Jojakim??
Ws een verschrijving.
De mannen tegen wie Jeremia spreekt en die de jukken droegen die gaan naar koning Zedekia.
Deze tekst is bijna hetzelfde als Jeremia 26:1.
Hem, zoon en kleinzoon
Hem=Nebukadnezar
Zoon =Evilmerodach
Kleinzoon= Nabonnedus (+Belsazar)
Grote koningen
Koningen van Meden en Perzen.
Eigenlijk daagt Jeremia de valse profeten uit om te bewijzen dat ze profeten van God zijn.
Pilaren
Jachin en Boaz.
Zee
=koperen zee van Salomo, het "wasvat" vd tempel. Dat stond op stellingen en runderen.
Jeremia 52:17
Toen ging dit koper alsnog naar Babel.
Terugbrengen
Ezra kreeg weer voorwerpen mee terug. Ezra 1:9-11