Hoofdstuk 1


Vers 1

Silvanus.

=Silas.

Hij kwam uit Jeruzalem.

Samen met Timotheüs was hij met Paulus in Thessalonika op zendingsreis volgens

Daar ontstaat vervolging. Paulus gaat naar Berea en daarna naar Athene.

Als Timotheüs Thessalonika opnieuw bezocht heeft en in Athene is teruggekeerd, dan schrijven ze de eerste brief.

Timotheüs.

Hij kwam uit Lystre.

Hij had een Joodse moeder en een Griekse vader.

In God onze Vader.

Dit geeft de bijzondere relatie aan. Sinds we geloven en wedergeboren zijn, zijn we kinderen van God. We mogen Hem, net als Jezus, Vader noemen.

In de Heere Jezus Christus.

Ook dit wijst op een innige relatie. Hij is onze Heer.

Hij is onze Bruidegom. Hij heeft ons innig lief. Wij hebben Hem lief en willen Hem dienen.

In Hem zijn wij met elke geestelijke zegen gezegend.



Vers 2

Genade en vrede.

De Vader en de Zoon zijn de bron van genade en vrede.

Jezus is onze Vrede.

Hier gaat het erom dat je de genade van God in je dagelijks leven opmerkt, dat die genade je genoeg is in alle omstandigheden, ook de moeilijke.

Als dat zo is, zul je ook vrede in je hart hebben in die moeilijke, soms onbegrijpelijke dingen die je meemaakt.

De groet.

De groet is altijd van de Vader en de Zoon.

Logisch?

Ja.

De Heilige Geest woont in elke gelovige. We worden NIET gegroet door een persoon die altijd bij ons is.

Zie aantekeningen bij



Vers 3

Stof om te danken.

De Thessalonicenzen zijn sterk in geloof en liefde.

Het wordt opgemerkt door anderen.

Paulus geniet van alles waarvan God ook geniet.


Geen hoop?

Vergeleken met 1 Thessalonicenzen 1:3 missen we hier de hoop.

De gemeenten waren over de komst van de Heere ook in onzekerheid geraakt. In deze brief gaat Paulus daar opnieuw op in.


Toenemende liefde.

In 1 Thessalonicenzen 4:10 had Paulus om toename van de liefde gevraagd. Hier lezen we dat de gemeente dat ook in praktijk bracht. Een prachtig getuigenis.



Vers 4

Die u verdraagt.

Vervolging en verdrukking zijn dus actueel. De gemeente heeft het echt zwaar.

En toch volhardt ze in het geloof.



Vers 5

Een teken.

De volharding in het geloof is een duidelijk teken dat ze bij God horen.


Koninkrijk van God waardig geacht.

Het koninkrijk was in de begintijd vrijwel gelijk aan de gemeente, een vergadering van ware gelovigen. Maar... ook toen waren er al schijngelovigen.

Gods welgevallen over hen.

Het lijden dat de gemeenten overkomt is géén teken van Gods boosheid, maar juist van Gods welgevallen over hen.

God acht hen Zijn koninkrijk waard.

Ze horen reeds bij het koninkrijk

Het gaat om praktische waardigheid, gebaseerd op de levenswandel.

Door lijden tot heerlijkheid.



Vers 6

God vergeldt verdrukking.

Als God de verdrukking van de gelovigen gaat vergelden aan de verdrukkers, dan is de dag des Heeren, de grote verdrukking, aangebroken.

Dat is nu nog niet het geval.

Als die tijd, de dag van de wraak, is aangebroken, dan mogen de martelaren ook om vergelding bidden.



Vers 7

Verlichting bij Jezus' komst.

Als Jezus wederkomt op de Olijfberg zal Hij op deze aarde verlichting in de verdrukking brengen.

  1. Hij zal de antichrist en valse profeet, de grote verdrukkers, in het helse vuur werpen. Openbaring 19:20.
  2. Hij zal Satan in de afgrond opsluiten voor 1000 jaren. Openbaring 20:1-4.
  3. Hij maakt als Vredevorst vrede tussen de dieren. Jesaja 11:6-9.
  4. Hij zorgt voor vrede tussen de mensen. Jesaja 2:4.
  5. Hij gaat oordelen tussen bokken en schapen. Mattheus 25:32.
  6. Hij zal Koning zijn op de troon van David te Jeruzalem. Lukas 1:32-33. Zacharia 14:9.
  7. Hij zal Zijn wet laten uitgaan vanuit Jeruzalem over heel de aarde. Jesaja 2:3.
  8. Het heilige Jeruzalem zal neerdalen uit de hemel. Openbaring 21:9-10.
  9. Dit Heilige Jeruzalem is de bruid, de vrouw van het Lam. Zij is dichtbij haar Bruidegom, die in Jeruzalem regeert.
  10. Als de dag van de Heere aanbreekt gaat dat gepaard met veel benauwdheid, maar NIET voor de gelovigen, maar wél voor de goddeloze verdrukkers. Openbaring 6:15-17.

Met de engelen van Zijn kracht.

Jezus komt terug op de Olijfberg met Zijn engelen en met Zijn gelovigen.



Vers 8

Onze Heere Jezus.

De Heere komt met vlammend vuur.

In Jesaja 66:15 staat HEERE, terwijl hier Heere staat. In onze tekst gaat het over Jezus.

Jezus is dus God, HEERE.

God oefent met vlammend vuur het oordeel uit door Zijn Zoon.

2 groepen treft de wraak.

De wraak treft:

Grote genade.

Wat een grote genade voor ons te mogen weten dat wij aan deze toorn van het Lam ontkomen. De straf, die voor ons de vrede brengt, was op Hem.



Vers 9

De wederkomst van Jezus.

De wederkomst is een komst ten oordeel. Hij komt met de wan en zal Zijn dorsvloer zuiveren.

Heel anders dan Zijn 1e komst, want die was om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.


De straf.

Eeuwig verderf in de hel.



Vers 10

Verheerlijkt in Zijn heiligen.

Niet "door" , maar "in" Zijn heiligen. Zij zijn de vruchten op Zijn werk. Hij krijgt daarvan de eer. Zij hebben dan ook een verheerlijkt lichaam en zijn Hem gelijk.

Ze delen in Zijn heerlijkheid.

Bewonderd in allen...

Duidelijk zal worden op Wie zij in hun leven hebben vertrouwd. Dat kostte hen veel. Maar nú zal blijken waarom zij dit alles verdroegen. Bij het oordeel zal blijken dat zij het goede deel hebben gekozen.



Vers 11

Roeping.

We zijn geroepen om bij te dragen aan meerdere heerlijkheid voor Jezus.

Er mag van ons verwacht worden dat we beantwoorden aan die waardigheid.

Door Gods kracht kunnen we die roeping vervullen.

Petrus schrijft dat we onze roeping vast moeten maken. Hij schrijft ook hoe we dat moeten doen.



Vers 12

De verheerlijking.

  1. Jezus moet in ons verheerlijkt worden. We doen de Heere Jezus aan. Galaten 3:27. Romeinen 13:14. We leven in Hem. 1 Johannes 3:6.
  2. Wij worden in Jezus verheerlijkt. Als Zijn bruid zijn we mede-erfgenamen van Hem. Romeinen 8:17. We zijn gerechtvaardigden en dragen als rechtvaardigen Zijn Naam, zoals de bruid de naam van haar man mag dragen. 1 Johannes 2:1. Wat een eer!



<