Hoofdstuk 48


Vers 1

Over Moab.

Jesaja 15 heeft ook profetie over Moab.

Jeremia heeft ook al een juk naar Moab gestuurd en daar zijn boodschap bijgevoegd.

Nebo.

Dat is de berg vanwaar Mozes het beloofde land mocht zien.


Ingenomen.

Dat gebeurt door de legers van Nebukadnezar.



Vers 2

Letterlijk:

Hesbon.

Dat is een grensstad. Daar beraadslaagden de vijanden over de aanval.

Hesbon was vroeger de hoofdstad van Sihon ttv Mozes.



Vers 7

Kamos

= hoofdgod van Moab.



Vers 8

Verwoester.

=Nebukadnezar.



Vers 9

Geef Moab vleugels.

Alleen vliegend zullen de Moabieten kunnen ontkomen.



Vers 11

Wijn en droesem.

In een wijnvat bezinkt de droesem. Zolang het druivensap op de droesem blijft, verandert het niet in lekkere wijn. Het houdt een wrange smaak. (Zonde).

Het sap moet steeds overgegoten worden. De droesem moet weg. Zo moet ook in ons leven een scheiding komen met de zonde. Moab bleef op de droesem, dus wrang, dus zondig. Moab is nooit overgegoten, nooit onrustig geworden.



Vers 12

Aftappers.

Dat zijn de vijanden.

Aftappers laten de wijn weglopen in een ander vat.



Vers 13

Kamos en Bethel.

In Bethel stond één van de gouden kalveren. Daar was afgoderij.

Kamos is de afgod van Moab.



Vers 25

Hoorn is teken van macht.



Vers 26

Maak hem dronken.

Moab krijgt uit de beker van Gods toorn.



Vers 27

Niet onder de dieven.

Israël kwam Moab nooit beroven. Maar als het leed Israël treft, lacht Moab zich krom.



Vers 32

De zee =Dode Zee



Vers 33

Geen vreugdegezang.

Het is een teken van oordeel als er géén vreugdegezang is bij het druiventreden.



Vers 36

Fluiten werden gebruikt bij rouwgebruik.



Vers 40

Arend =Nebukadnezar

Arend is ook vaak beeld vd vijand van Israël.

Deuteronomium 28:49

Jeremia 4:14

Jeremia 48:40

Jeremia 49:22

Klaagliederen 4:19

Hosea 8:1

Habakkuk 1:8



Vers 42

Hier staat dé zonde van Moab.



Vers 47

In Ezra 9:1 en Nehemia 13:1

Nehemia 13:23 lezen we over Moabitische vrouwen.

Jeremia 49:6



<