Hoofdstuk 2


Vers 1

Vervuld.

Letterlijk:

3 Dingen worden vervuld:

Vanaf de aanbieding van de gerstschoof (omer) ging men 7 sabbatten tellen, dus 49 dagen.

De pinksterdag was de eerste dag van de achtste week. Het was de vijftigste dag. Pentacoste = vijftig.


Waarom 10 dagen wachten?

Al Gods feesten worden in Jezus vervuld. God had bepaald ook dat het Pinksterfeest een vervulling zou hebben. Op dat feest moesten de discipelen wachten.


Wereldwijd zijn synagoges de nacht vóór Pinksteren open. Dat is de leernacht. Men leest uit de Bijbel. Dat was waarschijnlijk ook toen zo bij de discipelen.

Joden lezen Ezechiel 1 op de Pinksterdag. Ook het bijbelboek Ruth leest men, want Pinksteren is een oogstfeest.



Vers 2

Hoe is de werking van de Geest bij ons?

Wind.

Het Griekse woord pneuma kan vertaald worden met:

  1. Wind.
  2. Geest.
  3. Adem.

Zo is de Heilige Geest in ons.

Een gelovige kan dus veel of weinig zalving van de Geest hebben. Dat openbaart zich in veel of weinig kracht van de Geest in ons leven.

Hoe is de Heilige Geest zichtbaar in jouw leven?



Vers 3

Vuur.

Vuur is een beeld van de Heilige Geest.

Jezus zal met "vuur" dopen. Jezus zal dus de Geest zenden.

We kunnen de Geest ook uitblussen.

Gelovigen moeten vurig van geest zijn. (Of: vurig in de Geest.)



Vers 4

2 uitstortingen.

Eigenlijk 2 uitstortingen van de Heilige Geest.

De gemeente is nu de woonplaats van de Heilige Geest, het koninkrijk is het werkterrein van de Geest.

Allen vervuld, allen spreken.

Hier wordt Joel 2:28-32 vervuld. Vrouwen spreken hier ook in de gemeente.

Profeteren is Gods woorden doorgeven.

Er is ruimte voor een profetische bediening door de vrouw.

Deze mensen waren al wedergeboren, ze hadden reeds de Heilige Geest, maar nu worden ze vervuld met de Geest en ontvangen ze ook geestesgaven o.a.

Deze vervulling heeft overal in de Bijbel te maken met getuigenis en dienst. Het voornaamste doel is niet om ons gelukkig te maken, maar om ons bruikbaar te maken. We ontvangen "kracht". We ontvangen genadegaven. (Genezing, wijsheid, profetie, tongen enz.)

In Handelingen 1:5 noemt Jezus dat "doop met / in de Heilige Geest."


Vervuld met de Geest , 3x.

In Handelingen 4:31 staat een tijdsvorm van het grondwoord "vervuld" die erop wijst dat deze vervulling een nieuwe vervulling is na die van Handelingen 2.

Ook in Handelingen 4:31 wordt Petrus opnieuw vervuld met de Heilige Geest.

Vervulling hebben we steeds opnieuw nodig.


De plaats van de Heilige Geest.

  1. Door de Geest kunnen we het woord waarachtig aannemen. 1 Thessalonicenzen 1:6.
  2. Er is geen gehoorzaamheid en besprenkeling met het bloed van Jezus, dan door de Geest. 1 Petrus 1:2.
  3. We belijden dat Jezus onze Heere is, doordat de Geest ons dat leert. 1 Corinthiërs 12:3.
  4. Door de Geest doden we de zondige werkingen van ons lichaam. Romeinen 8:10-13.
  5. Pas ná de vergeving ontvangen we de Heilige Geest. Handelingen 2:38.
  6. Door de Geest draagt ons leven vrucht. Galaten 5:22.
  7. Door de Geest hebben we toegang tot de Vader. Ef 2:18.

Vervulling en aanbidding.

