Hoofdstuk 11


Vers 1

Darius de Mediër. Wanneer?

Dat is waarschijnlijk dezelfde als de koning Darius, die Daniël in de leeuwenkuil liet werpen.

Hij was waarschijnlijk een vazal van Cyrus.

De tijdsaanduiding zal dus dezelfde zijn als het 3e jaar van Kores = Cyrus, zoals staat in

Ik.

In Daniel 10:13 wordt er iemand 21 dagen door een demon, de vorst van Perzië, tegengehouden. Dat is waarschijnlijk een engel. Dat zou hier de "ik-figuur" kunnen zijn.


Hem.

Het meest waarschijnlijk is dat dit Michaël is. Dan wordt die bijgestaan door Gabriël. Hem wijst dan terug naar

Dit gebeurde toen het visioen van de zeventig jaarweken vertoond werd aan Daniël.


"Hem" kan ook terugslaan op Darius.



Vers 2

4e Perzische koning.

Na Cyrus komen:

  1. Cambyses II, zoon van Cyrus. (529-521)
  2. Pseudo-Smerdis Gaumata (521-) Hij was een usurpator.
  3. Darius I de Grote (522-486)
  4. Xerxes I (Ahasveros) 486-465. Uit het boek Esther.

Xerxes I vecht bij de pas van Thermopylae tegen de Grieken. Koning Leonidas van Sparta houdt 3 dagen stand, maar als een verrader, Ephialtes, de Perzen een bergpad wijst, dan worden de Spartanen in de rug aangevallen en winnen de Perzen.

Zijn Perzische vloot wordt verslagen bij Salamis.

Xerxes I verliest ook de slag bij Plataeae.



Vers 3

Een machtige koning.

Alexander de Grote , de Koning van Macedonië.

Hij is de bok die de ram, het Perzische rijk, zal verslaan.



Vers 4

Alexander sterft als hij 33 jaren is.

Alexander de Grote heeft bij zijn dood geen opvolger.

4 Generaals verdelen het rijk, de vier Diadochenrijken:

  1. Lysimachus in Tracië en Bithinië.
  2. Cassander in Macedonië en Griekenland.
  3. Seleucus Nicator in Syrië en Babel tot India
  4. Ptolemaeüs in Egypte, Kanaän en Arabië.

De familie van Alexander de Grote werd vermoord.



Vers 5

Koning van het zuiden.

In het zuiden regeerde Ptolemeüs I Soter over Egypte.


Eén van zijn vorsten.

Dit is Seleucus I Nicator, koning van Syrië.

Die wordt de koning van het noorden.


Hoe bekijken?

De genoemde windstreken worden steeds bekeken vanuit Israël.

Israël is het centrum van de wereld.



Vers 6

De verbintenis.

Antiochus II Theos, koning van het noorden, van Syrië, wordt bondgenoot van Ptolemaeüs II Philadelphia, koning van het zuiden.

Berenice (Egyptische, dochter van Ptolemaeüs II) huwt met Antiochus II van Syrië. Dat huwelijk was bedoeld als middel tot vrede. Antiochus II scheidt daarvoor van Loadice. Toch verlaat hij Berenice weer en gaat terug naar Loadice. Die vergiftigt haar ex-man en laat Berenice +aanhang vermoorden. Loadice's zoon Seleucus Callinicus kan opvolgen.



Vers 7

Loot van haar wortels.

Berenice's broer is Ptolemaeüs III Euergetes. Hij wreekt Berenice. Hij verovert Seleucia en doodt koningin-moeder Laodice.



Vers 8

Ptolemaeüs III Euergetes had Seleucus II Callinicus verslagen, maar laat hem toch koning blijven. Hij zal hem zelfs enige jaren (10) met rust laten.



Vers 9

Hoe is deze tekst?

Onderstaande tekst is verschillend met SV en HSV, maar wel duidelijker.

Na tien jaar rust valt de Syrische koning Seleucus II Egypte aan. Zijn vloot vergaat in een storm. Zijn leger wordt verslagen. Hij keert terug naar Syrië.



Vers 10

Zijn zonen.

Twee zonen van de Syrische koning Seleucus II:

219-218 opmars naar het zuiden, naar Egypte.

Antiochus III de Grote verovert veel Egyptisch gebied.



Vers 11

Ptolemaeüs IV Philopator, koning van Egypte, verslaat Antiochus III koning van het noorden, van Syrië, bij Raphia 217 v C.



