Hoofdstuk 9


Vers 1

Sommigen.

Jezus bedoelt waarschijnlijk:

Koninkrijk van God.

Jezus bedoelt:

Mattheus 16:28.



Vers 2

6 dagen.

In Lukas 9:28 staat 8 dagen.

In die tijd kon Jezus best van Galilea naar de Olijfberg.

Op de Olijfberg was de sjechina, de wolk van God.

Veranderd van gedaante.

Markus gebruikt hier het woord: metamorfose, gedaanteverwisseling.


Grieks-Romeinse auteurs gebruiken deze term om de metamorfoses van de goden te beschrijven. Dit betekent dat Jezus ook in het evangelie van Markus volledig als goddelijk wordt voorgesteld. Zijn metamorfose op de berg maakt duidelijk dat Hij altijd al God is geweest.



Vers 4

Waarover spraken zij?



Vers 10

Uit de doden.

De discipelen wisten wel van opstanding. Dat wist Martha ook. Dat hadden ze zelf gezien.

Maar... "opstanding van tussen de doden uit" was hun vreemd.



Vers 21

Van jongs af.

Derek Prince:



Vers 23

Als u kunt geloven.

Jezus legt het "kunnen geloven" bij de mens. Het is de verantwoordelijkheid van de mens.

God geeft óns een gebod om in Jezus te geloven.



Vers 25

Bevrijding en uitdrijving

Uit de formulering van Jezus wordt duidelijk, dat bij een uitdrijving een demon nader benoemd of omschreven mag worden.

Uitdrijven gebeurt altijd



Vers 29

Vasten.



Vers 44

Worm.

Het grondwoord wijst naar een diertje dat speciaal dode lichamen eet, zoals maden van vliegen.


Oude manuscripten.

Vers 44 komt in belangrijke manuscripten niet voor.

De NBV21 en de Willibrordvertaling laten deze tekst dan ook weg.



Vers 46

Worm.

Het grondwoord wijst naar een diertje dat speciaal dode lichamen eet.



Vers 49

Met vuur zouten.

Offer en zout.



Vers 50

Verbond, met zout bekrachtigd.

2 Partijen voegden zout bij elkaar tijdens een verbondssluiting.

Het verbond werd pas opgeheven als ieder zijn eigen zoutkorrels terugkreeg.

Het was dus een eeuwig verbond.



<