Hoofdstuk 3


Vers 1

Waarover gaat dit lied?

Een gebed.

Dit gebed is volgens Habakkuk 3:19 ook een psalm.


Sjigjonot.



Vers 2

Toen ik Uw tijding hoorde.

Toekomstperspectief.

In vers 16 is Habakuk hevig ontsteld. Hier, in vers 2, is hij bevreesd. Dat is omdat er veel leed te wachten staat. Dit pleit voor een lied met toekomstperspectief.


Heere, Uw werk, behoudt dat..

Habakuk bidt voor Gods werk:

In het midden van de jaren.

Jeremia profeteerde later dat de ballingschap 70 jaren zou duren.

Habakuk zag het leed van de ballingschap of van de latere diaspora of van de grote verdrukking en hij bidt of God Zijn volk in die tijd toch wil bewaren.


Denk in Uw toorn....

De toorn van God en de toorn van het Lam worden vooral zichtbaar in de grote verdrukking.



Vers 3

Kwam of komt?

De Messias komt uit Teman. Dan heeft dit lied een profetische vervulling in de eindtijd.


Spreekt Habakuk over het verleden?

God.

Er staat: ělôwahh = godheid.

Dat kan zijn:

  1. God.
  2. Jezus Christus.
  3. Afgod.

In deze tekst is het waarschijnlijk Jezus, de Messias.


Teman.

Een stad in Edom.

Sela.

Deze profetie kan een aanvulling zijn van Jesaja 16:1. (zie de aantekeningen).

Daar staat:

Volgens Mattheüs moet Israël in de eindtijd vluchten naar de bergen (van Paran?).

Volgens Daniël ligt Paran / Petra (in Jordanië) net in het gebied dat buiten de invloedsfeer van de antichrist ligt.

Een veilige plek dus. Het ligt ook in de woestijn. In de eindtijd vluchten de Joodse gelovigen daarheen.

Micha 2:12-13 vertelt ook over volk in Bozra, een stad dichtbij Sela / Petra. De Messias haalt Zijn volk op en leidt ze naarJeruzalem.

Volgens Jesaja 33:16-17 zullen de rechtvaardigen in Bozra (= versterkte schaapskooi) een schuilplaats vinden en de Messias, hun Koning, zien.



Vers 4

Lichtstralen kwamen / komen uit Zijn hand.

Het laat zien dat de Heere met kracht kwam

Glans als van zonlicht.

In deze uitdrukking herkennen we ook Jezus, zoals Hij in Openbaring 1:16 wordt beschreven.

Hij komt met grote macht en heerlijkheid als Hij wederkomt.

Hij komt als "Zon van de gerechtigheid".



Vers 5

Voor Hem uit ging/ gaat de pest.



Vers 6

Hij stond / staat en de aarde schudde / schudt.

Hij staat...

Jezus daalt op de Olijfberg.

De aarde schudt.

De Olijfberg splijt in tweeën.


De aloude bergen schudden.

In de strijd van God tegen Gog, de koning van Magog, één van Gods vijanden in de eindtijd, lezen we in Ezechiel 38:20 zelfs van bergen die omvergehaald worden.


Heidenvolken springen op.

Zacharia 14:1-4.

Ezechiel 38:22-23.

Jezus rekent ook persoonlijk af met de antichrist en de valse profeet.



Vers 7

Kusjan.

Plaats onbekend, maar omdat het samen met Midian wordt genoemd, zou het een plaats in Saoedi-Arabië kunnen zijn.

Midian.

Midian ligt in het huidige Saoedi-Arabië. In dat land ligt ook Mekka, het centrum van de Islam, de bakermat van de profeet Mohammed. De "valse profeet", de compagnon van de antichrist

lijkt een moslim te zijn, ook gezien zijn naam "profeet" en zijn straffen, nl. onthoofding.

Midian zal sidderen als Jezus komt. Hij werpt de antichrist en de valse profeet in de hel.

Aan alle afgoderij maakt Hij een eind.



Vers 8

Rivieren en zee in het verleden.

Als we in het verleden zoeken, dan kan het hier gaan over de

Maar... we lezen daarbij niets over Gods grimmigheid. We lezen ook niets over Gods paarden. Paarden en wagens zijn dan beelden van Gods hulp. God was niet boos op de rivier of de zee, maar God gaf Israël hulp.


Tegen de rivieren ontbrand?

Machtige vijandige volken worden met overstromende rivieren vergeleken.

Volgens Ezechiel 38:9 komt vijand Gog als een verwoesting tegen Israël . De Messias keert Zich tegen deze vijanden.

De priester Zacharias zingt ervan in zijn lofzang dat de Messias van de vijanden zal bevrijden.

Dat U op paarden reed / rijdt..

Uw wagens brachten / brengen heil.

In Zacharia 6:1 lezen we het visioen van 4 (strijd)wagens.

Drie wagens trekken naar vijandelijk gebied, naar het noorden, naar het westen en naar het zuiden.

Eén wagen, met rode paarden, blijft bij Jeruzalem, ter bescherming.

Gods Geest rust in het Noorderland (het land van Gog) volgens Zacharia 6:8.

Gods toorn komt dan tot rust door het uitgevoerde oordeel.

