Hoofdstuk 1


Vers 1

Filemon.

Doel van de brief.

De brief heeft een praktisch doel. Filemon is een gelovige man uit Kolosse en Onesimus is zijn ongelovige slaaf die weggevlucht is.

Paulus heeft Onesimus ontmoet en de slaaf is gelovig geworden.

De slaaf moet terug naar Filemon. Paulus geeft deze brief mee als voorspraak voor Onesimus.


Deze brief geeft aan hoe een gelovige zijn geloof in het dagelijks leven invulling moet geven.



Vers 2

Appia.

Dit is waarschijnlijk de vrouw van Filemon.


Archippus.

Men denkt dat dit de zoon van Filemon is.

Hij is medewerker in de gemeente van Kolosse.

In Kolossenzen 4:17 moet hij aangespoord worden. Misschien heeft hij de moed wat laten zakken.


Huisgemeenten.

Eén of meerdere huisgemeenten vormt/vormen de plaatselijke gemeente.

In Jeruzalem waren duizenden gelovigen. Er waren veel huisgemeenten, maar er was maar 1 gemeente van Jeruzalem.



Vers 3

Genade zij u...

Dit gedeelte wordt vaak geciteerd als groet, na het votum.

Het wordt vaak aangevuld met: "in de gemeenschap van de Heilige Geest".

Maar... de Geest woont in ons, dus daar krijgen we géén groet van.



Vers 5

Liefde voor alle heiligen.

Paulus noemt dit, want straks introduceert hij Onesimus ook als één van de heiligen.

Liefde voor Jezus gaat samen met liefde voor de naaste.

Filemon.

Hij doet zijn naam eer aan.



Vers 8

Opstelling van Paulus.

Hij stelt zich niet op als apostel die met gezag kan spreken. Hij wil met Filemon van hart tot hart spreken.



Vers 9

Gevangene.

Paulus zat gevangen in Rome.

Hij leed om Christus wil.

Paulus had álles over voor zijn geloof.

Hij hoopt dat dit ook zo bij Filemon zal zijn.


Volgens vers 23 is Epafras medegevangen.

Epafras was ook uit Kolosse, de stad van Filemon.



Vers 10

Onesimus.

Maar volgens vers 11 was hij een nietsnut.


Paulus en Filemon kennen Onesimus, maar ze kennen hem verschillend.



Vers 13

Plaatsvervanger.

Paulus ziet Onesimus als een plaatsvervanger van Filemon. Paulus is zo gelukkig met deze jongen.



Vers 14

Weldaad.

Paulus vraagt nederig om een vrijwillige weldaad t.o.v. Onesimus die straf verdiende.


Bescherming van de slaaf.

Volgens Deuteronomium 23:15-16 verdient een weggelopen slaaf bescherming.

Paulus had Onesimus, de weggelopen slaaf van Filemon, bij zich kunnen houden. Hij wil echter Filemon een vrijwillige keus laten doen.



Vers 15

Gescheiden.

De scheiding was voor een tijd, de vereniging is voor eeuwig.



Vers 16

In het vlees.

In het dagelijks leven zal Onesimus slaaf zijn, maar nu een gelovige slaaf, een broeder in Christus.



Vers 17

Paulus, een medegelovige.

Als Filemon Paulus als medegelovige ziet, dan moet hij de geestelijke zoon van Paulus ook als medegelovige zien.



Vers 18

Borg.

Paulus stelt zich borg voor Onesimus.

Díe heeft Filemon schade berokkend. Paulus wil dat vergoeden.

Hier zie je de gezindheid van Christus terug. Ook Hij is Borg voor zondaren.



Vers 19

Filemon is ook aan Paulus iets schuldig.

Door Paulus kwam Filemon tot geloof.

Nu is Onesimus zijn broeder in Christus, maar deze broeders hebben dezelfde geestelijke vader, Paulus.



Vers 21

Meer doen...

Paulus rekent op een goede afloop.

Misschien ontvangt Onesimus wel de vrijheid.



Vers 22

Vrijlating.

Paulus rekent op vrijlating.

Dan wil hij naar Kolosse komen en Filemon bezoeken.



Vers 23

Epafras.

Hij was voorganger in Kolosse.

Kolossenzen 1:7.



Vers 24

Markus.

Hij heet ook wel Johannes Markus.

Aristarchus.

Demas.



<