Hoofdstuk 27


Vers 1

Paulus en wij.

Paulus, ongeveer 70 jaar, reist met Lukas en Aristarchus uit Thessalonika.



Vers 2

Adramytteens.

Uit Adramyttium, vlak bij Troas.

Een graanschip was wel 70 m lang en verplaatste wel 12 ton.



Vers 5

Myra.

In Klein Azië.

De plaats waar St. Nicolaas is gestorven op 6-12-350.



Vers 8

Schone Havens.

(Grieks: Kaloi Limenes) Deze plaats ligt op het zuidelijke deel van het eiland Kreta. Het was een natuurlijke haven die in de oudheid werd gebruikt door zeevaarders.



Vers 9

Vastentijd.

De vastentijd is met de verzoendag. De Joden hadden dan de "verschrikkelijke dagen" achter de rug waarin ze hun zonden hadden beleden. Op de verzoendag kwam Gods oordeel. Op de verzoendag werd gevast. Het was eind september of begin oktober. Deze vastentijd was al voorbij.

De Romeinse wet verbood het uitvaren tussen 10 november en 10 maart.


De veilige periode is van 26 mei tot 14 september.


Bekend bij gelovigen.

Lukas schrijft niet de naam van Gods feest, verzoendag, maar hij volstaat met "de vasten".

Het is goed mogelijk dat gelovigen, zeker de Joodse gelovigen, deze dag ook als vastendag onderhielden.

Paulus zelf onderhield Gods feesten ook nauwgezet.



Vers 12

Naar Fenix.

Ongeveer 65 zeemijlen verder. Ongeveer 24 uur varen.

De beschrijving dat de haven "uitziet naar het zuidwesten en noordwesten" wijst op een natuurlijke baai die bescherming bood tegen de winterstormen.



Vers 14

Wat is Euroklydon?
Het Griekse woord Euroklydōn is een combinatie van:
  • "Euros" – de oostenwind.
  • "Klydōn" – een stortzee of golvenstorm.
Euroklydon verwijst dus naar een hevige noordoostelijke storm die op de Middellandse Zee voorkomt, vooral in de herfst en winter.


Eigenschappen van de Euroklydon
Een soort "Middellandse Zee-orkaan": Deze storm was waarschijnlijk vergelijkbaar met de huidige "Medicane" (Mediterranean Hurricane), een krachtige storm die plotseling kan opsteken.



Vers 16

Sloep.

De sloep die achter het schip hing wilde men niet verliezen.



Vers 17

Hulpmiddelen.

  1. Ze sloegen touwen om de romp van het schip om het te verstevigen en te voorkomen dat het door de woeste golven uit elkaar zou breken.
  2. De bemanning verlaagde of verwijderde het hoofdzeil om minder wind te vangen en zo de snelheid van het schip te verminderen.

Syrtis.

Bij N.Afrika.

Ze vreesden vast te lopen in de Syrtische Zee, een berucht gebied met zandbanken en ondieptes voor de kust van Libië.



Vers 19

Scheepstuig overboord.

Uitrusting of tuigage die nodig was voor de werking van het schip

Hoe minder diepgang, hoe minder kans om op een zandbank te lopen.



Vers 20

Vele dagen.

De eerste 11 dagen.



Vers 27

De zee.

Ze voeren in de Ionische zee, die is ten oosten van Sicilië.

Vroeger noemde men de Ionische Zee ook wel Adriatische Zee, die ligt tussen Italië en de Balkan.



Vers 28

20 Vadem.

1 vadem = 1,85 M.

37 m diep.



Vers 32

De sloep kwijt.

De hoofdman hechtte wel geloof aan Paulus' woorden.



Vers 37

276 mensen.

Het was niet comfortabel, maar wel mogelijk om 276 mensen op een vrachtschip te vervoeren!



Vers 44

Malta.

De schipbreukelingen komen op het eiland Malta.

Deze baai op Malta heet nog altijd de Paulusbaai.

Malta ligt ten zuiden van Sicilië, in de Middellandse zee.



<