Hoofdstuk 24


Vers 1

Het verbond vernieuwd.

Het verbond wordt vernieuwd op dezelfde plaats waar God in Genesis 12 een verbond sloot met Abram. Bij de eik van More, bij Sichem. Daar beloofde God het land.

Nú is het land in bezit van Israël.



Vers 2

Andere goden gediend.

De midrasj is de rabbijnse interpretatie van de Thora.

In de midrasj staat dat Abram als kind de afgoden van vader Terah kapot sloeg. Terah vraagt wie dat deed. Abram zegt: Het grootste beeld pakte een stok en sloeg de andere beelden kapot.

Beelden kunnen zoiets niet, zegt Terah.

"Laat uw oren horen, wat uw mond zegt", zegt Abram.



Vers 8

Amorieten.

Dat waren de onderdanen van Sihon en Og.



Vers 10

God verloste Israël van Bileam.

In Jozua 24:10 staat dat God Israël verloste van een kwaadwillende Bileam.

Hieruit blijkt wel, dat satanische banvloeken, waarin satan te hulp geroepen wordt, wel degelijk invloed kunnen hebben.



Vers 12

Horzels.

=hoornaars

De hoornaar was het embleem van farao Toetmoses III en zijn opvolgers.

Dan kan het ook zijn dat Egyptenaren volken verdreven. Archeologisch onderzoek bevestigt dit.

Deuteronomium 7:20.


In Exodus 23:28 was het al beloofd.

Deze insecten maakten het leven van de volken ondraaglijk.



Vers 14

Doe de goden weg.

Nog altijd waren er afgoden onder Israël.



Vers 19

Niet kunnen dienen.

God dienen kan alleen als men zich bekeert, van harte!



Vers 23

Vreemde goden.

  1. Vreemde goden van de Kanaänieten.
  2. Hadden ze zelf nog afgoden?



Vers 29

110 jaren.

Dat was dan ongeveer 20 jaar na de intocht.


In 2006 is in Ariël in Samaria het graf van Jozua opengesteld.


Dienaar van...

Meestal heet Jozua" dienaar van Mozes", maar hier " dienaar van de HEERE ".



Vers 30

Thimnath-Serah.

In Richteren 2:9 staat Thimnath-Heres .

Waarschijnlijk door wisseling van letters.

s-r-h of h-r-s.


In 2006 is in Ariël in Samaria het graf van Jozua opengesteld.



Vers 31



Vers 32

Handelingen 7:16.

Genesis 50:25-26.



Vers 33

Dit staat ook in het boek van de oprechte H 90:50.



<