Hoofdstuk 23


Vers 2

2 vrouwen

  1. Hét 2-stammenrijk heet hier Oholiba.
  2. Het 10-stammenrijk heet Ohola.

In Ezechiel 16 lezen we van een baby die opgroeit tot huwbare vrouw.

Hier gaat het over volwassenen.


Dochters van één moeder.



Vers 3

Egypte.

De afval van God begon al vroeg. In hun jeugd al. Ze waren nog in Egypte.



Vers 4

Ohola = haar tent.

= 10-stammenrijk.

Haar eigen tent: Dat is de kalverendienst in Dan en Bethel. Jerobeam begon ermee.


De oudste.

Na Rehabeam heet alleen het 10-stammenrijk nog Israël.

De 10 stammen zetten de oorspronkelijke naam Israël voort. Daarom heet Ohola " de oudste".


Oholiba = Mijn tent is in haar.

Gods tempel stond in Jeruzalem.


Ze werden Mij tot vrouw.

God huwde Israël toen Hij een verbond sloot bij Sinaï.

Hier worden 2 vrouwen genoemd. Dat komt omdat het volk in tweeën gedeeld werd.



Vers 5

Verliefd op Assyrië.

We lezen over hechte relaties in:

Zulke allianties waren verboden. Men moest op God vertrouwen.



Vers 6

Blauw purper.

Blauw purper was heel kostbaar.

Assyrië was een macho-maatschappij. De elite maakte grote indruk door rijkdom, paarden, strijdwagens enz.



Vers 7

De avances van Ohola worden beantwoord.

Maar...tegelijk deed afgoderij zijn intrede.



Vers 8

De hoererij met Egypte.

Uit Egypte hadden ze de gouden kalveren, de Apisstier.

In het 10-stammenrijk ging men deze Egyptische afgod weer dienen in de tijd van Jerobeam. Een kalf stond in Dan, het andere in Bethel.



Vers 10

Minnaar wordt vijand.

Ohola wordt uitgekleed.

De vijanden stelen alles.


Ohola wordt gedood dwz. Er komt een eind aan het 10-stammenrijk. Dat deden de Assyriërs.



Vers 11

Oholiba = Mijn tent is in haar.

Oholiba is het 2-stammenrijk.

Gods tempel stond daar, in Jeruzalem.


Ze overtreft Ohola.

Onder Achaz gaat het 2-stammenrijk nog meer zondigen en het vindt een hoogtepunt t.t.v. Manasse.

De wegvoering van het 10-stammenrijk was niet voldoende waarschuwing.



Vers 12

Ook verliefd op Assyrië.

Koning Achaz wordt bedreigd door een coalitie van Israël en Syrië. Hij zoekt hulp bij Assyrië.



Vers 16

Juda wordt vazalstaat.



Vers 17

Ze rukte zich los van Babel.

In 2 Koningen 20:12 komt een gezantschap uit Babel naar Hizkia. Jesaja bestraft Hizkia daarover.

Hizkia keert zich van Babel af.

Dat gebeurde ook ttv. Zedekia. Hij pleegde meineed, brak het verbond en wilde Nebukadnezar niet langer dienen en zocht hulp bij Egypte.



Vers 20

Vlees :

geslachtsdelen.


Drift:

Geslachtsdrift.



Vers 22

Minnaars

Dat zijn de Chaldeeën uit Babel. Oholiba had zich van hen losgerukt.



Vers 23

Soldaten uit vazalstaten.

Het leger van Babel had ook veel soldaten uit vazalstaten. Die worden hier genoemd.



Vers 25

Neus en oren verwijderen.

Dat deed men in Egypte en Assyrië wel met overspeelsters.

Het waren straffen uit het heidendom.



Vers 28

Oholiba rukte zich los van Babel.

Zedekia verbrak het verbond en zijn eed.

Het 2-stammenrijk (Oholiba) zondigde zo erg, dat Samaria (Ohola) en Sodom er rechtvaardig bij leken.



Vers 31

Haar beker.

Dat is hetzelfde oordeel als wat over het 10stammenrijk kwam.

Dat oordeel is op het moment dat Ezechiël deze profetie spreekt, 180 jaar geleden gekomen over Samaria.



Vers 33

Dronkenschap.

Het is dus een grote beker, boordevol ellende.

Van 1 beker zal Juda dronken worden.



Vers 34

Aan scherven.

De dronken Oholiba kan de beker niet meer vasthouden.

De beker valt aan scherven. Ze verwondt zich.



Vers 36

Berechten.

De wetsbepalingen hoeven er niet te worden bij gehaald. De opsomming van de wandaden is al voldoende.



Vers 37

Door het vuur.

2 Kronieken 33:6.

Jeremia 7:31.



Vers 38

Mijn heiligdom



Vers 39

Op een dag.

Achaz offerde zijn zoon.

God kon het niet meer aanzien.

Daarom ging de "heerlijkheid van God " weg uit de tempel en vertrok naar de Olijfberg.



<