Hoofdstuk 5


Vers 1

3 groepen.

3 Groepen, maar het is één kudde.

Petrus spoort aan tot nederigheid.

Jezus zelf wil het ons leren.

Oproepen.

Petrus wil adviezen geven voor tijden van lijden.

In tijden van lijden moet de gemeente hecht verbonden zijn.

1 Potlood kun je breken, maar een bosje van 10 potloden breek je niet meer. Zo moeten de gemeenteleden verbonden zijn.

Verdeeldheid is heel slecht.


Medeouderling.

Petrus staat niet bóven hen.

Petrus waarschuwt voor satan. Hij was ervaringsdeskundige. Petrus verloochende Jezus. Satan zifte hem .


De heerlijkheid die geopenbaard wordt.

Die heerlijkheid wordt geopenbaard als Jezus wederkomt. Die heerlijkheid is het vrederijk en de eeuwigheid die daarop volgt. Wij delen in de heerlijkheid van Jezus.

Petrus wordt deelgenoot.

Hij zal met Christus op een troon zitten en de 12 geslachten van Israël oordelen.

Wij worden deelgenoot.

We worden, volgens Petrus, door God geroepen tot eeuwige heerlijkheid.



Vers 2

Hoed de kudde.

In Johannes 21:15-17 zet Jezus Petrus als herder over de kudde.

Nu geeft Petrus die opdracht door aan de oudsten.

Met de juiste gezindheid.



Vers 4

Opperherder.

Dit is Jezus, dé David.

Beloning.

Leiding geven aan mensen valt vaak tegen. Vaak gebrek aan waardering.

God zal toch belonen met de krans van de heerlijkheid. Dat gebeurt ná de wederkomst.


Andere kronen:

  1. 1 Corinthiërs 9:25. Een onvergankelijke kroon.
  2. 1 Thessalonicenzen 2:19-20. De gemeente is de kroon van Paulus.
  3. 2 Timotheus 4:8. Kroon van de rechtvaardigheid die ieder krijgt, die Zijn verschijning heeft liefgehad.
  4. Openbaring 2:10. Kroon van het leven.
  5. 1 Petrus 5:4. Kroon van de heerlijkheid.



Vers 5

Wees elkaar onderdanig.

Nederig.

We moeten altijd een houding hebben : "HEERE, ik heb U hard nodig".

God biedt nooit aan om ons nederig te máken. Nederig zijn is onze eigen verantwoordelijkheid.

Wie zo gewillig is, zal Gods genade ontvangen.

Nederigheid kun je leren.

Hoogmoed.

Als je denkt dat je God niet nodig hebt, ben je hoogmoedig.

Als een gelovige hoogmoedig is, dan belemmert hem dat in de relatie met God. God wil dat je ootmoedig bent.

Als een gemeentelid hoogmoedig is, dan heeft die ook moeite om zich te onderwerpen aan de oudsten.

Jezus bekleedt zich met nederigheid.



Vers 6

Krachtige hand.

Onder toelating van God kun je te maken krijgen met moeilijke omstandigheden.

Tegelijk zal Gods krachtige hand ons vasthouden.

Er komt een moment van verhoging.



Vers 7

Zorgen of bezorgd.

Zorgen is je plicht.

Bezorgd zijn is "heidens". Die heiden heeft geen Vader in de hemel. God weet alles.

Hoe méér we zien op het vaderhart van God, hoe minder bezorgd we zijn.



Vers 8

3 gevaren.

Petrus noemt 3 gevaren.

  1. Werelds leiderschap.
  2. Hoogmoed.
  3. Satan.

Satan gaat rond.

Satan is nú nog steeds vrij.

We moeten staan in de wapenrusting van God om satan te weerstaan.

We lezen pas over de opsluiting van satan in

Als dat een feit is, breekt het Messiaanse rijk aan.

Aan het eind van het vrederijk gaat satan in de hel.



Vers 9

Adviezen.

  1. Bied weerstand aan satan.
  2. Heb kennis van de bijbel.
  3. Sta vast in het geloof. Het gaat hier niet over vasten, maar over vast stáán.

Hoe moeten we weerstand bieden aan satan?

Allen komen we met lijden in aanraking.

Dat lijden kan ons worden aangedaan door vreemden, maar ook door de overheid. Jezus had veel te lijden van de godsdienstige mensen.



Vers 10

Alle genade.

In Christus.

Niemand komt tot de Vader dan door Jezus.

Wie dus bij het huisgezin van God wil behoren, moet horen bij de bruid van Christus.

Zo krijgen we deel aan de erfenis van God.

Korte tijd van lijden.

Lijden hoort bij het christen-zijn.

Lijden en verdrukking hebben wel een beloning.



Vers 12

Silvanus.

Dat is Silas, ook medewerker van Paulus.



Vers 13

Markus, mijn zoon.

  1. Mogelijk was het de biologische zoon van Petrus.
  2. Mogelijk was het Johannes Markus, neef van Barnabas, die met Paulus en Barnabas op zendingsreis ging. Handelingen 12:25.
  3. Waarschijnlijk schreef de ene of de andere Markus, uit de mond van Petrus, het evangelie van Markus op. Petrus wilde dat de gemeente, na zijn dood, kennis zou hebben van het leven van Jezus.



Vers 14

Met een kus.

In Christus zijn.

Dit is nodig voor elke gelovige en dan ook elke dag. Wie in Hem is, zondigt niet.

Gelovigen hebben Christus aangedaan.



<