Vers 12

Die menigte weggevaagd.

De legers van Antiochus III zijn door Egypte verslagen.

Ptolemaeüs IV wil in overmoed in de tempel te Jeruzalem, in het heilige der heiligen.

Een onbekende macht houdt hem tegen.

Hij neemt wraak: in Egypte doodt hij 40.000 Joden .


Niet kunnen versterken.

Ptolemaeüs IV versloeg Antiochus III de Grote, maar hij benutte die overwinning niet. Hij trok terug naar Egypte en gaf zo Antiochus III opnieuw een kans.



Vers 13

Koning van het noorden komt terug.

Na 13 jaar valt Antiochus III de Grote opnieuw Egypte aan.



Vers 14

De koning vh zuiden is Ptolemaeüs V Epiphanes. Hij is pas 4 jaar oud.

Intriges in Egypte.


Gewelddadige mensen uit uw volk.

Joden kiezen de kant van Antiochus III de Grote, de koning van het noorden (Syrië) om zo een visioen te vervullen nl. de komst van het Messiaanse rijk.

Dat zal tevergeefs zijn.



Vers 15

Syrië verslaat Egypte.

Egypte stuurde generaal Scopas tegen Antiochus III de Grote.

Scopas verschanst zich in Sidon, maar wordt verslagen.

Antiochus’ overwinning bij Paneas (bij de bron van de Jordaan) leidde tot volledige controle over Judea door het Seleucidische rijk.


Belangrijk gevolg:
Vanaf dit punt valt Judea onder de Seleuciden, dus onder Antiochus III en later Antiochus IV Epiphanes (die we straks ook tegenkomen). Die verschuiving vormt de aanloop naar de Makkabese opstand later.



Vers 16

Het Sieraadland.

Antiochus III de Grote verovert Kanaän. Dat sieraadland hoorde eerst bij het gebied van Egypte. Seleuciden, het Syrische rijk, gaan nu de Joden helleniseren.


Sieraad.



Vers 17

Hij zal zijn zinnen.

Dat is de Syrische koning Antiochië III de Grote.

Hij komt met list. Hij geeft zijn dochter Cleopatra I aan de jonge Egyptische koning Ptolemaeüs V tot vrouw.

Zijn doel was een politiek bondgenootschap en vrede en samenwerking. Dat plan mislukt. Cleopatra kiest de kant van haar man en niet de kant van haar vader.


Antiochus III de Grote was bang voor de Romeinen die Egypte steunen en die ook zijn bondgenoot Filippus van Macedonië bedreigden.



Vers 18

De kustlanden.

Uit de kustgebieden van Klein-Azië moesten de Macedoniërs vertrekken in opdracht van de Romeinen.

Scipio is de generaal van de Romeinen.

Antiochus III de Grote komt Filippus van Macedonië te hulp, maar wordt bij Magnesia verslagen door generaal Scipio. Het Romeinse leger was maar ½ zo groot, maar verloor 500 man. Antiochus III verloor 50.000 man. De Carthaagse generaal Hannibal, de oude vijand van Rome, was nu generaal bij Antiochus III.

Antiochus III moest zich uiteindelijk onderwerpen aan Rome, zware schatting betalen en zijn zoon (de latere Antiochus IV Epifanes) als gijzelaar afstaan.



Vers 19

Einde van Antiochus III.

Antiochus III moet grote geldbedragen aan de Romeinen betalen.

Antiochus III de Grote trekt terug naar eigen land en vestingen.

Plundert een tempel van Bel, in Elymaïs in Perzië, maar wordt dan gedood. (187 v C)



Vers 20

Belastinginner.

Seleucus IV volgt op.

Hij strijdt tegen bankroet.

Hij moet enorme jaarlijkse schatting aan Rome betalen.

Belastinginner is Heliodorus. Hij wilde ook beslag leggen op tempelschatten in Jeruzalem. Deze gebeurtenis wordt beschreven in 2 Makkabeeën 3, waar Heliodorus de tempel probeert te plunderen, maar volgens het verhaal door hemelse tussenkomst wordt tegengehouden.

Deze Heliodorus vergiftigt koning Seleucus IV. Die komt dus niet om door oorlog.



Vers 21

Verzen 21-39.

Deze verzen gaan over Antiochus IV Epifanus. Ze bestrijken ongeveer 12 jaar.


