Hoofdstuk 23


Vers 1

Verdeling.


In vs 4 gaat David over van "Hij" naar "U".

Alleen in de eerste en laatste psalmregel komt HEERE voor. David wordt zo omringd door JHWH = de HEERE.


God als Herder.

In het OT wordt God aangeduid als Herder.

Jezus als Herder.

In het NT lezen we 3x over Jezus als Herder.

Indeling van de psalm.

In het Hebreeuws bestaat Psalm 23 uit 55 woorden, 26+3+26.

De middelste 3 : want u bent met mij.

De getalswaarde van JHWH = 26.

Bijzonder toch.

De HEERE is vóór (26) en achter (26). Hij is met mij (3), ook in het dal van de schaduw van de dood.


Huis des HEEREN.

= tabernakel (vs 6).

In Davids tijd was er nog géén tempel.



Vers 3

Hij verkwikt mijn ziel.

Spoor.

= karrenspoor, platgereden.


Spoor van de gerechtigheid.

De HEERE zal David helpen om een rechtvaardige levenswandel vol te houden.

Dat deed de HEERE bv toen David Nabal wilde straffen.



Vers 4

Het dal van de schaduw van de dood.

God leidt ons niet om het dal heen, maar Hij gaat er doorheen. Moeilijk voor ons, maar Hij is erbij.

U bent met mij.

In vs 4 spreekt David de HEERE voor het eerst aan.

U bent met mij = in Hebreeuws zijn dat slechts 3 woorden. Daarvoor staan 26 woorden en daarna 26 woorden. Totaal 55 woorden.

De getalswaarde van de naam HEERE, JHWH=26.

In het eerste en laatste vers noemt David ook Gods naam, JHWH. De HEERE staat aan het begin en aan het eind en omringt David.

David ervaart sterk dat God bij hem is.

Hij heeft vaker in doodsgevaar verkeerd en verwacht dat dit nog vaker zal gebeuren.


God troost.

= God brengt Davids angst tot bedaren.


Stok.

Dat is een knuppel, waarmee de herder de roofdieren op een afstand houdt.



Vers 5

Herder wordt gastheer.

Het beeld van de herder gaat over naar de gastheer, de weide wordt een tafel.

David ervaart veiligheid.

Er zijn wel tegenstanders, maar ze kunnen geen kwaad doen.



Vers 6

Waardoor wordt David gevolgd?

Niet de vijanden zullen David steeds volgen, maar juist Gods goedheid en weldadigheid.


Huis van de HEERE.

Dat is in Davids tijd de tabernakel.



<