Zodra mensen met de Geest vervuld worden, gaan ze God grootmaken en aanbidden, in hun eigen taal of in een vreemde taal. Dat zien we hier gebeuren.

Dit zien we ook bij Cornelius.

Vervulling en blijdschap.



Vers 5

Woonden.

Deze Joden kwamen uit verschillende landen om het Pinksterfeest te vieren en nu verbleven ze in de stad.



Vers 6

Geluid.

Het geluid van de sterke wind. (Vers 2)

Vreemd, ze voelden die harde wind niet.

Verwarring.


Eigen taal.

120 Gelovigen verkondigen wat de Heilige Geest het ingaf.

Ieder sprak een andere taal en de Joden, afkomstig uit verschillende landen, verstonden goed wat er werd gezegd.



Vers 7

Allemaal Galileeërs.

Allemaal ongeleerde mensen en toch spreken ze vloeiend vreemde talen.



Vers 8

In eigen taal.

Meestal wordt tongentaal niet verstaan, maar hier kan ieder zijn eigen taal horen.

Bij tongentaal is later een uitlegger nodig.



Vers 11

Grote werken van God.

Men spreekt hier tegen de mensen over de grote werken van God.

Ze eren God om Zijn grote daden, om de vervulling van Zijn beloften. Ze loven Hem.

Over God spreken is een kenmerk van de Heilige Geest in ons!



Vers 13

Dronken.

In geestvervoering zijn, lijkt soms op dronkenschap.



Vers 15

3e uur.

Dat is in onze tijd 9 uur.


2 gedesemde broden.

Op dat moment bracht de priester in de tempel het beweegoffer van de twee eerstelingen, dus twee gedesemde broden.

De tarweoogst werd binnengehaald ná de aanbieding van deze eerstelingen.



Vers 16

Profeet Joël.

890 jaar geleden.



Vers 17

Laatste dagen.

Hebreeen 1:1 zegt wat de laatste dagen zijn. Het is de tijd vanaf Jezus geboorte.

Duizend jaren zijn als 1 dag.

De laatste dagen zijn de dagen 5 en 6 van de wereldgeschiedenis. Dag 7 is de sabbat, het vrederijk.

In Joël staat NIET "laatste dagen", maar alles staat wel in een eschatologische context.

Joël draait ook "oud en jong" om.



Vers 18

In eindtijd.

In de eindtijd zal de Geest opnieuw worden uitgestort over de Joden.



Vers 19

Tekenen.

Op het pinksterfeest waren de tekenen bloed en rookwalm er niet. Dit toont aan dat er nog een keer een uitstorting van de Geest zal plaatsvinden. Dan zijn die tekenen er wel. Dat is met de wederkomst van Jezus.

Dan zal héél Israël zalig worden.



Vers 20

De dag des HEEREN.

Hier is het de dag van de wederkomst van Jezus. Dat is tegelijk het begin van de laatste dag van de wereldgeschiedenis, de sabbat, de rust.

De zon verduistert ná de grote verdrukking.

De verduistering van de zon gebeurt als de volken als druiven vertrapt worden in de wijnpers van Gods toorn.



Vers 21

Naam des HEEREN.

In Joël staat HEERE = Jaweh, de God van het verbond.

Petrus past deze tekst van Joël toe op Jezus.

Daarom staat er "Heere".



Vers 22

Luister.

Luisteren vindt God belangrijk.

Luisteren werkt iets uit.

Zie vers 37.


Zoals u weet.



Vers 24

Weeën van de dood.

Zie aantekeningen bij Psalm 18:5-6.


Weeën.

Ipv. weeën had hier beter "banden" kunnen staan. Dat klopt ook beter met "ontbinden".

Palm vertaalt:

Canisius-vertaling.

Twee-deling in dodenrijk.

Jezus vertelt een verhaal over de rijke man en Lazarus. Er staat niet dat dit een gelijkenis is.

Na overlijden is de rijke man in het dodenrijk (= hades) in de afdeling van de pijn.

