Hoofdstuk 6


Vers 2

Gods geboden doen.

God geeft 3 beloften:

  1. Uw dagen zullen verlengd worden.
  2. Het zal u goed gaan.
  3. U zult talrijk worden.



Vers 4

De HEERE is één.

In SV staat:"Onze God is een enig HEERE. De SV-vertaling "enig" is niet juist.

Enig = jachid = uniek.

Dit komt slechts 12x voor in OT. Zacharia 12:10.

Echad.

Dit woord komt vaak voor.

De HEERE, onze God (Ĕlôhîym).

Ĕlôhîym is een meervoudsvorm

Letterlijk:

Dit is géén majesteitsmeervoud.


In een mezoeza zitten twee bijbelgedeelten.

Meervoud.

De meervoudsvorm komt vaker voor.

Uw Makers zijn uw mannen.

Eén.

Mattheus 6:33.

Lukas 2:14 alles moet met de eer van God beginnen.

Jezus noemt dit: het 1e en grote gebod.

Het eerste gebod in rang, in tijd, in belangrijkheid.


Het eerste (shemA) en laatste woord (echaD) begint men steeds met een hoofdletter. De letter ajin (A) en de letter daleth (D) vormen samen met de vrije klinker tseree: het woord getuige. Men moet géén mondbelijder zijn, maar getuige.


Geloof van demonen.

Demonen geloven ook Deuteronomium 6:4, maar ze doen zeker niet Deuteronomium 6:5.

De geloofsvruchten laten zien dat het geloof echt is.



Vers 5

Zo zult gij liefhebben.

De grondtekst wil dat dit liefhebben voortkomt uit: de HEERE is één.

Hij vraagt ook ongedeelde liefde.



Vers 6

Die ik U heden gebied.

Een gebod om lief te hebben? Liefde laat zich toch niet dwingen.

Met "gebod" wordt hier bedoeld: dit is de juiste weg, ga daarop. Dit moet prioriteit hebben in je leven.

Als Hij onze God is, dan doen we Zijn geboden uit liefde, van harte.

In uw hart.

Uit het hart zijn de uitgangen van het leven.

God wil ons hart.



Vers 7

Uw kinderen inprenten.

Alles draait om de liefde. Die moet ongedeeld voor de HEERE zijn.

Dat moeten we onze kinderen inprenten.

Wees in je gedrag niet inconsequent. Gods geboden moet jezelf voor 100% doen.

Het evangelie moet je toepassen in de praktijk. Het dienen van God heeft te maken met ons dagelijkse leven.

Waarom kinderen inprenten?

Opdat ze ook hun hoop op God zullen stellen.



Vers 8

Tefillien.

Gebedsriemen.

Men bindt ze om de arm en om het voorhoofd.

Aan de gebedsriemen zit een zwart doosje, de "bajit" = huis.

Daarin zit "Het sjema",



Vers 9

Mezoezàh.

Het kokertje bevat "Het sjema",

Op de buitenkant van het perkamenten rolletje staat: Sjaddai = Almachtige.

Sjaddai is een van Gods namen, die ook als afkorting kan staan voor "Bewaker van de deuren van Israël".

Het rolletje is zo opgerold, dat de S, de letter Sjin, zichtbaar is.

Dit symbool wil zeggen: Dit woonvertrek is geheiligd, het is een plek van God.

De synagoge heeft geen mezoezàh, want dat is al een huis van God.


Als iemand het huis binnengaat of uitgaat, tikt hij de mezoezah aan en zegt



Vers 12

God niet vergeten!!!

Steeds weer hamert Mozes daarop.

Hij kende de boosheid van hun hart.

Wat betekent "niet vergeten?"

Dat staat in het volgende vers.



Vers 16

Niet op de proef stellen.

Het volk mag God nooit uitdagen om eens te laten zien dat Hij er echt is.



<