Hoofdstuk 37


Vers 1

Over de Psalm.

Alfabetische psalm, een acrostichon. Primair artistiek. Het diende ook om makkelijk uit het hoofd te leren. Het onderwerp wordt van a tot z besproken (Alef-tav).

Opdracht: vertrouw op de HEERE.


4 delen.

Ontsteek niet in woede.



Vers 3

4 opdrachten.

In de verzen 3,4,5,7 staan opdrachten voor ons.


Vertrouw op de HEERE.

Nu: positief wat men wél moet doen: vertrouwen en het goede najagen.

Bewoon de aarde = land.


Dat komt terug in

Dit wordt werkelijkheid in vrederijk.



Vers 4

Schep vreugde.

Lofprijzing is volmaakte vreugde in Hem.



Vers 5

Vertrouw op Hem.

Laat de Heere zorgen.

God verbindt daar in vers 6 een rijke belofte aan.


Hij zal het doen.

God zal handelend voor ons optreden.



Vers 6

Morgenlicht en middagzon.

Dit licht is voor ieder zichtbaar.

Zo zullen gerechtigheid en recht van de gelovigen zichtbaar worden voor iedereen.



Vers 7

Herhaling.

De eerste gedachten van deze psalm worden nu herhaald.

De weg van de boosdoener líjkt wel voorspoedig, maar dat is tijdelijk.


Verwacht Hem.

Vers 9 geeft een belofte voor de mensen die Hem verwachten.



Vers 9

De aarde bezitten.

Dus als de bozen uitgeroeid worden, is het nog niet het einde van de tijd.

De rechtvaardigen zullen op de aarde tot in eeuwigheid wonen. Er komt immers een nieuwe aarde.



Vers 10

In vs 9 stond "kwaaddoeners". Nu staat er "goddeloze".


Toekomstperspectief.

Dé goddeloze is de antichrist.

Jezus zal hem in de hel werpen. Dat is het einde van deze goddeloze.



Vers 11

Vreugde in grote vrede.

Hier lees je al iets van het vrederijk.

Als de goddeloze antichrist en de valse profeet weg zijn, dan begint het vrederijk. Dan wordt de aarde vol van de kennis van de HEERE



Vers 12

Een rechtvaardige heeft het recht aan zijn kant.

De goddeloze is boos.

Vs 14-16 verklaart de boosheid van de goddeloze.


De goddeloze.

De antichrist keert zich tégen de rechtvaardigen. Hij vervolgt hen en voert oorlog tegen hen, ja overwint hen.



Vers 13

De HEERE lacht hem uit.

Als Jezus wederkomt, betekent dat de ondergang van de antichrist en de valse profeet en Gog. Ook satan wordt 1000 jaar opgesloten.

De straf over de verdrukker is troost voor de verdrukte. Bemoediging om te volharden.



Vers 16

Het weinige van de rechtvaardige.

De rechtvaardige heeft vrede met God. Heeft eeuwig leven.



Vers 17

Gebroken armen.

Als een strijders gebroken armen heeft, dan zijn boog en zwaard waardeloos.



Vers 18

Dag en dagen.

Eeuwige erfenis.

In de hemel wordt de erfenis bewaard. Gelovigen zijn erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Jezus.



Vers 19

In tijden van honger...

Wat een moeilijke tekst voor gelovigen die vervolgd worden en voor hen die vluchtelingen zijn om het geloof.

Ook Paulus wist van honger lijden.



Vers 20

Kostbaarste van de lammeren.

Kostbaarste =

Het offer wordt verbrand.

Zo zullen de goddelozen weggedaan worden. Er blijft niets van over.



Vers 21

De goddeloze betaalt niet terug.

Is dit onmacht of onwil? Het kan ook slaan op het oordeel over de goddelozen. Het gaat zo slecht, dat ze niet eens kunnen teruggeven.



Vers 22

Zegen of vloek.

Tussen Gods zegen of Gods vloek zit een enorm verschil.

In de Thora wordt zegen naast vloek beschreven.



Vers 25

Ik heb nooit gezien...

Het lijden van de rechtvaardige is niet blijvend.

Spreekt David over zichzelf?




Vers 26

Ontfermt hij zich.

Dat is de rechtvaardige. Hij ontfermt zich en kan uitlenen.

Wie uitleent, heeft zelf nog iets over.

God zegent hem.



Vers 27

Doe het goede.

Wij, gelovigen, zijn in Christus gezegend.

God wil dat dit ook in ons dagelijks leven zichtbaar zal worden. We moeten Zijn beeld laten zien.



Vers 29

Voor eeuwig daarop wonen.

De rechtvaardigen mogen op de nieuwe aarde wonen.

Ons verblijf in de hemel is dus tijdelijk.



Vers 31

De wet in het hart.

Letterlijk: de Thora.

Wie de Thora in zijn hart draagt, lijkt precies op Jezus.

Als de wet in je hart zit, dan zijn Gods geboden een stukje van jezelf. Het doen van Gods geboden is dan niet moeilijk.



Vers 33

God verklaart hem niet schuldig.

De rechtvaardige is in Jezus. Jezus, De Rechtvaardige, is onze Bruidegom. Wij mogen Zijn Naam dragen en heten dus rechtvaardige-zondaar.

Wie rechtvaardig is, gerechtvaardigd is, wordt niet schuldig verklaard.



Vers 35

Gewelddadige goddeloze.

Ziet David hier toekomst?

Ziet hij de antichrist?

De antichrist is, net als Nebukadnezar, als een grote boom.

Een boom stelt een grote macht voor.

Hij wordt op een bepaald moment niet meer gevonden. Jezus gooit hem in de hel.

Jezus redt de rechtvaardigen. Dat lees je in de volgende verzen.



Vers 38

Wanneer worden de goddelozen weggevaagd?

Pas ná het vrederijk. We lezen dat in Openbaring 20. Satan gaat in de hel. De goddelozen worden geoordeeld voor de witte troon. Dan pas is er volledige vrede en rust.

Dan is het eeuwigheid en mogen de rechtvaardigen wonen op de nieuwe aarde.



Vers 39

Hun kracht.

Hun kracht is de HEERE, dus Kracht is beter.


Tijd van benauwdheid.

Als het hier over de antichrist gaat, is de tijd van benauwdheid de grote verdrukking.

In Openbaring 12:6 lees je dat de vrouw, het gelovige Israël, vlucht naar de woestijn. In die benauwdheid wordt Israël 1260 dagen door God onderhouden.



Vers 40

God is onze Toevlucht.

Voor ieder die tot God de toevlucht neemt, geeft God rijke beloften.

Op Gods beloften richt ons geloof zich. God maakt Zijn woorden waar.



<