Lazarus is aan de goede kant, bij Abraham. Daar zijn de gebondenen. Jezus noemt deze afdeling "paradijs".

Daar is Jezus dus ook een gebondene geweest, maar God heeft die banden losgemaakt.



Vers 25



Vers 27

Ziel in het graf.

Het Griekse grondwoord voor "graf" is hades. Dat is het dodenrijk. In vers 29 staat voor Davids gráf een ander grondwoord, mnēma.

In Lukas 23:53 gaat Jezus' lichaam in het graf = mnēma.

Jezus' geest ging, samen met de geest van een medekruiseling, naar het paradijs in hades.

Dat is de plaats waar ook de bedelaar Lazarus was, in de schoot van Abraham.

Ook in dit verhaal over Lazarus gebruikt de bijbel Hades.

Hel.

Voor "hel" gebruikt de bijbel een ander Grieks woord:

Dat is het eeuwige vuur.


Geen ontbinding.

Tijdens Gods 2e feest, het feest van de ongezuurde broden was Jezus' lichaam in het graf = mnēma.

Er was geen ontbinding, geen bederf.

Zo vervulde Jezus ook dit 2e feest. Op dat feest van de ongezuurde broden was alle zuurdeeg verdwenen. Zuurdeeg bevat een schimmel, die het goede deeg verzuurt.

Op dit feest verzuurde geen deeg, bedierf dus niets. Zo ook bij Jezus.

Paulus zegt hetzelfde in



Vers 29

Aartsvader David.

Hij is de stamvader van het koningshuis.


Zijn graf.

Het Griekse woord voor "graf" is mnēma.

Dat is een grafmonument, een graftombe.



Vers 30

Christus op Davids troon.

Nathan had gezegd, dat God voor David een huis zou bouwen, een koningshuis. Christus werd beloofd. Hij zal tot in eeuwigheid koning zijn.


Op zijn troon.

Op Davids troon. Gabriël zegt dat ook tegen Maria.



Vers 31

Zijn ziel en Zijn vlees.

Het lichaam van Jezus was in het graf (mnēma) en zag geen verderf. Hij was Het Paaslam en lag in het graf op het feest van de ongezuurde broden. Op dat feest was er nergens zuurdeeg, nergens kon deeg bederven. Zuurdeeg hoort niet bij het Pascha. Zo vervult Jezus ook het 2e feest van God. Zijn lichaam ging niet over tot ontbinding. Hij ziet geen verderving.

De geest van Jezus was niet in de grafspelonk (mnēma), maar Zijn geest was in hades, het dodenrijk.

De geest is de persoon die in het lichaam woont.

Niemand redt zich uit sheool = dodenrijk volgens

Het dodenrijk heeft 2 afdelingen.

De goede afdeling noemt Jezus" het paradijs". Daar waren Abraham en Lazarus. Daarheen ging ook Jezus met één van de moordenaars.

Dit is de "nederdaling ter hel", maar Jezus ging niet naar "gehenna = helse vuur", maar naar "Hades = dodenrijk".

Dan klopt de chronologische volgorde van de twaalf artikelen ook precies.


Mijn ziel.

"Ziel" betekent hier: "mijn persoon." Vgl. Jakob ging met 70 zielen naar Egypte.

De mens bestaat uit geest, ziel en lichaam.

De ziel (=psyche) hoort bij het lichaam. Een eeuwig levende ziel kent de bijbel niet. Die gedachte komt van Plato. Onze géést leeft eeuwig.


Graf.

Het graf van Jezus heet in het Grieks: mnēma.

Het grondwoord dat in deze tekst gebruikt wordt, is Hades = rijk van de dood.

De SV vertaalt zelfs met "hel". Maar het Grieks voor hel is: gehenna.

Dat is het helse vuur.

Daar is God niet.


Nedergedaald ter hel.

Dit is één van de twaalf artikelen van het geloof.

