Hoofdstuk 19


Vers 1

Gebied van Simeon.

In Jakobs zegen wordt gezegd dat Simeon geen aaneengesloten gebied krijgt.

18 steden in Juda.

Simeon gaat later helemaal in Juda op.

In Jozua 15 staan Simeons steden genoemd bij Juda's gebied.

Ze erkennen later ook koning Asa als vorst.



Vers 6

13?

Er worden 14 steden genoemd.

In sommige vertalingen bv. NBV21, laten Seba weg, omdat men het identiek vindt met Beër-Seba.

Als Seba wel een afzonderlijk plaatsje was, dan lag het waarschijnlijk in de buurt van Beër-Seba.



Vers 8

Baälath.

Dat is de vrouwelijke Baäl.


Beër.

= van de bronnen.



Vers 34


Juda over de Jordaan.

Waarschijnlijk is dit Havoth-Jaïr in het Over-Jordaanse.

In Numeri 32:41 lezen we daarover.

Jaïr was de onechte zoon van Perez, de zoon van Juda.

1 Kronieken 2:21.

De (groot)moeder van Jaïr was een dochter van Machir uit Manasse.

Volgens 1 Koningen 4:13 was Havoth-Jaïr ttv Salomo nog een aparte bestuurseenheid.

In Jozua 19:34 heet het: Juda aan de Jordaan in het oosten.



Vers 38

Beth-Anath.

Beth = huis.

Anath = oorlogsgodin vd Hethieten.

Richteren 3:31, Samgar, zoo van Anath.


Beth-Semes.

=huis vd zon.


19?

Er worden 16 steden genoemd.


Kanaänieten niet verdreven.

Volgens Richteren 1:33 werden de Kanaänieten niet verdreven.



Vers 47

Strijd tegen Lesem.

Deze strijd staat uitgebreid beschreven in Richteren 18.

Dit is ook een bewijs dat Jozua niet de schrijver is van dit bijbelboek.



Vers 50

Thimnath-Serah.

Deze stad lag in het erfdeel van Efraïm. Dat was de stam waarbij ook Jozua hoorde.

Jozua en Kaleb kregen elk een apart erfdeel.



<