Verachtelijk man.

Dat is de broer van Seleucus IV, namelijk Antiochus IV Epifanus. Hij was gijzelaar geweest in Rome. Zijn neefje Demetrius was eigenlijk, als zoon van Seleucus IV, de opvolger.

Door list grijpt Antiochus IV Epifanus de macht.



Vers 22

De krachtige armen.

Dat zijn de legers (armee) van Egypte.

Waarschijnlijk trok Ptolemaeüs VI Philometor op naar het noorden, maar werd verslagen door Antiochus IV Epifanes.


Vorst van het verbond.

Antiochus IV Epifanus zette ook hogepriester Onias III af (vorst van het verbond), omdat die anti-helleniseren was.

Onias III wordt opgevolgd door zijn broer Jason en later Menelaüs.



Vers 23

Met weinig volk machtig worden.

Waarschijnlijk gaat het hier over Antiochus IV Epifanus.

Door krijgslist neemt hij Pelusium in en trekt op tegen Egypte.

Met een kleine groep (dus niet door brute legermacht), weet hij strategisch steden of macht over te nemen. Denk aan sluwe militaire manoeuvres, paleiscoups, het winnen van loyale elites — hij weet met weinig middelen grote invloed te krijgen.



Vers 24

Als alles veilig is, trekt hij rijke provincies binnen op onverwachte, snelle en stille wijze. Denk aan verrassingstactieken en politieke infiltratie, in plaats van klassieke oorlogsverklaringen.


en doen wat zijn vaderen en voorvaderen niet gedaan hebben.
Antiochus breekt met het traditionele beleid van zijn voorgangers. Waar zij misschien voorzichtig of conservatief waren, gaat hij radicaal te werk: nieuwe tactieken, andere doelen, en meer bemoeienis met religie en cultuur (vooral t.o.v. het Joodse volk).


Onder hen uitstrooien= Antiochus rooft. Hij deelt veel uit onder zijn volgelingen, zijn soldaten.

Veel verarmde gebieden ontstonden. Veel opstanden. Dit kon zo niet doorgaan.



Vers 25

Tegen de koning van het zuiden.

Antiochus IV Epifanus valt in 170 Egypte aan. Ptolemaeüs VI Philometor wordt verslagen en Memfis wordt ingenomen. Antiochus IV krijgt controle over een groot deel van Egypte.

Ptolemaeüs VI Philometor wordt verjaagd door zijn broer Ptolemaeüs VII Fyscon.

Antiochus IV Epifanus komt nu met kracht naar Egypte en verslaat Ptolemaeüs VII Fyscon.


Plannen tegen hem beramen.

Ondanks zijn militaire kracht faalt de koning van het Zuiden. Waarom? Omdat er verraad of intrige binnen zijn eigen kring plaatsvindt. Dat kan wijzen op:
  1. Interne verdeeldheid in Egypte.
  2. Verraders aan het hof.
  3. Mogelijk zelfs valse bondgenoten die samenspannen met Antiochus.



Vers 26

Zij die met hem eten.

Ptolemaeüs VI Philometor verliest goodwill. Verschillende aanslagen op zijn leven. Hij verliest de veldslagen.


Er zullen er velen vallen.

De nederlaag van Egypte is rampzalig. Egypte gaat ten onder.



Vers 27

Deze 2 koningen.

Antiochus IV Epifanus en de verjaagde Ptolemaeüs VI Philometor spreken samen aan de onderhandelingstafel.

Samen zullen ze broer Ptolemeüs VII Fyscon verjagen.

Ieder is uit op macht in Egypte. Dat verbergt de één voor de ander. Ze spreken leugens.

Geen succes. Antiochus IV Epifanus heeft Alexandrië niet.


Want het einde wacht nog.

Of: want de eindtijd is nog niet gekomen.

Dit geeft aan dat de uiteindelijke vervulling van de profetie en de overwinning van Antiochus IV nog niet volledig plaatsvond. De “eindtijd” verwijst naar de definitieve vervulling van Gods plan, die pas later zal komen.



Vers 28

Antiochus Epifanes kon Alexandrië niet veroveren. Hij roofde veel en keerde terug naar Syrië. (169 v C).


Tegen het heilig verbond.

Menelaüs koopt het hogepriesterschap. Hogepriester Onias III wordt gedood.(171)

Antiochus IV Epifanus berooft de tempel in Jeruzalem , doodt veel Joden en keert terug naar Syrië.