De twaalf artikelen zijn chronologisch gerangschikt. Ze staan in tijdsvolgorde.

De nederdaling ter hel kan dan NIET zijn de verlatenheid door God toen Jezus aan het kruis hing en Hij riep:"Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?" Dan had dit geloofsartikel vóór het sterven van Jezus moeten staan.

Jezus is in het graf (eigenlijk in het dodenrijk = hades) NIET verlaten door God lezen we hier.

In Psalm 16 staat: sheool en ook dat is niet het "helse vuur".

Het Hebreeuwse sheool is hetzelfde als het Griekse Hades.



Vers 32

Drie goddelijke personen.

In vers 32 en 33 komen we Vader, Zoon en Heilige Geest tegen.


Wij zijn getuigen.

De opstanding is een feit.

Als Petrus dit zegt, zijn daar veel ooggetuigen aanwezig, misschien wel alle 120 personen.

Paulus somt nog meer getuigen op.



Vers 33

Door Gods rechterhand.

De belofte van de Heilige Geest.

De Geest in OT en NT.

  1. Onder het OT kwam de Geest alleen op speciale personen, op bepaalde momenten, tbv een speciale opdracht. B.v. Bezaleël in Exodus 31: 2-3. Ook Aholiab kreeg de Geest. Exodus 35:34-35. En de 70 oudsten in Numeri 11:24-25. Onder NT woont de Geest in élke gelovige.
  2. Nu, onder het NT, heiligt de Heilige Geest ons en maakt Christus aan ons bekend en maakt ons Zijn beeld gelijk. Dat kon niet onder het OT voordat Jezus kwam.



Vers 34

Zit aan Mijn rechterhand.

Jezus zit daar niet als koning, maar als Hogepriester.

Hij pleit daar voor ons.



Vers 35

Totdat.. vijanden zijn onderworpen.

Jezus zit nu in de hemel als Hogepriester totdat...

Hij gaat het koningschap aanvaarden.

Daarna komt Hij naar de aarde, op de Olijfberg.

Jezus heeft dan al Zijn heiligen bij zich.

De vijanden worden aan Hem onderworpen. De antichrist en de valse profeet gaan in de hel.



Vers 37

Hoe stel jij je open voor de Heilige Geest?

1. Je moeten je bekeren en je laten dopen, dan zul je de gave van de Geest ontvangen.

2. Bid om de Heilige Geest, dan zul je de Geest krijgen.

3. Heb "dorst" naar de Geest.

4. Kom naar Jezus. Hij doopt in de Heilige Geest.

5. Drink. Door te drinken krijg je iets binnen. Dit is ook een beslissing van jouw wil.

6. Geef je over aan God. Hij wil dat jouw lichaam een tempel van de Heilige Geest is.



Vers 38

De gave van de Geest.

De belofte van de gave van de Geest hoort bij de bekering en vergeving, maar is niet het gevolg van de doop.


Bekering.

Metanoia

Meta = anders.

noia = denken.

Het wordt ook vertaald met berouw.

Heb afkeer van je zondige leven.

Romeinen12:2


Wedergeboorte en bekering.

Bekering en daarna dopen.

Vergeving is vrucht van bekering. De echtheid van de bekering komt tot uitdrukking in de doop.

Doop tot vergeving.

Letterlijk:

Hun zonden werden vergeven toen ze geloofden en zich bekeerden. Daarná werden ze gedoopt als zichtbaar getuigenis. Ze bevonden zich dus al in de vergeving waarin ze gedoopt werden.

Galaten 3:26-27 heeft geloof en doop naast elkaar.


Calvijn.

Kinderen worden gedoopt op de toekomstige bekering en het toekomstige geloof.

Wat Calvijn zegt is totaal anders dan "dopen in vergeving", zoals in deze tekst staat.


Gave van de Geest.

