Hoofdstuk 62


Vers 1

Nog steeds spreekt Jezus.

Niet stil zijn.

= geen rust nemen.

Jezus' werk is nu Zijn rijk van gerechtigheid over de hele wereld te stichten. Hij neemt geen rust .



Vers 2

Uw gerechtigheid zien.

Uw = Jeruzalem.

Jeruzalem zal zelfs een naam ontvangen waarin het woord "gerechtigheid" staat.

Wat is de gerechtigheid van Jeruzalem?

  1. De Heere, Hij is onze Gerechtigheid.
  2. De Messias. Jeremia 23:6.
  3. Heel Israël zag zalig worden. Jesaja 60:21. Romeinen 11:25-26.

Namen voor Jeruzalem.

Gerechtigheid zal dwingend opgelegd worden. De Messias heerst met ijzeren scepter.

Uw luister.

De glorie van Jeruzalem is de aanwezigheid van God en de aanwezigheid van de Messias.



Vers 3

U zult.

U = Jeruzalem.


In de hand van de HEERE.

HEERE = JHWH = Jahweh.


In de hand van Uw God.

God=ělôahh=godheid.

De HEERE en God.

De heerlijkheid van de HEERE is in Jeruzalem. Ezechiël zag reeds hoe die heerlijkheid van de HEERE weer in de derde tempel kwam.

Ook de Messias is als Mens en God in Jeruzalem. Hij regeert op Davids troon.



Vers 4

"Tegen uw land" :

VdW :

Jeruzalem, dus Israël, wordt bezitter van Gods land.


God verlangt naar Zijn bruid.

God kondigt naar andere volken af dat Zijn welbehagen naar Israël uitgaat. Dat is tegelijk een waarschuwing aan hun adres.

Israël is de bruid van God, de vrouw van God.



Vers 5

Zoals een jongeman trouwt.

Trouwt = Ba'al = tot heer zijn.(Dus niet trouwen).

De nadruk ligt hier op de beheerderstaak, dus leiding geven.

Jeruzalems zonen moeten dus het land besturen.


God verblijdt zich over u.

God = ělôah =

Hij, de Messias-Koning, verblijdt zich over Jeruzalem, Zijn hoofdstad en over Zijn land Israël en over Zijn volk Israël.



Vers 6

Wachters.

Hebreeuws: shâmar.

Wachters is eigenlijk onjuist.

Dan zou Jesaja een ander woord gebruiken.

  1. tsâphâh = uitkijkwachter.
  2. âyar = bewaker.

Beter : beheerder of opziener.

Waarschijnlijk zijn die wachters de zeven (aarts)engelen. Die vallen ook onder het woord "elohim".

Ze zijn er dag en nacht, ononderbroken. God stelt ze aan als opzieners over de stad.


VdW trekt het woord "zwijgen" (= de vrede bewaken) en het woord "niet" bij de laatste zin.

De vertaling wordt dan:

Gods stad wordt door de hoogste dienaren, de aartsengelen, bewaakt.


Gun u geen rust.

letterlijk "uw" ipv "u".


VdW:



Vers 7

Geef Hem geen rust totdat...

Blijf steeds bidden om de komst van Zijn aardse koninkrijk. God vindt dat belangrijk!

Gelovigen zijn reeds in het geestelijke koninkrijk.

VdW:

Dat laatste is nog niet gebeurd.

Als Jezus Koning in Jeruzalem zal zijn, dan zal Jeruzalem een lof op aarde worden.



Vers 8

Gods eed!

God zweert dat er rust en vrede zal zijn in het Messiaanse rijk. God zal Israël veel zegen geven.


Gods zegen in het vrederijk.



Vers 9

En de HEERE prijzen.

Voor brood en wijn wordt voortaan God geprezen. Het volk brengt God lof in de nieuwe tempel.


In Mijn heiligdom.

De derde tempel is er.



Vers 10

Bereid de weg voor het volk.

Volk=ammîm.

Israël was Lo-Ammi, niet Mijn volk. Nu is het weer Ammi, Mijn volk!

Hier is dat het "verbonden volk of verbondsvolk".


Een banier boven de volken.

In het laatste deel van de tekst zijn "volken" de aan God verbonden heidenvolken. Zij buigen voor de Messias.

Zij helpen om de wegen voor Israël te herstellen.



Vers 11

Zie uw Heil komt.

In het Hebreeuws voor "heil" klinkt Jeshua = Jezus.

Dus: Zie uw Jezus komt. Heil is dus een persoon, Jezus. Die heeft loon bij zich.

Zijn loon heeft Hij bij zich.

Zijn loon (=Zijn koningschap ) is bij Hem en Zijn arbeidsloon, Zijn taak (= bestuur) ligt vóór Hem. KJV heeft voor arbeidsloon "His work".



Vers 12

Het heilige volk.

Een heilig volk in een heilige stad in een heilig land bij de heerlijkheid van de heilige God.

Zelfs op de bellen van de paarden staat: heilig voor de HEERE. (Jehova)

In SV staat: de heiligheid des HEEREN.



<