Hoofdstuk 1


Vers 1

Voor wie schreef Johannes?

  1. Voor Joden.
  2. Voor Grieksdenkende Joden.

Philo van Alexandrië schreef over Logos. Johannes sluit daarbij aan. Het Woord is...


Bijbellezen en uitleg.

Een bijbeltekst heeft altijd maar 1 uitleg. Er kunnen wel meerdere toepassingen zijn.

Uitzonderingen hierop zijn profetieën. Die kunnen meer vervullingen hebben.


Dit evangelie.

Het hele evangelie speelt in Jeruzalem en omgeving. Veel nieuwe stof, als aanvulling op de andere evangeliën.


Het Woord was bij God.

Letterlijk:

Woord=Thora.


Was God.

Er staat in de grondtekst NIET "een god". Dat zeggen de Jehova's getuigen.

Jezus heet zelf ook HEERE

God heet in

hetzelfde als Jezus in


Het Woord als Schepper.



Vers 3

Jezus als Schepper.



Vers 4

Het leven.

Licht.



Vers 5

Het Licht in de duisternis.

Niet begrepen.

Waarom niet?



Vers 6

Johannes de Doper.

God zoekt geen geschikte mensen. We moeten als Johannes de Doper ons toewijden en leven uit de kracht van God.



Vers 7

Hij.

Johannes de Doper.


Van het Licht getuigen.

Dat Licht is Jezus.


Het doel van Johannes.

De mensen naar de Messias leiden, opdat ze in Jezus zullen geloven.

Johannes bracht evangelie.



Vers 8

Hij.

Dat is Johannes de Doper.



Vers 9

Licht van de wereld.

In Jesaja 60:1 heet het Licht ook de heerlijkheid van de HEERE.



Vers 10

Jezus als Schepper.



Vers 11

Het Zijne.

Dat is het volk Israël.



Vers 12

Aannemen.

Aannemen wat God ons aanbiedt.

God biedt Zijn Redder aan, Jezus. We nemen Hem aan als onze Heer en Meester. We worden navolgers van Hem. Dat wordt voor iedereen duidelijk zichtbaar. Wie in Hem gelooft, is zalig, die hééft eeuwig leven!

Volgens Johannes 1:16 is "aannemen" hetzelfde als "ontvangen". In het Grieks staat hetzelfde woord. Het gaat dus over geloven.

Hem aannemen.

Jezus vraagt:"Geef Mij jouw hart".

Dit klinkt als een huwelijksaanzoek en dat is het ook.

Wie het "ja-woord" aan Jezus geeft (= in Hem gelooft), die neemt Hem aan als Bruidegom en Hij neemt jou als Bruid.

Wie Jezus als Bruidegom heeft is (schoon)kind van de Vader en ook erfgenaam van Hem en mede-erfgenaam van Christus.

Daar spreekt de tekst over.

Ook Paulus spreekt over het aannemen van Jezus.



Vers 13

Uit bloed.

Niet uit ouders met wie we bloedbanden hebben.


Wil van het vlees.

Niet door de wil van onszelf.


Wil van een man.

Niet door een ander mens.


Uit God.

Alle gelovigen zijn door de Heilige Geest wedergeboren.

Jezus zelf is ook uit God geboren.



Vers 14

Het Woord werd vlees.

God werd mens.

God daalde af in ons bestaan.

Hij voldeed aan Gods wil.

Zo maakte Jezus het mogelijk voor ons om tot God te gaan.


Onder ons gewoond.

Letterlijk:

Ons lichaam wordt vergeleken met een tent.

Jezus is waarschijnlijk op het Loofhuttenfeest geboren en heeft zo letterlijk in "een tent" gewoond.

Hij woonde daarna in Nazareth en ging later wonen in Kapernaüm.

Zijn heerlijkheid aanschouwd.

Toen Jezus rondging en predikte, zag men geen heerlijkheid aan Hem. Hij was mens als de andere mensen.

De discipel Johannes zag de heerlijkheid van Jezus toen hij met Jezus op de berg van de verheerlijking was.

