Hoofdstuk 1


Vers 1

Over deze brief.

In deze brief ontbreekt de naam van Jezus Christus.

Alle nadruk valt op het verlenen van gastvrijheid zoals Gajus doet.


De ouderling.

De geadresseerde wist wie "de ouderling" was.

De afzender is niet een oudste van een gemeente, want er waren steeds meerdere oudsten.

De overlevering zegt dat Johannes de schrijver is.

Irenaeus (178 bisschop van Lyon) citeert 2 Johannes 1:11.

Waarom noemt de schrijver zich "oudste?"

De gelovigen duiden zo de oudste generatie, de apostelen, aan.

Petrus noemt zich ook: mede-ouderling.

Ook wil Johannes pastoraal schrijven en niet zijn apostolisch gezag in de schaal leggen.

Gajus.

Gajus = man van het land.

Veel slaven heetten zo.

We weten eigenlijk niet wie déze Gajus was.

Er worden wel mooie dingen over deze Gajus gezegd. Hij is een voorbeeld voor ons.

Er zijn meer personen die Gajus heten.

Waarheid en liefde.

Beide begrippen komen steeds terug in deze brief.



Vers 2

Geliefde.

Gelovigen vormen één gezin. We noemen elkaar geliefde broeders en geliefde zusters.


Ik wens...

Het Griekse woord dat met "wens" vertaald is, komt nergens anders bij Johannes voor.

De gevoelswaarde ligt dicht bij " bidden".


Zoals het uw ziel...

Johannes bedoelt hier dat het geestelijk goed gaat met Gajus.



Vers 3

Want..

Op grond van mededelingen van andere broeders of zusters weet Johannes hoe het met Gajus gaat.

Zijn hele levenswandel getuigt van zijn trouw volgen van Jezus.


Zeer verblijd.

Het laat een intens meeleven zien.



Vers 4

Geen grotere blijdschap.

Johannes is erg blij, omdat zo'n levenswandel

Mijn kinderen.

Het gaat over geestelijke kinderen.

Ook Paulus spreekt zo.



Vers 5

U handelt trouw.

Johannes geeft nu een voorbeeld van de goede levenswandel van Gajus. Het gaat zelfs over broeders die Gajus niet kende en dat vraagt zeker een groter offer.



Vers 6

Uw liefde.

Liefde is de drijfveer voor Gajus.

De rondtrekkende predikers hebben er van gesproken in de gemeente waar Johannes verbleef.


Verder op weg helpen.

  1. Gajus geeft ze een rustplaats.
  2. Gajus geeft eten en drinken.
  3. Zorgen voor vervoer?

Het is vast niet karig geweest, maar Gode waardig.

Gajus wordt aangespoord om dit vol te houden.



Vers 7

Zijn Naam.

Dat is zijn persoon.

Ze predikten Jezus.


Zonder iets aan te nemen van heidenen.

Ze vertrouwden op Jezus' woord.



Vers 8

Wij moeten ze ontvangen.

De nadruk ligt op "wij". De rondreizende predikers moeten niet afhankelijk zijn van de heidenen. Wij moeten ze steunen.



Vers 9

Aan de gemeente geschreven.

Het is niet zeker of dit ook de gemeente van Gajus is.

Gajus hoort nu pas over dit schrijven. Of... heeft Diotrefes de brief achtergehouden?


Diotrefes.

=door Zeus (op)gevoed.


De eerste willen zijn.

Jezus keurt dat sterk af.

Neemt ons niet aan.

Diotrefes trekt zich van wat Johannes zegt niets aan.



Vers 10

Hij belastert Johannes.

Diotrefes spreekt in de gemeente op een verkeerde manier over Johannes. Hij brengt hem in diskrediet.


Hij erkent de broeders niet.

Misschien zond Johannes wel broeders naar Diotrefes om hem te vermanen, maar Diotrefes ontvangt hen niet.


Stoot hen uit de gemeente.

Diotrefes moet medestanders, ja-knikkers gehad hebben. Hij wil geen inmenging van buitenaf in de gemeente, ook niet van Johannes.



Vers 11

Volg niet het kwade.

Gajus wordt gewaarschuwd voor het kwaad dat Diotrefes aanricht. Hij moet daar duidelijk afstand van nemen.


Volg het goede.

Volg Jezus. Wie in Hem is, zondigt niet.

Gajus is de geadresseerde. Hij laat het goede zien. Hij wandelt in de waarheid. Hij ontvangt dienaren van God.



Vers 12

Demetrius.

= toebehorend aan Demeter, de godin van de oogst. De Romeinen noemden haar Ceres.


Wie is Demetrius?

Dat is onbekend, maar hij zou de overbrenger van deze brief kunnen zijn. Deze tekst is dan een aanbeveling van Demetrius bij Gajus en de gemeente.

Demetrius gaf ook extra onderwijs. Daar had Diotrefes moeite mee. Hij wilde de eerste zijn en blijven.

Wie de eerste wil zijn in de gemeente, moet dienen.



Vers 13

Inkt.

Het werd bereid uit: roet, gom en azijn.

Pen.

Er wordt een riet bedoeld. Men schreef ermee op papyrus.

Hetzelfde Griekse woord staat in



Vers 14

Mond tot mond.

Dat veronderstelt een conversatie, gesprek van twee kanten.



Vers 15

Vrede zij u.

Een vredegroet gebruikte men ook in oude tijden.

Jezus geeft zelfs een opdracht voor het gebruik.

De apostelen legden met hun vredewens de vrede van God op de persoon of op de woning.

De bedoeling is dat de vrede van God een belangrijk levenskenmerk van Gajus zal zijn.



<