Hoofdstuk 38


Vers 1

Het brandofferaltaar.

Wetenschappelijke ontdekking.

Hout, overtrokken met koper, met hermetisch gesloten naden, blijkt absoluut onbrandbaar.

Vuurbestendig!

Hier zie je de nauwkeurigheid van de bijbel, de wetenschap ver vooruit.


Grootte.

5x5 ellen. Dus 2½ m x 2½ m.

Het getal 5 hoort bij mensen.

Wat deden we met onze handen en voeten?

Wat deden we met onze zintuigen?

Was dat tot eer van God?

Dat is onze verantwoordelijkheid.


Goddelijk vuur.

Op dit altaar brandde Goddelijk vuur, heilig vuur.

God had dit altaar zelf aangestoken.

Dit herhaalde zich bij de tempel.

Dit vuur moest men brandend houden en ook voor reukoffers gebruiken.

Nadab en Abihu, zonen van Aäron, namen vreemd vuur en stierven in de tabernakel.

Dat God een altaar aanstak gebeurde vaker.

Bij David.

Bij Elia.



Vers 8

Het wasvat.


Wat gaf jij aan God?

Als je dat doet, zal Hij er iets moois van maken.



Vers 9

De voorhof.



Vers 27

Voetstukken.



<