Hoofdstuk 27


Vers 3

Hoogmoed van Tyrus

Tyrus noemt zich "volmaakt".

Ook de HEERE spreekt zo over Tyrus.

Ook van Jeruzalem wordt gezegd dat ze "volmaakt is in schoonheid."



Vers 6

Kittiërs.

=Grieken of de Romeinen.



Vers 7

Elisa.

Van de Peloponnesus in Griekenland.

Elisa was een nakomeling van Jafeth.



Vers 8

Tyriërs zelf waren de kapiteins.



Vers 9

Gebal.

Gebal is een kustplaats. Daar waren de scheepswerven.



Vers 10

Huurtoepen.

Tyriërs waren zelf veel op zee. Daarom hadden ze huurtroepen.



Vers 12

Tarsis.

Overal langs de zee.

Schepen van Tarsis = zeeschepen.



Vers 13

Javan, Tubal...

Javan is westkust van Klein-Azië. Daar woonden de Ioniërs. Mesech: volken bij de Zwarte Zee.

Er was slavenhandel.



Vers 14

Togarma.

= Z-Rusland.

Armenië.

Togarma is een kleinzoon van Jafeth.



Vers 15

Dedanieten.

Uit Perzië.

Ze stammen af van Cham.



Vers 18

Chelbon.

Chelbon is waarschijnlijk Aleppo bij Damaskus.


De Perzische koningen wilden alleen Chelbonische wijn drinken.



Vers 19

Javan

Dat is Jemen.

Uzal is de hoofdstad.



Vers 25

Schepen van Tarsis.

Zeeschepen.



Vers 26

Oostenwind

=Nebukadnezar. Hij versloeg alleen de dochter-steden van Tyrus die langs de kust lagen.

Hij had hard gewerkt, maar kreeg niet zijn loon. Dat loon was Egypte



Vers 36

De val van Tyrus.

Alexander de Grote neemt Tyrus in.

Dat is het einde van Tyrus.



<