Deze heerlijkheid lijkt op gebrandschilderde ramen. Je moet binnen in de kerk zijn om de heerlijkheid van de gebrandschilderde ramen te zien. Dan krijg je licht van buiten. Licht van de Heilige Geest laat ons heerlijkheid in Jezus zien.

Wie de Geest niet heeft en buiten staat, ziet ook geen heerlijkheid in Jezus.

Toen Asaf ín Gods heiligdom stond, toen zag hij pas goed hoe het was met het geluk van de goddelozen.

De inwendige heerlijkheid van Jezus blijkt ook uit Zijn genade. Hij is er vól van.

Zo openbaarde God Zichzelf ook: genadig!

Genade.

In de verzen 14 t/m 17 staat 4x het woord genade. Verder komt het woord "genade" niet meer voor in dit evangelie.



Vers 16

Volheid.

Jezus is vol van genade.

Ontvangen.

Dat is in de grondtekst hetzelfde woord als "aannemen" in vers 12.


Genade op genade.

Dat is toenemende genade.



Vers 17

Wet en genade.

Het staat hier náást elkaar, NIET tegenover elkaar.

Genade was er ook in OT.

Israël werd door genade uit Egypte verlost. Daarna kwam de wet.

De wet eist, maar geeft geen genade. Dat geeft Jezus.


Door Jezus gekomen.

Openbaar geworden.



Vers 18

God zien?

Mozes wilde God zien, maar God zei dat het niet mogelijk was.

In de schoot.

Jezus was dus heel dicht bij de Vader.

Hij zit nu, als Mens, aan de rechterhand van God. Hij is daar nu Hogepriester.

Aan ons verklaard.

Hij kent de Vader als geen ander. Hij heeft op aarde over de Vader verteld.



Vers 20

Ik ben de Christus niet.

Letterlijk: dé Christus.



Vers 21

Ik ben Elia niet.

De Joden nemen het koninkrijk NIET aan en ook Jezus de Koning niet.

Dus zei Johannes:"Als Hij de Messias niet is, dan ben Ik Elia niet."

Zie aantekeningen bij Mattheus 11:14.


De profeet.

Over een profeet zoals Mozes had God gesproken.



Vers 23

Een stem die roept.

Door deze opmerking zegt Johannes de Doper dat hij de wegbereider is van de Messias.

Later herinnert Jezus de farizeeërs aan dit woord van Johannes de Doper.

Was dit een woord van God of van de mensen? Johannes de Doper had duidelijk gezegd wie Jezus was en door wie Jezus was aangesteld.



Vers 25

Waarom doopt u?

Het antwoord staat in vers 31.



Vers 26

Ik doop.

Zie aantekeningen bij:



Vers 27

Ná mij komt Hij.

Jezus begint Zijn werk ongeveer ½ jaar nadat Johannes de Doper zijn prediking begon.


Vóór mij geworden.

Jezus zelf is de Schepper volgens



Vers 28

Bethabara.

Zo is de onderdompeling op grond van geloof een kwestie van gehoorzaamheid.


Bethabara ligt bij de oversteek van de Jordaan als men van Sichem oversteekt naar Gilead.



Vers 29

Het Lam.

Waaraan denkt Johannes?

Lam van God. Lam voor God.

God geeft dit Lam.

Dat is een feit.

Dit Lam is ook voor God.

Hij is onze verzoening.

Zie.

Het is net als bij de koperen slang. Wie keek naar de slang, werd gered.


Zonde.

Het woord staat in enkelvoud.

Het gaat over de mácht van de zonde.

De bron van elke zonde. Eens schaft Jezus de zonde als macht, die de wereld beheerst, definitief af.

Waar het om gaat is niet in de eerste plaats dat gelovigen van hun zonden verlost worden, hoe groot dat ook is, maar dat álles verlost wordt uit de mácht van de zonde.


Zonde wegnemen.

Voor verzoening heeft het Grieks 2 woorden.

