Hoofdstuk 29


Vers 1

Heiligen.

= afzonderen.


DNA-onderzoek naar priesterschap.

Het y-chromosoom wordt uitsluitend doorgegeven van vader op zoon. Er is dus een directe lijn.

Dr. Karl Skorecki deed onderzoek.

De onderzoekers ontdekten bij de priesters (kohanim) het "kohanim-haplotype" of het "cohen- modale-haplotype" (CMH). Het gaat over de y-chromosoomsignatuur die het meest voorkomt.

Dit CMH is bij priesters veel vaker aanwezig dan bij andere Joodse mannen. Het is overigens niet het enige haplotype dat voorkomt bij mannen die zeggen een priester te zijn. Dit CMH wijst op een gemeenschappelijke voorouder, AƤron.

Zo kan men genetisch de priesters achterhalen. Zo zal ook vervuld kunnen worden dat in de derde tempel priesters uit het geslacht van Zadok dienst zullen doen.



Vers 4

Tent van ontmoeting.

= tabernakel.



Vers 7

Zalfolie.

Volgens een speciaal recept bereid.




Vers 12

Altaar.

= Brandofferaltaar.



Vers 13

Op het altaar.

Deze stier was een zondoffer.

Het inwendige van de stier werd op het brandofferaltaar verbrand.

De rest van het zondoffer werd buiten het kamp verbrand.

Zo deed men ook met de zondoffers, stier en bok, die op de verzoendag geslacht werden.

Daarom stierf ook Jezus buiten Jeruzalem.

Zo kwam de schaduw overeen met het lichaam.



Vers 14

Zondoffer.

Een zondoffer herstelt wat verkeerd ging.

Voorbeeld:

Een vork valt op de grond. Dat is verkeerd.

De vork wordt opgeraapt en weer op de tafel gelegd. Zo wordt hersteld wat verkeerd ging.

Dat doet ook het zondoffer.

De zonde van de zondaar gaat over op het offerdier. Het offerdier brengt de zonde in het heiligdom. Die zonde blijft daar tot de verzoendag. Op die verzoendag worden ook het heiligdom en de priesters gereinigd.

De hogepriester offerde eerst een stier voor zichzelf en de priesters.

Daarna offerde hij de bok voor het volk.



Vers 18

Brandoffer voor de HEERE.

Letterlijk: brandoffer voor de HEERE alleen.



Vers 37

Ieder die het altaar aanraakt.

Ieder = elke priester.

Hij moet heilig zijn, anders mag hij dit werk niet uitvoeren.



Vers 39

Avond.

Letterlijk:



Vers 42

Bij de ingang.

Het brandofferaltaar stond daar bij de ingang van het heiligdom.



<