Hoofdstuk 1


Vers 1

Brief geschreven uit Efeze, ongeveer Pasen 57.

Met veel tranen geschreven.

Volgens 1 Corinthiërs 5:9 was er nog een eerdere brief.



Vers 2

Geroepen heiligen.

Ze waren door God tot die heilige staat geroepen . In de praktijk leefden ze niet heilig. Ze hadden hun roeping vast moeten maken (2 Petrus 1:10) en dus als heiligen leven.


Geheiligde:

  1. Geheiligde om Christus wil, dat is onze staat. Hebreeen 10:10 Ik ben en heet ook "een rechtvaardige", omdat ik de bruid ben van Jezus, de Rechtvaardige.
  2. Heiligmaking waartoe we geroepen worden. Dat is onze stand. Dat heeft met ons dagelijkse leven te maken en is onze verantwoordelijkheid. We horen niet meer bij de wereld. Dat moet zichtbaar zijn. Hebreeen 12:14.

In elke plaats.

Deze gemeente bestond waarschijnlijk uit verschillende huisgemeenten.

Deze brief heeft dus ook betekenis voor ons.

Gods woord geldt dus ook voor alle tijden.


Waar is Gods gemeente?

  1. Daar gaat het om Jezus.
  2. Daar kan de Heilige Geest vrij werken.
  3. Daar heeft Gods woord alle gezag en dus het laatste woord.

Grote gemeente.

Handelingen 18:10.



Vers 3

Zegenbede die we 's zondags horen.



Vers 4

Les voor ons.

Paulus moet de gemeente vermanen, maar hij begint met de goede dingen. Dan ontstaat een goede sfeer, waarin de vermaning een plaats kan krijgen.


De genade van God staat voorop. Elke zegen komt daaruit voort. Het gaat God ook om de verheerlijking van Christus en dat moet ook ons levensdoel zijn.


Altijd danken.

Voor die genade kun je altijd danken, zoals Paulus dat deed. Het is het heerlijkste wat we in ons leven krijgen.



Vers 5

Rijk in Hem.

Geestelijk rijk.

We zijn rijk in Christus.

We mogen over Hem spreken.

We mogen Hem ook kennen.

Dat zijn rijkdommen uit genade.

Wij, arme zondaren, zijn rijk, als we de rijke Bruidegom de ónze mogen weten. Rijk in Hem.



Vers 7

Genadegaven.

Elke genadegave krijgen we om Christus te eren.

Genadegaven kun je ook aanwakkeren.

Openbaring van Jezus.

Deze gelovigen verwachtten Jezus terug. Hij wordt publiek zichtbaar. Het was een uitziende gemeente.

Ook in Thessalonika was zo'n uitziende en verwachtende gemeente.



Vers 8

Bevestigen.

God houdt je vast. Het komt goed, hoe wij ook verkeerd kunnen doen. God werkt met ons naar het doel dat we als Jezus verschijnt onberispelijk zullen zijn.

Daarom: wees heilig, want God is heilig.


Op de dag.

Op die dag moeten we verschijnen voor de rechterstoel van Christus. We worden beoordeelt naar onze werken.

Het is dus de dag van de opstanding en opname van de gelovigen.



Vers 9

Geroepen tot gemeenschap.

De bruid is niet gelukkig met een Bruidegom op afstand. Ze wil leven met Hem. Alles gemeenschappelijk, alles samen.

Dat gebeurt omdat God trouw is.


De vertrouwelijke omgang is een verborgenheid. Het is net als in een huwelijk een geheim tussen twee geliefden. Wat ervan zichtbaar wordt, is de vrucht die ontstaat door het samenleven in liefde.



Vers 10

Naam van Jezus.

Dat betekent: door Jezus zelf.

Dat is het gezag waarmee Paulus spreekt.


De gemeente was verdeeld. Er waren meer namen belangrijk. Men volgde Petrus, Paulus, Apollos. Daarom waren ze in spreken en denken niet meer één.


Eén van denken.

Over de hoofdzaken vh evangelie zijn we het eens. In bijzaken verdragen we elkaar. Onze liefde raakt alles.



Vers 14

Crispus.

Hij was een proseliet die hoorde, met zijn huisgezin, bij de eerste bekeerlingen in Korinthe.

Hij was overste van de synagoge.



Vers 16

Huisgezin.

Volgens 1 Corinthiërs 16:15 gaat het over volwassenen in het huisgezin van Stephanas. Dus NIET over gedoopte baby's.



Vers 18

Contrast.

Het gaat tot vers 25 over het contrast tussen het oude en het nieuwe leven.

Dwaasheid - wijsheid.

Sterken - zwakken


Daar tussen staat het kruis van Christus. Verloren of behouden.


Kruis.

Kruis is verbonden met dood. Wij verdienden die dood, maar Christus stierf voor ons de kruisdood. Hij in onze plaats. De wereld vindt dat dwaas, want ze is blind voor eigen zondigheid.



Vers 19

In Ef 4:17-19 lezen we wat de mens zonder God is.



Vers 20

Wereld.



Vers 21

De wijsheid vd wereld.

De wijsheid vd wereld brengt een wereldling niet tot kennis van God.

De wijsheid vd wereld is eigenlijk dwaas.

Dwaasheid vd prediking.

In de ogen vd wereldling is luisteren naar een preek dwaasheid en verloren tijd.

Toch wil God juist door deze "dwaasheid" mensen tot geloof brengen en in hun geloof opbouwen.



Vers 22

Joden vragen een teken.

De Joden vroegen een teken, maar kregen niet wat ze wilden. Jezus gaf een teken waaraan zij later konden weten dat Hij de Messias was.

Dat is het teken van Jona, 3 dagen en 3 nachten in het hart van de aarde.



Vers 23

Een struikelblok.

Dwaasheid.

De opstanding was dwaasheid voor Grieken.



Vers 26

Wijsheid, rijkdom, eer vinden mensen aangenaam. Maar daar moeten we niet naar opzoek zijn. We moeten roemen in de Heere.



Vers 30

In Christus.

Door het geloof zijn we in Christus. Direct.

Wijsheid

De vrees des Heeren is daarvan het begin.


Heiliging=apart gezet. Wie bij de Heilige Jezus hoort heet zelf ook heilige. Dat moet ook steeds meer zichtbaar worden. We gaan op Jezus lijken. Heiliging heeft dus een doel.


Gerechtigheid: dat is het eerste dat we nodig hebben: Christus ' gerechtigheid. Daarmee kunnen we voor God bestaan.


Verlossing: de macht vd zonde is gebroken. Dat gebeurde al toen we gerechtvaardigd werden. De volkomen verlossing komt nog.



Vers 31

Roemen in de HEERE.

Het is ook mogelijk om met een groep of gemeente in tongen te zingen.

Jan Sjoerd Pasterkamp maakte dat in Australië mee. Dat was hemels!



<