Hoofdstuk 16


Vers 1

Dienares.

Zelfde woord als: diaken.

Ze is "dienares", diakones.

Ze had veel beter ingang bij vrouwen. Die leefden wat meer teruggetrokken.

Mogelijk bracht Febé deze brief naar Rome.



Vers 2

Febe heeft bijstand verleend.

Prostatis=bijstand.

Het komt van prohistèmi=

Dat is precies een omschrijving van een gemeenteleider. Deze taak had Febe .

Zo was ook Priscilla een medewerkster van Paulus.

Romeinen 16:3-5.

1 Corinthiërs 16:19.



Vers 4

Zij.

Het echtpaar Aquilla en Priscilla.

Zij leidden ook een huisgemeente.



Vers 5

Achaje of Asia.

In NBG staat "Asia" ipv Achaje.

Asia klopt beter, want in 1 Corinthiërs 16:15 heet Stephanas de eersteling van Achaje.



Vers 7

Junias.

Er staat een vrl naam: Junia.

Misschien is Junia de vrouw van Andronicus.



Vers 13

Rufus.

Rufus was de zoon van Simon van Cyrene.

Zijn moeder was mogelijk een geestelijke moeder in de gemeente en ook van Paulus.



Vers 14

Hermas.

Hij is ws de schrijver van "Pastor". Daarin staat over de doop:" water, waarin mannen afdalen, veroordeeld tot de dood, maar weer opstijgen om te worden bestemd voor het leven."



Vers 16

Heilige kus.

Als Paulus de gemeente van Rome oproept elkaar te groeten met een heilige kus, moet je bedenken dat deze gemeente zeer divers is. Er bestaan verschillen van inzicht over allerhande thema’s, zie bijvoorbeeld Romeinen 14 en 15. Zo bezien heeft de groet waartoe Paulus oproept het karakter van wederzijdse aanvaarding, om wie de ander in en door Christus is.

We moeten vooral de vraag achter de heilige kus serieus nemen. Hoe geven we uitdrukking aan de lichamelijke, hartelijke gemeenschap die Paulus voor ogen had? Misschien is dat soms een krachtige handdruk, in andere gevallen een omhelzing en soms gewoon een aandachtig gesprek.



Vers 17

Bedreigende leer.

Het gaat hier over ketterij. Ontmasker dat.

Die ketters dienen Jezus niet, maar eigen gewin.



Vers 20

Satan verpletteren.

God schakelt ons in bij de geestelijke strijd.

Er wordt ook overwinning in het vooruitzicht gesteld.



Vers 21

Jason.

Hij woonde in Thessalonika. Paulus logeerde daar bij hem.

Handelingen 17:5.



Vers 25

Geheimenis.

Het ontstaan van de gemeente.

Die was in het OT nog onbekend.



Vers 26

Profetische schriften.

Die boeken zijn uit de tijd van Paulus. Daarin werd over dit geheimenis geschreven.



Vers 27

Tot in alle eeuwigheid

Letterlijk: tot in de tijden der eeuwen. Paulus ziet niet op de eeuwigheid, maar op de realisering van Gods heilsplan. Dan wordt de aarde tot heerlijkheid gebracht.


2 aanleidingen

  1. Geruchten 1 Corinthiërs 1:11
  2. Beantwoording van vragen, avondmaal, geestesgaven, opstanding.



<