Boetpsalm.
Psalm 6 wordt een boetpsalm genoemd. Daarvan telt het psalmboek er zeven:
Psalm 6, 32, 38, 51, 102, 130, 143.
Op "De achtste".
Meerdere mogelijkheden.
Straf mij niet in uw toorn.
Als God dat zou doen, kan niemand bestaan.
Gebed met hoop.
David bidt, maar weet ook dat God zal verhoren.
Ook wij hebben die belofte van verhoring.
Moeiten in het leven.
We vinden een aantal aanwijzingen voor tegenslagen bij David:
Hoelang nog?
Hoelang duurt het nog voordat U tot mij terugkeert? ( vs.5)
Red mijn ziel.
Red mij.
Red mijn persoon.
Omwille van Uw goedertierenheid.
Goedertierenheid is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn. Het heeft ook te maken met verbondstrouw.
HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid.
Wie looft U in het graf.
David gaat zelfs nog een stapje verder: met vrijmoedigheid draagt hij zelfs een argument aan bij God om hem te redden.
Graf.
= sheool = dodenrijk.
Daar wordt God niet geprezen. Denk aan de rijke man die, vanuit de pijn in Hades, (=sheool in het Hebreeuws) Lazarus zag.
Onrecht bedrijven.
Dat doen de tegenstanders van David.
Horen en verhoren.
David spreekt in geloof.
God hoorde hem en God zal hem verhoren.
Hij weet hoe God is.
God is dezelfde, Hij verandert nooit.
Ook wij mogen zo op Zijn woord vertrouwen.
Verhoring.
In vers 10 geloofde David in de verhoring van zijn gebed.
Nu ziet hij al de vervulling van die verhoring, voordat het gebeurd is.
God neemt het voor hém op.