Hoofdstuk 19


Vers 2

Heiligheid.

Wees heilig.

We moeten Gods beeld laten zien.

Wij moeten ook anders zijn.

We zijn apart gezet.

Maak ons een volk HEERE, heilig en rein.


Dien de HEERE met blijdschap.

Exclusieve liefde geeft exclusieve blijdschap.

De wet richt ons op God. Dat geeft vreugde.

In een hybride-godsdienst vind je geen vreugde.

HEERE, mijn God, ik zal U loven!



Vers 19

Niet vermengen.

Dit is een duidelijk principe van God.

Leven we heilig?

Zijn we op zondag anders dan door de week?

Ben ik een christen uit één stuk?

We geven ons voor 100% aan God.

Zo is God toch ook naar ons toe?



Vers 23

De kern van Leviticus 19:23-25 is dat Israël moest erkennen dat vruchtbaarheid en overvloed van de HEERE komen. Door de eerste jaren af te zien van de vrucht en het vierde jaar aan God te wijden, leerde het volk:

Opmerkelijk is dat de eerste drie jaar de vrucht "onbesneden" wordt genoemd (Hebreeuws: arel). Dat woord wordt elders gebruikt voor iets dat nog niet geschikt of toegewijd is voor Gods dienst.
De gedachte lijkt te zijn: de boom moet als het ware eerst worden "gereinigd" of "toegewijd" voordat de vrucht volledig geschikt is voor gebruik.



Vers 27

Baard

Letterlijk: Je baard niet uittrekken als je een dode hebt te betreuren. Context is dus rouw.

Heidenen deden dat om voorouders te vereren.



Vers 28

Inkerving.

Het gaat hier om heidense rouwgebruiken. Die passen niet bij God.

Ook tatoeages horen bij de "wereld". Juist het geloof overwint de wereld.

Tattoos passen dus niet bij het christen-zijn.



Vers 31

Dodenbezweerders .

Het aanroepen vd geesten van gestorvenen is occult en wordt hier streng verboden. In werkelijkheid worden demonen aangeroepen.

Het gebeurt via een medium. Het eerste medium was een slang.

Het Hebreeuws zegt dat de dodenbezweerder een "oov" heeft (= een geest van een dode). In werkelijkheid is het een demon in de bezweerder. Het is vaak een waarzeggende geest.

Moderne spiritistische verschijnselen.

  1. Visioenen
  2. Boodschappen doorgeven.
  3. Tafeldans. Een groep raakt licht een tafel aan. Zodra de tafel gaat bewegen zegt men het alfabet op. De tafel "klopt" bij een bepaalde letter. Zo ontstaan antwoorden op vragen.
  4. Spreken in trance.
  5. Automatisch schrijven.
  6. Kloppen van een klopgeest.
  7. Materialisatie ( verschijning van een overledene).
  8. Telekinese = bewegen van voorwerpen zonder aanwijsbare oorzaak.
  9. Levitatie = vrij zweven van een menselijk lichaam.



<