Vreemd vuur.
Het vuur op het brandofferaltaar was door God zelf aangestoken.
Dat was heilig vuur en moest steeds blijven branden.
Vreemd vuur is vuur dat niet afkomstig is van het brandofferaltaar.
Dronkenschap?
Er was mogelijk ook dronkenschap in het spel.
God spreekt daarover met Aäron.
Dit is de enige keer dat God met Aäron spreekt.
Nadab = edel.
Abihu = hij is mijn vader.
Familieleden dragen de priesters weg. Ze waren nog niet IN het heiligdom.
Tegen Aäron .
Nu spreekt God tegen Aäron.
Dat is alleen hier gebeurd.
Nu was God heel dichtbij hem in het grote verdriet. Dat moet hem zeker gesterkt hebben.
Op klassikale vergaderingen van onze Nederlandse kerk waren geregeld klachten over predikanten die teveel hadden gedronken.
Vlees eten.
De zonde van de zondaar gaat over op het offerdier. Het offerdier brengt de zonde in het heiligdom. De priester eet van dit offer. Die zonde blijft zo in het heiligdom tot de verzoendag. Op die verzoendag worden ook het heiligdom en de priesters gereinigd.
De hogepriester offerde op de verzoendag eerst een stier voor zichzelf en de priesters.
Daarna offerde hij de bok voor het volk.