Hoofdstuk 22


Vers 5

De kleren van een man.

Letterlijk:

Het grondwoord dat alléén hier vertaald wordt met "kleren" wordt overal anders vertaald:

Geen vrouwenkleding aantrekken.

In dit deel gaat het wél over vrouwenkleding.

Voor kledingregels is de vertaling van deze tekst belangrijk. Maar waarom houdt men dan ook niet Deuteronomium 22:11?


In de Kanaänietische godsdienst wisselde men van kleding om seksuele opwinding op te wekken.

God verbiedt dat, dat is heel duidelijk.

Belangrijk is om goed te begrijpen waaróm God het in Deuteronomium 22:5 genoemde zo afschuwelijk vindt. Daar moet een diepgaande oorzaak voor zijn. Het gaat hier om vrouwen die nadrukkelijk een man willen zijn, of om mannen die beslist een vrouw willen zijn en die zich dáárom zo gaan kleden dat andere mensen hen niet meer als vrouw of als man kunnen herkennen. Daar valt het gedrag van transgenders zonder enige twijfel onder.


Niet.

Het Hebreeuws kent verschillende woorden voor "niet".

Het woord dat hier wordt gebruikt heeft de betekenis van "nooit".


Gruwel.

Hierdoor wordt duidelijk dat dit te maken heeft met iets dat ethisch afstotelijk is, zowel het idee als de handeling. Bovenal is het onverzoenbaar met de HEERE, tegenstrijdig met Zijn karakter en Zijn wil, een ethisch en cultisch taboe.



Vers 10

Niet ploegen met os en ezel tegelijk.

Heidenen deden dat wel. Ze meenden dat de akkers daardoor vruchtbaarder werden.



Vers 12

Samenstelling van de kwastjes.



Vers 14

Maagdelijkheid.

Rein het huwelijk ingaan is belangrijk. Zowel voor jongens als voor meisjes.

In Leviticus 18 is " de schaamte ontbloten" (=seks hebben) hetzelfde als getrouwd zijn.

In Ef 5:31-32 is het huwelijk een beeld van Christus en de gemeente. Een Bruidegom (man) en een bruid (vrouw).



Vers 21

Vrouwen met wisselende seksuele contacten hebben 5 tot 11x zoveel kans op baarmoederhalskanker.

Bij 13.000 vrouwen, die nooit geslachtsgemeenschap hadden, is nooit baarmoederhalskanker geconstateerd.



Vers 28

Niet in ondertrouw.

Als het meisje niet in ondertrouw was, moest ze huwen met de man die gemeenschap met haar had.

Ze mochten ook niet meer scheiden.

Was het een ondertrouwd meisje, dan gold dat al als getrouwd. Dan mocht ze niet trouwen met deze man die met haar gemeenschap had.

Was het opzet, dan kon doodstraf volgen.



<