  1. Katallassoo: wegnemen van zonde als oorzaak van de scheiding.
  2. Hilaskomai: wegdoen, stillen van Gods toorn. God is rechtvaardig en ziet de zonden NIET door de vingers. Door Jezus' striemen, hebben wij gelovigen verzoening gekregen. Hij droeg de straf voor ons. Nu kan God ons barmhartigheid bewijzen.

Zonde van de wereld.

De bok op de verzoendag droeg de zonde van het volk.

Jezus, het Lam Gods, draagt de zonde van de wereld.



Vers 30

Van Wie ik zei.

Dit zei Johannes de Doper een dag eerder.



Vers 31

Het doel van de doop van Johannes.

Hier geeft Johannes antwoord op de vraag van de farizeeërs.



Vers 32

Johannes getuigt.

Twee rabbijnen bevestigden een nieuwe rabbi. Zo kreeg hij autoriteit.

Bij Zijn doop wordt Jezus als rabbi bevestigd en krijgt Hij Zijn autoriteit.

  1. God de Vader spreekt Zijn getuigenis: Dit is Mijn Zoon..."
  2. De Heilige Geest daalt op Jezus neer als een duif.

In Markus 11:28-31 wijst Jezus hierheen terug. Ze vragen immers naar Zijn autoriteit.



Vers 33

In de Heilige Geest gedoopt.

Dan zijn we als een droge spons. We "drinken" ons vol en we lopen over. Er gebeurt dus echt iets.

Stromen van levend water zullen uit ons vloeien, naar anderen toe.


Waterdoop is dan ook een teken van de doop met de Heilige Geest. Door de doop met de Geest komen we in het lichaam van Christus, Zijn gemeente.



Vers 35

2 discipelen.



Vers 36

Het Lam.

Heidenvolken offerden kleine lammetjes, melklammeren.

Israël hadden een 1 jarig lam als paaslam. Dat was al een bijna volwassen dier.

Ook Jezus was volwassen toen Hij Paaslam was.



Vers 39

Rabbi.

Rabbi is een theologische titel. Dat geeft aan dat Jezus gestudeerd heeft.

Jezus had een hoge opleiding en mocht daarom discipelen hebben. Dat mochten gewone rabbi's niet.

Hij was een rabbi met autoriteit.



Vers 42

Messias / Christus.

Messias: Hebreeuws.

Christus: Grieks.



Vers 43

Hij leidde hem tot Jezus.

Dat is de opdracht voor elke gelovige: breng mensen bij Jezus.



Vers 44

Waar vond Jezus Filippus?

In de buurt van Beth-Abara waar Johannes doopte.



Vers 45

Bethsaïda.

=vishuis.


Hier kwamen 3 discipelen vandaan.

  1. Andreas.
  2. Petrus.
  3. Filippus.

Jezus wilde naar Galilea.

Jezus vond Filippus waarschijnlijk niet in Galilea.



Vers 46

Wij hebben Hem gevonden.

Wij = Andreas, Petrus en Filippus.


Wat schreef Mozes over Jezus ?

Wat schreven de profeten over Jezus?

Jezus, de zoon van Jozef.

Letterlijk: een zoon van Jozef.

In Mattheus 13:55 worden 4 broers van Jezus genoemd. Jezus was de oudste in het gezin.



Vers 47

Uit Nazareth?

Nathanaël kende Micha 5:1 en wist dat de Messias uit Bethlehem zou komen.


Kom en zie.

Filippus leidt Nathanaël tot Jezus.

Hij deed zoals Andreas ook deed met Petrus.



Vers 52

Engelen klimmen en dalen.

Jezus is de "ladder". Hij is de Weg tot de Vader.

Niemand komt tot de Vader dan via Jezus.

Zoon des Mensen.

Zo noemt Daniel 7:13 de Zoon van God. Daniël ziet Hem komen met de wolken.

Steeds als Jezus Zich "Zoon des Mensen" noemt, weten de farizeeërs heel goed wat Hij bedoelt.



<