over gelovigen uit alle volken. Ze zijn in de grote verdrukking tot geloof gekomen, maar door Antichrist omgebracht.

Vóór de troon.

Letterlijk: voor dé troon.

Dus voor Gods troon, onderscheiden van die 24 tronen van de ouderlingen.

Ontelbaar. Het is verborgen.

In hun hand.

Zijn deze gelovigen ook al opgestaan? (fase van 1e opstanding)

Het 5e en 6e zegel vergeleken.

Het 5e zegel:

Na het 6e zegel.



Vers 10

Danklied.

Ze danken Vader en Zoon.


Onze God.

Er staat een Grieks woord dat extra accent geeft.

Dus: onze hoge God.



Vers 11

Wie zijn "zij"?

Waarschijnlijk de grote menigte gelovigen. Ze zijn ná de opname van de gemeente, tot geloof gekomen tijdens de grote verdrukking.

Zij staan nu vóór de troon.

4 dieren.

4 wezens.

Rondom de troon.

De engelen staan verder weg dan deze gelovigen.

Letterlijk: rondom dé troon. Het gaat dus om Gods troon.



Vers 12

Kracht.

Dynamis. Dynamiet. Grote kracht.


Sterkte.

Macht.


Lied.

Tot in alle eeuwigheid

VdW:

Dit ziet op het vrederijk.


Aanbidding.

We komen aanbidding tegen in:



Vers 13

Witte gewaden.

Over het algemeen droeg men in de bijbelse tijden lange gewaden.

Zelfs in de hemel is dat nog zo.

Kleding moet bedekkend zijn.

Verder ook ingetogen en onderscheidend.


”Dress less to impress”, kleed je schaarser om indruk te maken, klinkt het tegenwoordig onbeschaamd in de mode- en reclamewereld.



Vers 14

Uit de grote verdrukking.

Dus deze menigte is NIET de groep van alle gelovigen uit OT en NT.

WO II is een voorspel van de slachting in de grote verdrukking.

Deze mensen zijn ook de "martelaren onder het altaar" uit

Uit Mattheus 24:15 kunnen we opmaken, dat de echte verdrukking begint na de eerste 3½ jaar. Dat betekent dat Openbaring 7 al ver in de laatste 3½ jaar plaatsvindt.


Waarde van Jezus' bloed.

Beter: dóór het bloed gewassen.

Daardoor zijn ze rein en kunnen ze vóór de troon van God staan. Ze zijn rein gebleven door dagelijkse reiniging.

Wit gemaakt in het bloed.

Zonden zijn rood als scharlaken.

Het rode bloed maakt rode zonden wit.

Kijk maar door een rood papiertje van een kersenbonbon naar een rode streep. Dan is de streep wit geworden.



Vers 15

Daarom.

De reden staat in

Waar staan ze?

Ze zijn op een ereplaats, vóór de troon van de Vader. In die troon zit ook het Lam.

Ze zijn in de hemelse tempel.

Letterlijk:

Priesters.

Ze dienen in Gods hemelse tempel. Ze zijn dus actief bezig.

Straks mogen ze ook met Christus regeren.

Dus: koninklijk priesterschap.

Ze maken de bruiloft van het Lam helaas niet mee, want die was tijdens de grote verdrukking. Ze horen dus niet bij de gemeente, de bruid. Ze zijn, zonder lichaam, wel in de hemel. Of hebben ze toch een lichaam?

Ze hebben handen.

geen honger of dorst meer.


Tent uitspreiden.

God geeft bescherming. God geeft hen woonruimte bij Hem. SV heeft "overschaduwen". Dan zijn ze dus dichtbij God.


Tempel.

Het Grieks wijst alle 16x meer naar het Heilige der Heiligen, dan naar de hele tempel.

In het Heilige der Heiligen staat de ark. Dat is Gods troon.


Tijdstip?

In Jesaja 40:11 gaat het over het vrederijk. Is het hier ook al ná de grote verdrukking?



Vers 16

Citaat.

Honger en tranen.

Die honger hadden ze in de grote verdrukking meegemaakt. (Het zwarte paard) Ook veel tranen waren geschreid. (ziekte en dood van vale paard)

In de hemel, waar ze nu zijn, is al dat leed niet meer.



Vers 17

Troon.

Het Lam zit in de troon van ZIJN Vader.

Naar levende waterbronnen.

Het Lam brengt hen niet alleen naar levend=stromend water, maar ook naar de bronnen daarvan.


Tranen afwissen.



<