Hoofdstuk 4


Vers 1

Houding van de heren.

Een baas moet zijn slaven met liefde behandelen, zoals Jezus ook doet met hem. Zo vertoont de baas het beeld van Jezus.



Vers 2

Houd sterk aan in gebed.

Het gebed van een rechtvaardige kan veel teweeg brengen.

Het gebed is ook het belangrijkste stuk van de dankbaarheid. Gebed en dankzegging horen bij elkaar.



Vers 3

Geheimenis van Christus.

Dat is hetzelfde als het geheimenis van het evangelie.



Vers 5

Die buiten zijn.

Dat zijn de ongelovigen. Ze zijn buiten de gemeente en ook buiten God.


Buit de tijd uit.

Spreek het woord, maar doe het met wijsheid.

Laat geen kans voorbijgaan.



Vers 6

Met zout smakelijk..

Geef geen ongezouten mening aan de ander.

Neem jezelf met een korrel zout. Dan maak je jezelf aangenamer voor de ander. Dan "smaken" jouw woorden beter.



Vers 7

Tychikus.

Deze man kwam mogelijk ook uit Kolosse. Hij kwam in ieder geval uit Klein-Azië.



Vers 8

Het doel van Tychikus.

Hij moet de omstandigheden van Paulus in de gemeente van Kolosse gaan vertellen. (Vers 7)

Maar hij moet ook de omstandigheden van de gemeente aan Paulus vertellen.



Vers 9

Onesimus. Hij is er één van jullie.

Onesimus was slaaf van Filemon, een rijk man uit Kolosse.

De weggelopen Onesimus kwam bij Paulus tot geloof en is nu een medewerker van Paulus. Filemon liet hem vrij.



Vers 10

Markus.

Deze neef van Barnabas, Johannes Markus, brak de eerste zendingsreis voortijdig af.

Dat was later een aanleiding tot een conflict tussen Paulus en Barnabas.

Nu schrijft Paulus weer positief over Markus.



Vers 11

De enigen van de besnijdenis.

Dit zijn 3 bekeerde Joden.

  1. Aristarchus.
  2. Johannes Markus, de neef van Barnabas.
  3. Jezus of Justus.

Mogelijk was Lukas dus géén Jood.

Koninkrijk van God.

Het koninkrijk in de huidige vorm is een geestelijk koninkrijk.



Vers 12

Epafras.

Deze man komt uit Kolosse, evenals Onesimus.



Vers 13

3 steden.

Epafras zoekt het welzijn van 3 steden die dichtbij elkaar liggen in het huidige Turkije.

  1. Kolosse.
  2. Laodicea.
  3. Hiërapolis.



Vers 14

Lukas, de arts.

In de verzen 10 en 11 worden de enige Jóden genoemd die medewerkers van Paulus waren: Markus en Justus.

Dus Lukas was waarschijnlijk een gelovige heiden.



Vers 15

Nymfas.

Hij stelde zijn woning beschikbaar voor de huisgemeente.

Een tweede huisgemeente vergaderde in het huis van Archippus.



Vers 16

Brief ook in Laodicea laten lezen.

De brief aan Kolosse was zeker ook gezaghebbend voor Laodicea.

Een brief van Paulus voor Laodicea is niet meer bekend.



Vers 17

Archippus.

Waarschijnlijk is dit de zoon van Filemon.

Bij Filemon in Kolosse was ook een huisgemeente.

De andere huisgemeente vergaderde bij Nymfas in huis.



<