Hoofdstuk 16


Vers 1


Nadat en Abihu waren gestorven.

Joodse traditie leest op de verzoendag Jona.

Jezus, de Verzoener, wijst later zelf naar Jona

Enige verplichte vastendag.



Vers 3

Brandoffer.

Naar het Heilige der heilige.


Volgorde:

  1. Heilige linnen kleding aandoen. Vs 4
  2. 5 dieren kiezen : 1 stier + 1 ram voor Aäron. Ook 2 bokken + 1 ram voor het volk. De beide rammen zijn brandoffers.
  3. Het lot werpen over de bokken.
  4. De stier slachten.
  5. In het heilige der heiligen bloed sprengen. 1x op verzoendeksel, 7x vóór de ark op de grond
  6. De bok slachten.
  7. In het heilige der heiligen bloed sprengen 1x en 7x op grond (Zo wordt het heiligdom gereinigd)
  8. De reiniging van het brandofferaltaar met het bloed van de stier en de bok (7x sprengen) vs 19.
  9. De zonden van het volk op de levende bok leggen. Vs 21.
  10. Bok naar woestijn. Vs 22.
  11. Wassen en omkleden. (Vs 24) 2 brandoffers: ram voor hogepriester + ram voor volk. (Vs 3 en vs 5).
  12. 2 brandoffers (voor hogepriester +volk).
  13. Het zoenoffer met het vet van de bok en de stier. Vs 25.
  14. Het wassen van lichaam + kleding van de begeleider van de bok. Vs 26.
  15. Het verbranden van de resten van de bok en de stier buiten het legerkamp. (vs 27). Hebreeen 13:11.
  16. De persoon, die alles verbrandde, wast zijn lichaam en kleding. Vs 28.



Vers 5

Twee bokken als zondoffer.

Een zondaar kon nooit 2 dieren als één zondoffer offeren. Dan was het ene dier zondoffer en het andere dier brandoffer.

Dat is ook in deze tekst het geval. Niet beide dieren zijn zondoffer, maar uit deze twee dieren wordt door het lot een zondoffer aangewezen.



Vers 7

Zijn beide bokken een beeld van Jezus?

Jezus deed verzoening met Zijn eigen bloed. Zonder bloedstorting is er geen vergeving.

  1. De bok voor Azazel, die de woestijn ingestuurd werd, bracht géén verzoening, want zijn bloed werd niet vergoten.
  2. De bok voor Azazel werd weggestuurd, nadat er verzoening was gedaan. Leviticus 16:20.
  3. Twee offerdieren werden nooit op hetzelfde moment als één zondoffer gebracht. Als het ene dier zondoffer was, dan was het andere dier een brandoffer.
  4. Het werpen van het lot maakte een scherp onderscheid tussen de twee bokken.
  5. In het boek Henoch komt de naam Azazel voor. 1 Henoch 9:4-6. Hier is Azazel de bron van het kwaad op aarde. Dat wijst duidelijk naar satan. In 1 Henoch 10:4-8 draagt God de aartsengel Rafaël op om Azazel te binden en in de woestijn te werpen.



Vers 8

De weggaande bok was voor Azazel.

Het lot voor de bok voor God moest het liefst in rechterhand komen. De laatste 40 jaren voor de tempelverwoesting kwam dit niet meer voor. Deze levitische verzoening was na het offer van Christus niet meer belangrijk.

Ook bond men een karmozijnkleurige wollen draad aan de hoorns van de bok. Onuitwasbaar.

De draad verbleekte altijd, zodat Israël de vergeving kon zien, maar in de 40 jaren vóór de tempelverwoesting gebeurde dat niet meer.

Bijzonder.

De Joden zelf vermelden deze feiten.


Azazel.

De weggaande bok is voor Azazel, een demon.

In het hedendaagse Hebreeuws komt de uitdrukking nog voor:

De Hebreeuwse tekst geeft aan dat deze tweede bok wordt prijsgegeven aan Azazel.

De eerste bok is "voor de HEERE".

De tweede bok is "voor Azazel"

Dit geeft aan dat Azazel een persoon is. Hij wordt gezien als een demon, misschien wel satan zelf.



Vers 10

Azazel.

De Hebreeuwse tekst geeft aan dat deze tweede bok wordt prijsgegeven aan Azazel.

De eerste bok is "voor de HEERE".

De tweede bok is "voor Azazel"

Dit geeft aan dat Azazel een persoon is. Hij wordt gezien als een demon, misschien wel satan zelf.


Om daarmee verzoening te doen.

De bijbel kent 2 manieren om verzoening te doen.