Hellenisering van de Joden.

  1. In 167 komt er een altaar voor Zeus in de tempel.
  2. Iedere maand wordt er op de 25e dag een offer aan Zeus gebracht. Eigenlijk aan Antiochus zelf, want hij was op de 25e geboren.
  3. Dionysusfeesten. (wijngod)
  4. Varkensoffers.
  5. Besnijdenis verboden, want dat beschadigde het edele menselijke lichaam.
  6. Sabbat afgeschaft.



Vers 29

Op de vastgestelde tijd.

VdW:

Dat is 1½ jaar later.

Dat loopt niet zo goed af, want de 2 broers, Ptolemeüs VI Filometer en Ptolemeüs VII Fyscon, hebben zich verzoend en strijden samen tegen Antiochus IV Epifanus.

De “vastgestelde tijd” kan verwijzen naar een geplande tijd voor de veldtocht, een tijd die in Gods plan ligt. Het geeft aan dat deze gebeurtenis geen toeval is.



Vers 30

Kittiërs=

Westelijke kustlanden.

Kittim = Cyprus.

Het gaat over een Romeinse vloot.

Antiochus IV Epifanus belegert Antiochië. De Romein Popilius Laenas brengt de eis van de Romeinse senaat over: wegwezen uit Egypte. Popilius trekt een cirkel rond Antiochus IV Epifanus. Hij mag niet uit de cirkel. Hij moet eerst beloven Egypte te verlaten.

Dit maakte Antiochus IV woedend. Die woedde koelde hij op Israël.


Tegen het heilige verbond.

Antiochus IV Epifanus koelt zijn woede in Jeruzalem.



Vers 31

Krachtige armen.

Dat zijn legers van Antiochus IV.


Type van de antichrist.

Antiochus IV Epifanus kwam op sabbat in december, 25 chisleu in Jeruzalem. Joden vochten niet terug.

Tempel en burcht Sion ontheiligde hij.

De tempel kreeg een nieuwe naam: tempel van Zeus Olympus. De Joodse godsdienst werd verboden. Zo was Antiochus IV Epifanus hier een type van de antichrist. Hij zette een beeld van Zeus in de tempel. Hij offerde zwijnen. Hij roofde het heilige leeg.

Christus zet met deze tekst dit gebeuren in de eindtijd.

In vs 36 is ook sprake van DÉ koning, zonder aanduiding van noorden of zuiden. Dit is antichrist. Pas in vs 40 is weer sprake van koning van noorden of zuiden.

Het kan niet gaan over Antiochus IV Epifanes, want die stierf in Tabae, ten noorden van Suzan, en niet in Kanaän.



Vers 32

Nu gaat het over antichrist.

Nu gaat Daniël over andere dingen schrijven. Eindtijd.

Handelen tegen het verbond

Die inbreuk maken op het verbond = hellenistische partij. Ze huichelden dat ze het verbond wel hielden. In eindtijd zijn het Joden die God niet dienen, maar de antichrist volgen.


Het volk dat zijn God kent = gelovigen zullen hevig vervolgd worden.

Dat deed Antiochus IV, maar dat doet de antichrist ook.

Zij zullen grijpen...

Historisch gezien verwijst dit naar de Makkabeeën, een groep Joodse opstandelingen onder leiding van Mattathias en zijn zoon Judas Makkabeüs. Zij verzetten zich dapper tegen Antiochus en slaagden erin de tempel te heroveren en te reinigen (wat leidde tot het feest van Chanoeka).



Vers 33

Die wijs zijn.

Later kwamen daaruit de farizeeërs. Deze wijzen onderwezen alle eeuwen uit de torah. Dat kostte grote offers:

Dagen lang.

Gedurende dé dagen = tijdspanne tot grote verdrukking.

Dus niet: dagen lang.



Vers 34

Weinig hulp=

ttv Makkabeeën, maar vooral na 135 n C. Verdrukte minderheid. Dat is zo tot nu toe.

Veel Joden verlieten hun geloof onder grote druk en vervolging. Ze sluiten zich aan bij de onoprechten.



Vers 35

Van de verstandigen.

Wijzen: zie vs 33

Ze dienen God en onderwijzen de torah. De antichrist vervolgt hen.

Tot de vastgestelde tijd.

