1 Abib.
Ongeveer 1 jaar na de uittocht. Ze vertrokken op vijftien Abib.
De tabernakel wordt opgebouwd op één Abib.
Tent van ontmoeting
In Exodus 33:7 is er een andere tent die ook zo heet. De tabernakel was er toen nog niet.
Zalfolie en bloed.
Hebreeen 9:21 spreekt ook van bloed sprenkelen.
Dat hoorde ook bij de inwijding.
Eeuwig priesterambt.
Ook in de derde tempel zullen er nog priesters zijn. Ze komen uit de lijn van Zadok.
God blijft trouw aan Zijn belofte.
DNA-onderzoek naar priesterschap.
Het y-chromosoom wordt uitsluitend doorgegeven van vader op zoon. Er is dus een directe lijn.
Dr. Karl Skorecki deed onderzoek.
De onderzoekers ontdekten bij de priesters (kohanim) het "kohanim-haplotype" of het "cohen- modale-haplotype" (CMH). Het gaat over de y-chromosoomsignatuur die het meest voorkomt.
Dit CMH is bij priesters veel vaker aanwezig dan bij andere Joodse mannen. Het is overigens niet het enige haplotype dat voorkomt bij mannen die zeggen een priester te zijn. Dit CMH wijst op een gemeenschappelijke voorouder, Aäron.
Zo kan men genetisch de priesters achterhalen. Zo zal ook vervuld kunnen worden dat in de derde tempel priesters uit het geslacht van Zadok dienst zullen doen.
Noordkant.
Brood in tabernakel lag aan de noordzijde. Dat is de plaats van oordeel. Jezus stierf aan de noordkant van Sion. De stam Dan lag in het noorden. Dan=gericht.
In Numeri 7:89 gaat Mozes dan wel naar binnen.
Sjechina, de heerlijkheid van de HEERE.
Dag en nacht was er licht.
Overdag had men zonlicht.
's Nachts had men maanlicht, maar vooral licht uit de vuurkolom.
De heerlijkheid van God verlichtte hen.
Zo is het ook in het nieuwe Jeruzalem.