Gaat het in onze tekst over het oordeel over Gog, de koning uit het noorden, beschreven in Ezechiel 38 en Ezechiel 39?


Tegen de zee.

Het grondwoord betekent

De zee kan hier de Middellandse zee zijn. Dat is "onze zee" zeiden de Romeinen. Het is dus ook de zee van het herstelde Romeinse Rijk waar de antichrist zal heersen. In Zacharia 6:6 zien we ook de witte paarden met de derde strijdwagen van God naar het westen gaan, naar het rijk van de antichrist. De antichrist is ook het beest uit de zee.

Dat beest kwam ook uit de afgrond.

Volgens Exodus 15:5 (SV) kan zee en afgrond hetzelfde zijn.



Vers 9

U haalde / haalt Uw boog tevoorschijn.

Hij gaat Zijn rijk stichten.

Gods boog.

Als God Zijn boog gebruikt, loopt het slecht af met de getroffenen. Dat zal in de toekomst zeker met de goddelozen gebeuren.

Meer over Gods boog lezen?

Zie aantekeningen bij Openbaring 6:2.


De rivieren splijten de aarde.

De SV vertaalt:

Dat kan dan slaan op de Jordaan toen Jozua naar Jericho trok.

Het gebeurde opnieuw door Elia en Elisa, net vóór en ná de hemelvaart van Elia.



Vers 10

Bergen beven. Waterstroom.

Zacharia 14:4.

Ezechiel 38:19 vertelt over een zware aardbeving als God in de eindtijd de strijd aangaat met Gog, de koning van Magog.

Een vloed van water...

Als God de vijand Gog vernietigt, is dat als een wegspoelende regen.

Of gaat het over de tempelrivier???

Als het vrederijk er is, zal er een tempelrivier in de tempel ontstaan. Dat is levenwekkend water. Verschillende profeten schrijven daarover.



Vers 11

Zon en maan stonden / staan stil.

Uw pijlen.

Bliksemschichten?



Vers 12

In het verleden vertrapte God.

God verdreef 7 heidenvolken uit Kanaän.

In gramschap. (Toekomst)

Als God de strijd aangaat met de vijand Gog, dan lezen we van Gods grimmigheid en verbolgenheid.

In toorn.

U vertrapt de heidenvolken.

In de volgende teksten gaat vertrappen en grimmigheid samen. Ook in die teksten gaat het over de eindtijd en Jezus' afrekening met de vijanden.



Vers 13

Tot heil van Uw volk.

Als dit slaat op de hulp die God gaf bij de intocht in Kanaän, dan blijft het toch moeilijk wie dan "de Gezalfde" is. David leeft 400 jaar ná de intocht.


Dit gedeelte kan ook niet slaan op de tijd dat Nebukadnezar Jeruzalem verovert. Dat was géén tijd van heil, maar juist van groot onheil. God streed zelf tégen Israël.

Als Jezus wederkomt, komt Hij om Zijn gelovige overblijfsel te verlossen.

Dan komt God wél tot heil van Zijn volk. De Gezalfde is dan Jezus.

Hij wordt Koning van de Joden.

Tot heil van Uw Gezalfde.

Het huis van de goddeloze verbrijzeld.

Ook Gog wordt vernietigd



Vers 14

U doorboorde / doorboort met zijn eigen pijlen.

Om mij te verspreiden.

Mij = Israël.


Zij stormden aan..

In de toekomst gebeurt dat wel. Koning Gog trekt vanuit het noorden naar Israël om Israël te overvallen en te beroven en te verwoesten.



Vers 15

Uw paarden.

Als Jezus met Zijn heiligen komt, dan rijden ze op paarden.



Vers 16

Grote angst bij Habakuk.

Habakuk zoals Daniël.

Het vergaat Habakuk zoals later de profeet Daniël. Die zag de verschrikkingen van de antichrist en hij schrok ook vreselijk en zijn kleur veranderde.

Wachten op de dag van de benauwdheid.

Het volk dat ons zal aanvallen.



Vers 17

Grote armoede en grote zorg.

De gelovigen die in de grote verdrukking zullen leven, zullen weigeren om het teken van het beest, de antichrist, te dragen. Zij kunnen dan niet meer kopen of verkopen en vervallen tot grote armoede. Ze worden ook vervolgd.



Vers 18

Toch in de HEERE van vreugde opspringen.

Uit alle ellende is één uitweg en dat is Jezus.

Als de Messias komt, zal Israël Hem met vreugde ontvangen.

Jezus heeft dat voorzegd in

God van mijn heil.

God = Ĕlôhîym.

Ĕlôhîym is meervoud, goden.

Het kan betrekking hebben op:

God, Jezus, de engelen, zullen allemaal voor het heil zorgen dat Habakuk ook ziet. Daar verblijdt hij zich in.



Vers 19

De HEERE Heere.

In de grondtekst staat:

Op mijn hoogten.

In Deuteronomium 32:13-14 is het ook Israël dat op de hoogten van de aarde treedt. Dat betekent daar een tijd van grote voorspoed.

In het vrederijk van de Messias zal Israël de machtigste natie op aarde zijn en zal grote voorspoed hebben.


De Messias zelf gaat vooraan. Israëls gelovige overblijfsel mag Hem volgen.

Amos 4:13 spreekt over God Die op de hoogten van de aarde treedt.



<