Hoofdstuk 34


Vers 1

Vgl Jeremia 23:1-2



Vers 2

Herders

Ze zoeken NIET het goede voor het volk, maar alleen voor zichzelf.



Vers 5

Verkeerde pad op

Omdat de leiders zo verkeerd waren, ging ook het volk het verkeerde pad op. Ze verlieten God.

Nu zijn ze verstrooid in ballingschap.



Vers 6

Mijn schapen

Israël blijft Gods volk.



Vers 11

God laat Israël nooit los.

Hij sloot een verbond en Hij houdt dat.



Vers 13

Jezus, dé Herder.

Dit zijn toekomstige zegeningen. Ze hadden in vervulling kunnen gaan bij Jezus' 1e komst. Maar toen verwierp het volk hun Messias.

Jezus is de goede Herder.



Vers 15

Ik zal ze weiden

Het gaat hier over de Messias, de enige Herder.



Vers 16

Welgedane en sterke

De goddelozen zullen weggedaan worden. Ze hebben géén deel in het vrederijk.



Vers 17

Oordeel

Er komt een scheiding tussen

Schapen en geiten enerzijds en rammen en bokken anderzijds.



Vers 19

Rijke beloften voor schapen

Jeremia 23:3

Jeremia 32:40-41



Vers 20

Vrederijk breekt aan.

Jezus zal rechtspreken tussen vette schapen, de ongelovigen, en de magere schapen, de gelovigen. De gelovigen worden vervolgd.



Vers 23

David = geliefde

Jezus wordt hier David genoemd.

Hij is



Vers 24

Jesaja 55:4

Leviticus 26:6

Jeremia 30:9

Jeremia 23:5

Hosea 3:5


Verbond van vrede

Dit verbond wordt met hen en voor hen gemaakt. Het is een eeuwig verbond.

Hosea 2:17

Jesaja 11:1-9

Jesaja 54:10

Ezechiel 37:26



Vers 25

Verbond vd vrede.



Vers 27

Hosea 2:20-27



Vers 28

Jesaja 11:1-9

Leviticus 26:13 verlost van de antichrist, net zoals vroeger van farao.



Vers 29

Plant van naam.

= Messias.



Vers 31

U bent mens.

De rabbijnen trekken hier de conclusie dat het volk als geheel Adam is, dus de door God uitgekozen vertegenwoordiger op aarde.



<