Tot de tijd van het einde = voor de tijd van het einde worden ze onberispelijk gemaakt.

In dit vers wordt er een sprong in de tijd gemaakt.

Zo'n sprong in de tijd zie je ook in


Waarom moeten wij dit weten?

  1. Het laat ons Gods trouw aan Israël zien. Die trouw is eeuwig.
  2. We zien dat Gods profetieën letterlijk vervuld worden. Zo zullen ook de nog niet vervulde profetieën letterlijk vervuld worden.
  3. God zegt wat Hij bedoelt en Hij bedoelt wat Hij zegt.



Vers 36

Dé koning.

= antichrist.

Hij keert zich tegen God. Hij is de "kleine hoorn" die grote dingen spreekt tegen God.

Hij zal voorspoedig zijn totdat..

Dit "voorspoedig zijn" kan zolang de "toorn van God" , de grote verdrukking, nog niet teneinde is.

Wonderlijke dingen spreken.



Vers 37

Misschien is de antichrist een Jood. Dan is de God der vaderen dus JHWH. Hij dient satan. Het gaat hier echt niet over Antiochus IV Epifanus, want die diende Zeus.


Niet letten op de begeerte van de vrouwen?

  1. Messias, waar elke vrouw naar uitkeek?
  2. Thammuz. Ezechiel 8:14. De antichrist zal niet letten op de goden van de vrouwen.
  3. Homo?

Op munten.

Op munten staat:

Theos = god.

Hij staat afgebeeld als de god Zeus.

Zo is hij opnieuw een type van de antichrist.

Zo verheft ook de antichrist zich en laat zich als god vereren.



Vers 38

God van de vestingen.

Die god is waarschijnlijk "de gruwel".

Hij vereert satan.



Vers 39

God van de vestingen.

Macht zal de "god" van de antichrist zijn.


VdW:

Hij zal aanvallen tegen machtige vestingen m.b.v. een vreemde god (satan).



Vers 40

Wanneer speelt het?

"In de tijd van het einde". Wat nu volgt is niet terug te vinden in de geschiedenis. Het gaat over de eindtijd en over de antichrist.


De antichrist wordt vanuit zuiden en noorden (Ezechiel 38+ Ezechiel 39) aangevallen, maar hij zal de overwinning behalen. Waarschijnlijk moeten zijn legers snel uit Europa komen om Jeruzalem te verdedigen.

Door Edom, Moab, en Ammon trekt hij niet.

Eindstrijd in Openbaring 19.

In Openbaring 19:17-20 lezen we over de strijd van Jezus tegen Gog , de koning uit het noorden en de strijd tegen de antichrist en de valse profeet.

De kerkvader Hiëronymus noemt de geschiedschrijver Porphyrius die deze veldtocht van Antiochus IV Epifanus beschrijft. Ook in de Korte Verklaring wordt dit genoemd.

Dan is Antiochus IV Epifanus hier opnieuw een type van de antichrist.



Vers 41

Sieraadland.

Dat is Gods land, Israël.

De antichrist zal dat binnentrekken.


Moab, Edom, Ammon.

Dit is het huidige Jordanië.

Jezus waarschuwt om te vluchten naar de bergen.

Ook in Openbaring 12 vluchten de gelovige Joden (de vrouw) naar de woestijn. Daar ligt Petra.



Vers 42

Egypte.

Egypte is de "macht van het zuiden" die de antichrist aanviel.



Vers 43

Hij zal heersen.

De antichrist krijgt de controle over het geldsysteem. Hij geeft een teken aan voorhoofd of de rechterhand.

Wie dat teken niet heeft, kan niet kopen of verkopen.

Het gaat hier niet over Antiochus IV Epifanus, want die had niet de beschikking over de schatten van Egypte.



Vers 44

Dreiging uit oosten.

Bedreigingen uit oosten lezen we in

Legers uit China.

De Messias-koning beslist deze strijd.



Vers 45

Hij zal tot zijn einde komen.

Dat slaat NIET op Antiochus IV Epifanus, want die stierf in 164 in Perzië, ten noorden van Susan.

De ondergang van de antichrist (het beest) en de valse profeet lezen we in

Berg van het heilig sieraad.

Het Sierraadland is Israël.

De antichrist zal daar zijn tent opzetten.

We lezen ook dat de heidenvolken samenvergaderd worden in het dal van Josafat, het dal van het oordeel.



<