Dat is een synoniem van:

  1. Belofte van de Geest. Handelingen 1:4.
  2. Doop met de Geest. Handelingen 1:5.
  3. Uitstorting van de Heilige Geest. Handelingen 2:17

In Handelingen 11:16-17 vind je twee van deze uitdrukkingen.

De doop met de Geest ontvangen we op het moment dat we gaan geloven.



Vers 39

Voor u is de belofte.

De belofte van de Geest is gebonden aan bekering en vergeving.

Deze belofte is voor u, mits u zich bekeerd.


Voor u en uw kinderen.

Deze "u" zijn ongelovige, ongedoopte Joden.

Ook "uw kinderen" zijn nog ongelovige en ongedoopte kinderen.

Wie "deze belofte" alleen reserveert voor kinderen van gelovigen verdraait de tekst.

Deze belofte wordt hier tot ongelovige ouders en ongelovige kinderen gericht.


De belofte komt ons toe.

Dit is de belofte van de Heilige Geest. Zo staat het in

De discipelen moesten wachten op "de belofte van de Vader".

Ook Handelingen 2:33 spreekt zo.

Ook het verband met vers 38 toont duidelijk aan dat het om de beloofde Heilige Geest gaat.

De doop met de Geest is voor ieder die gelooft en zich bekeert. Die is ook voor kinderen die tot geloof komen. De verzegeling / doop met de Heilige Geest volgt op het geloof.

Wat is deze belofte niet?

Deze belofte gaat NIET over de opname in het verbond met Abraham, zoals dat in ons doopformulier wordt aangehaald.

Door het gelóóf worden ook heidenen kinderen van Abraham. Hij is onze geestelijke vader. Gelovigen hebben hetzelfde geloof als Abraham. Abraham is een vader van de gelóvigen, maar NIET een vader van de gedoopten.

Veraf zijn.

Dat zijn de heidenen. Ze worden door Gods woord geroepen. Ook zij zullen, als ze geloven, de gave van de Geest ontvangen.

Hoe krijg je hier deel aan?

  1. Boete doen en veranderen van gezindheid t.o.v. God en van de zonde. Geloof in Jezus.
  2. We moeten ons bekeren en de zonden laten.
  3. We moeten gedoopt worden, dus openlijk Christus belijden en met Hem in een nieuw godzalig leven wandelen. Christus aandoen noemt Galaten 3:27 dat.
  4. We moeten ons ONvoorwaardelijk overgeven aan Zijn wil. Hem in alles gehoorzamen.
  5. We moeten dorsten naar de Geest. Johannes 7:37-39.
  6. We moeten pleiten op Gods belofte en bidden om de Geest. Lukas 11:13.
  7. Geloof dat je de vervulling met de Heilige Geest zult ontvangen. Markus 11:24.
  8. In Handelingen 8:17 staat ook nog dat je de Geest kunt ontvangen door oplegging van handen.



Vers 41

Geloof en doop.

Maar... als de doop ons wél bij de gemeente van Christus voegt, dan is dat des te meer bewijs dat doop en geloof samen gaan.

De gemeente is immers een vergadering van ware christenen.

In deze tekst is de volgorde:

  1. Geloven.
  2. Dopen.

Wat zegt de NGB over de doop?

Volgens de Nederlandse Geloofsbelijdenis worden we door de doop "in de Kerk Gods (= gemeente van Christus) ontvangen"... om geheel Hem toegeëigend te zíjn. (het gaat dan om échte gelovigen)

De doop dient ons tot getuigenis, dat Hij in eeuwigheid onze God zal zijn, ons zijnde een genadig Vader. Zo heeft Hij dan bevolen te dopen al degenen, die de Zijnen zijn.

Klopt dit wel voor baby's?


Hoe is de eerste gemeente?

