Hoofdstuk 25


Vers 1

Festus.

Landvoogd van 60-62.



Vers 10

Keizer.

Nero



Vers 11

Beroep op de keizer.

Recht van appellatio.

Gebeurde meestal als men ter dood veroordeeld was.

Hier gebeurt het eerder. Dat brengt Festus in verlegenheid.


Niet in alle gevallen werd het toegestaan.

  1. Bij gevaarlijke oproermakers.
  2. Als de bewijzen overduidelijk waren.



Vers 13

Koning Agrippa.

Dit was Herodes Agrippa II.

Hij was de zoon van Herodes Agrippa I, de moordenaar van de apostel Jacobus.

Agrippa was ongeveer 31 jaar.

Agrippa was ondergeschikt aan Festus.

Festus had meer formele macht, maar Agrippa had invloed op religieuze en politieke kwesties onder de Joden.


Agrippa

Agrippa en Bernice.

Agrippa II en Bernice waren broer en zus, beiden kinderen van Herodes Agrippa I.

Bernice was bekend om haar politieke invloed en haar nauwe band met haar broer. Er gingen geruchten dat ze een incestueuze relatie hadden, omdat ze vaak samen leefden en reisden zonder dat Bernice officieel getrouwd was. Om deze roddels te stoppen, trouwde Bernice tijdelijk met koning Polemo van Ciliciƫ, maar ze keerde al snel terug naar Agrippa.

Later kreeg Bernice een relatie met de Romeinse generaal en later keizer Titus, wat haar politieke invloed in Rome versterkte. Echter, toen Titus keizer werd, liet hij haar uiteindelijk vallen vanwege de druk van de Romeinse elite.



Vers 14

Felix.

Felix was de vorige stadhouder.



<