  1. Verzoening in reddende zin, dus door vergeving doordat een offerdier plaatsvervangend stierf. Leviticus 4:35.
  2. Verzoening in straffende zin. De terechtstelling van de schuldige bracht verzoening. Numeri 35:33. Numeri 25:11-13.

In straffende zin werd door de bok voor Azazel verzoening gedaan. Deze bok stelt satan voor. Hij is de aanstichter van alle zonden. Die zonden worden door de hogepriester op de bok gelegd en naar Azazel gestuurd. Uiteindelijk zal de aanstichter ook gestraft worden, dus straffende verzoening.

Deze bok is dus geen beeld van Jezus.


Zie aantekeningen bij



Vers 12

Reukwerk bij de ark.

Dit was een goddelijk voorschrift op de verzoendag.

De hogepriester ging dan drie keer het heilige der heiligen binnen.

  1. Met reukwerk.
  2. Met bloed van de stier.
  3. Met bloed van de bok.

Of... toch 2x het heiligdom binnen als de hogepriester reukwerk en bloed van de stier tegelijk meenam.



Vers 14

Besprenkeld bloed.

1x Op het verzoendeksel, er is maar 1 God.

7x Voor het verzoendeksel, op de grond. De verzoening voor het volk was zo af.


Er waren 7 plaatsen waar op de verzoendag bloed besprenkeld werd:



Vers 16

Verzoening voor het heiligdom.

De zonde van de zondaar gaat over op het offerdier. Het offerdier brengt de zonde in het heiligdom. Die zonde blijft daar tot de verzoendag. Op die verzoendag worden ook het heiligdom en de priesters gereinigd.

De hogepriester offerde eerst een stier voor zichzelf en de priesters.

Daarna offerde hij de bok voor het volk.



Vers 17

Geen enkel mens mag in het heiligdom zijn.

Als de hogepriester in het Heilige der Heiligen gaat, mag er niemand in het Heilige zijn.

De hogepriester moet het voorhangsel wegschuiven. Iemand die in het Heilige zou zijn, zou dan een blik op de ark kunnen werpen. Dat mocht niet, dat zou zijn dood betekenen.

Zo is het ook geestelijk. Iedereen staat "buiten", als Jezus met Zijn eigen bloed verzoening gaat doen in de hemel.

Pas als die verzoening gedaan is, hebben we een vrije toegang tot God.


2x uit het Heilige der Heiligen.

Type van Christus.

Christus komt ook 2x uit het hemelse heiligdom.

Verzoening voor heel Israël.

Die verzoening hing ook af van de boetvaardigheid van de mensen.



Vers 18

Hoe gaat het in de 3e tempel?

In de 3e tempel wordt 2x per jaar verzoening / ontzondiging gedaan.



Vers 21

Bok voor Azazel.

Bok wordt "tot zonde gemaakt".

Wat tot zonde gemaakt is, sterft buiten de stad.

Iemand is uitgekozen om bok weg te brengen.

Vgl Simon van Cyrene.


Op de verzoendag waren ook de andere bok en de stier met zonden beladen (zondoffers). Hun bloed kwam op het verzoendeksel en daarna werden de dieren buiten de stad verbrand.


2e bok, beeld van satan.

De bok voor Azazel sterft pas nadat de hogepriester het heiligdom heeft verlaten en het bloed van deze bok wordt niet in de tempel gebruikt. Als we dus het schaduwritueel verbinden met de toekomstige werkelijkheid in Christus dan betekent dit dat Jezus Christus als de Hogepriester bij Zijn wederkomst de vloek van de zonden zal terugleggen op degene die aan de oorsprong van alle verleiding heeft gestaan, satan. De duivel ‘die hen verleidde’ zal nu, als de aanstichter, het oordeel, onder­gaan, waarbij zijn kop uiteindelijk zal worden vermorzeld , nadat hij in eerste in­stantie in de afgrond zal worden geworpen en opgesloten.

  • Openbaring 20:1-4.
Daarna verdwijnt hij in de hel.




Vers 23

Volgens Maimonides werd de linnen kleding nooit hergebruikt, maar bleef bewaard in de tabernakel/tempel.



Vers 24

In mooie kleding brandoffer brengen.

2 rammen ( vs 3 en vs 5)



Vers 27

Hebreeen 13:11



Vers 30

Verzoening van zonden van mens tot God.

Zonden van mens tot mens moest men goed maken in de 10 verschrikkelijke dagen die aan de verzoendag vooraf gingen.



Vers 33

Het heiligdom werd gereinigd met betrekking tot de onreinheid van de Israëlieten.

Die onreinheid was tijdens de dagelijkse diensten overgebracht in het heiligdom.



<