Wat staat hier precies?
Gods eigendom.
Israël is het persoonlijk eigendom van God.
Oogappel.
Zacharia 2:8.
Als de jonge arenden moe worden kunnen ze landen op de vleugels van een ouder.
Olie uit hard gesteente.
Olijfbomen groeien graag op rotsige plaatsen.
Honing.
Bijen in rotsspleten.
Jesjurun = de rechtvaardige.
Spreek uit: Jesjoeroen.
Het is een naam voor Israël.
De Septuaginta vertaalt met "geliefde". Het is een koosnaam.
Naijver.
Geoorloofde jaloersheid, zoals een man dat heeft als hij zijn vrouw bij een andere man ziet.
God als moeder.
Hier lezen we over God die Israël baarde.
Dwaas volk.
Dat zijn de heidenen.
God gaat heidenen voortrekken boven Israël, zodat Israël boos en jaloers zal worden.
Tot onderin de hel.
Hel = sheool = dodenrijk.
In het Grieks heet het "hades".
Het is NIET het helse vuur, NIET de poel van vuur en zwavel. Dat heet in het Grieks: gehenna.
Verschrikkelijke dingen.
Als het volk God verlaat, hebben ze smart op smart te vrezen.
Ik zal...
God denkt in Zijn toorn toch aan Zijn belofte aan Abraham.
Als Hij Israël zou verdelgen, zouden de vijanden gaan spotten. Dat schaadt Gods eer.
Als God Israël straft.
Dan zal 1 vijand 1000 Israëlieten verjagen.
Hun Rots (= God) levert hen over in de handen van de vijanden.
Hun rots.
Dat is hun afgod, waarop ze hun vertrouwen stellen.
Hun wijnstok is uit Sodom.
Israël heeft een heidense cultuur.
God zal berouw hebben.
Nooit zal God Zijn volk verdelgen. Hij houdt Zijn beloften.
Er komt een verandering in het lot van Israël. Dat zal in het vrederijk zijn.
Dat Ik, Ik Die ben.
God gebruikt hier Zijn grootste naam: Ik ben Die Ik ben, JHWH.
Ik genees.
God zweert.
God grijpt Zijn zwaard.
In de eindtijd neemt God het op voor Zijn volk Israël.
Hij grijpt Zijn zwaard.
Openbaring 19:11-15.
Mijn pijlen.
Gods pijlen zijn nooit reddend. Ze betekenen nooit: Evangelie tot bekering.
Gods pijlen vernietigen de vijanden.
Daarom kan de ruiter op het witte paard uit Openbaring 6 ook niet Christus zijn die het evangelie verkondigt. Het evangeliewoord is altijd een zwaard. Die ruiter is de antichrist.
Juich heidenen.
Deze oproep staat ook in Psalm 47:2.
Dat is ook de Psalm die beschrijft hoe Jezus met bazuingeschal optrekt tegen Zijn vijanden.
Hij brengt de vijanden onder de voeten van Israël. Psalm 47:4.
Zo eindigt het lied van Mozes bij het aanbreken van het vrederijk!
Hosea.
Dat is Jozua.
In deze tekst staat het doel van het lied van Mozes.
Verenigd met het voorgeslacht.
Die vereniging met het voorgeslacht gebeurde niet in zijn graf. Dat graf ligt ergens in Moab en niemand weet waar.
De vereniging met het voorgeslacht gebeurde in sheool, het dodenrijk. In de Bijbel heet die plaats ook gevangenis. Daar zijn de geesten van de overledenen, totdat Jezus hen, ná Zijn opstanding, meeneemt naar het paradijs in de hemel.
Waar is Mozes' voorgeslacht?
Sheool = Hades.
In NT heet het dodenrijk Hades.
Ook Jezus stierf en ging naar het dodenrijk = Hades.
Onze geloofsbelijdenis.
Onze geloofsbelijdenis spreekt over: Nedergedaald tot in de hel.
Dat is dus: nedergedaald in het dodenrijk, de Hades. Daar is Hij niet door God verlaten.
Het is niet: nedergedaald in gehenna = helse vuur. Daar is God niet. Daar zou Jezus dus wel verlaten zijn.
Numeri 20:12.