  1. Ze nemen Gods woord aan, dus Zijn gelovigen.
  2. Ze leggen hun oude zondige leven af. Ze sterven aan de zonden. Die dode oude mens wordt in het doopwater begraven. Ze gaan leven in een nieuw leven met Christus. Romeinen 6:3-4.
  3. Ze bestuderen de Bijbel. Handelingen 2:42.
  4. Ze onderhouden gemeenschap met elkaar. Vers 42.
  5. Ze vieren het avondmaal en verkondigen zo Jezus' dood.
  6. Ze bidden samen. Vers 42.
  7. Ze komen regelmatig bij elkaar. Hebreeen 10:25.
  8. Ze aanbidden en loven God.

De grootte van de plaatselijke gemeente is vaak bepalend of de bovenstaande 8 punten goed in praktijk kunnen worden gebracht.

De eerste gemeenten waren huisgemeenten, maar vormden samen 1 gemeente.

Het organisme moet géén organisatie worden.


Welke doelen heeft de gemeente?

  1. Extern naar de omgeving. Mattheus 5:13-16.
  2. Intern naar de omgeving. Ef 4:11-16.
  3. Extern naar de onzichtbare wereld. Ef 3:10.
  4. Intern naar de onzichtbare wereld. Ef 4:13. Kolossenzen 1:28.

Het fundament van de gemeente.

  1. Jezus. 1 Corinthiërs 3:11. Kolossenzen 2:7.
  2. Apostelen en profeten. Ef 2:20.
  3. Geloof. Kolossenzen 1:23.
  4. Liefde. Ef 3:17.

Gaven in de gemeente.

Ambten in de gemeente.

Meerdere sprekers.

Grootte van de gemeente.

3000.

Toen Israël zondigde met het gouden kalf, toen brak Mozes de wetstafels. Daarna stierven er 3000 Joden.

Hier maakt de Heilige Geest er 3000 levend op de dag dat de wetgeving werd herdacht.



Vers 42

4 pijlers van de gemeente.

  1. Onderlinge liefdesgemeenschap.
  2. Gebed.
  3. Breking van het brood, avondmaal.
  4. Onderwijs in het woord.

Dit zijn ook kenmerken waaraan we zien dat de Heilige Geest in ons woont.



Vers 43

Wonderen en tekenen.

Wonderen en tekenen ondersteunden het gepredikte woord.



Vers 45

Ze verkochten hun bezit.

De eerste gemeente in Jeruzalem was niet arm.

Later is dat wel zo, want Paulus collecteert voor de gemeente in Jeruzalem.

Komt die armoede door de vervolgingen?

Of...omdat ze hun bezit verkochten en de wederkomst van Jezus uitbleef?



Vers 46

Met vreugde.

Dat hoort bij de vrucht vd Geest.

Ook Jezus verheugde zich in de Geest.



Vers 47

Genade bij heel het volk.

De eerste gelovigen waren waarschijnlijk wetsgetrouwe Joden. De mensen achtten deze gelovigen hoog.

Later voegden zich bij hen:

Persoonlijke vraag:

Heb je de Heilige Geest ontvangen?

In dit hoofdstuk staan daar veel kenmerken van.


Kenmerken dat we de Heilige Geest hebben.

  1. Geloofszekerheid. Handelingen 2:36.
  2. Gehoorzaamheid aan de Heere. Handelingen 2:36. Je noemt Christus jouw Heere.
  3. God groot maken. Handelingen 2:11.
  4. Volharden in gebed. Handelingen 2:42.
  5. Gelijkvormig worden aan Christus. Handelingen 2:25.
  6. Gevoel. Je krijgt een hart van vlees ipv een stenen hart. Handelingen 2:37.
  7. Je gaat getuigen. Handelingen 2:11.
  8. Je ontvangt geestesgaven. Handelingen 2:4 bv. tongentaal.
  9. Geestelijke strijd. Handelingen 2:13.
  10. Je hebt de vrucht van de Geest. Galaten 5:22. Handelingen 2: 45-46.

Dagelijks bekeerlingen.

De gemeente bestond nog steeds uit allemaal gelovige Joden.

Cornelius was de eerste heiden die Christen werd.



<