Hoofdstuk 18


Vers 1

Dienaren van de HEERE.

Er zijn meer personen in de bijbel, die dienaar van de HEERE genoemd worden.

David.

Mozes

Jozua.

Job

Paulus

Epafras

In 2 Samuel 22 staat ditzelfde lied als hier in Psalm 18.


Opbouw:

En uit de hand van Saul.

Saul gedroeg zich wel als een vijand, maar David gedroeg zich naar Saul NIET als een vijand. Voor David is Saul anders dan de vijanden. Saul bleef de gezalfde van de HEERE.



Vers 2

Ik heb U hartelijk lief.

Vs 2 ontbreekt in 2 Samuel 22.

Wat is het mooi dat David zijn liefde uitspreekt tegen God!

We moeten God immers boven alles liefhebben!



Vers 3

Mijn veilige vesting.

Mesûdã = vesting.

Je ziet er de naam massada in, maar het is niet zeker of deze vesting ook bedoeld is.


Acht omschrijvingen.

David somt hier 8 omschrijvingen op om duidelijk te maken wie God voor hem is en waarom hij Hem liefheeft.

In God is een volheid. Als we weinig ontvangen, ligt dat aan ons kleine geloof.



Vers 4

Godsvertrouwen.

Hier lees je ook : bid en je zult ontvangen.

Wie op de hoge God vertrouwt, heeft zéker niet op zand gebouwd.



Vers 5

Banden van de dood.

Banden=baren/golven.

David is dus dichtbij de dood geweest.


Beken van verderf.

In SV is het woord "belials" onvertaald overgenomen:

Het woord "belial" kan ook vertaald worden met:

Dus zoals een vernietigende wadi in de regentijd. De macht achter het water is gevaarlijk. Zeer snel is het water er.

Er is gevaar van verdrinking.

Er staan in de woestijn zelfs waarschuwingsborden.

In zo'n situatie voelt David zich.


Belial.

=satan.

Satan heeft het op David gemunt. Dat is onderdeel van de geestelijke strijd.



Vers 6

Banden van het graf.

Graf = she'ôl = dodenrijk.

In het Grieks staat er dan Hades.

Zie aantekeningen bij

Banden = smarten.

De kanttekening van SV geeft aan dat banden = smarten.

Volgens Handelingen 2:24 werd Christus met weeën, smarten , (dus banden volgens de kanttekening) des doods gebonden, maar de Vader ontbond die banden en ook deze "Gebondene" kreeg vrijheid. Jezus' geest was dus ook gebonden, gevangen, in het dodenrijk. Jezus is ook gekomen om de gebondenen vrijheid te geven.

Sheool / Hades, het dodenrijk, had in het OT een afdeling "smarten" en een afdeling "gebondenen." Daar zaten resp. de rijke man en de arme Lazarus.

Zie aantekeningen Psalm 16:10 voor meer informatie.


Valstrikken.

= zoals strikken van vogelvangers.



Vers 7

Zijn paleis.

Paleis kan zijn:



Vers 8

Toen beefde...

God gebruikt natuurkrachten en zo wordt David van de vijanden gered.



Vers 9

Rook en vuur.

Hier is waarschijnlijk een voorbeeld van beeldspraak.

Rook en vuur wijzen op Gods aanwezigheid:

  1. Bij verbond met Abraham. Genesis 15:17.
  2. Bij de wetgeving op Sinaï. Exodus 19:18.



Vers 11

Cherubs:

Hun taak is "bewaken".


Vleugels van de wind.

Ruach =

4 "wezens", 4 cherubs, dragen de troonwagen van God in Ezechiel 1 en Ezechiel 10.

Deze cherubs zijn geesten.

Zo beweegt God op de "vleugels van de geesten".



Vers 14

Donderen.

Exodus 19:16-18 beschrijft zoiets bij de wetgeving op Sinaï.


Hagel en vurige kolen.

Dit stuk ontbreekt in 2 Samuel 22. Waarschijnlijk is het foutief gekopieerd vanuit vorige vers. Dit vers is misschien foutief voorgelezen aan de schrijver.



Vers 15

Verspreidde hen.

God verspreidt de vijanden.


Pijlen.

Dat zijn de bliksems.



Vers 16

Waterstromen werden zichtbaar.

Bij donder en bliksem kan een felle regenbui horen. Als die in de woestijn valt, kan een droge wadi heel snel in een gevaarlijke waterstroom veranderen. Er is dan verdrinkingsgevaar. Daarom staan er zelfs in de woestijn waarschuwingsborden. Deze weersomstandigheden brengen de vijanden in verwarring.



Vers 17

Hij trok mij op.

Trok op: = mšh.

Dit woord staat nog alleen in Exodus 2:10 Mozes: uit het water getrokken.

Zo heeft God ook David op een wonderlijke manier gered uit de snel vollopende wadi waardoor de vijanden werden bedreigd.



Vers 18

Hij redde...

God krijgt de eer



Vers 20



Vers 21

Naar mijn gerechtigheid.

David was een man naar Gods hart.

David is door God behandeld, zoals hijzelf anderen behandelde, rechtvaardig en met reine handen.

Reinheid van mijn handen.

Dit maakt David concreet in de volgende verzen.



Vers 22

Ik ben niet goddeloosheid afgeweken.

Maakte hij deze psalm voordat hij Batseba ontmoette en Uria doodde? Dat laatste rekende God hem zeker zwaar aan.



Vers 23

Zijn bepalingen hield ik voor ogen.

David houdt zijn oog op God. Zolang hij dat doet zondigt hij niet.



Vers 24

Ik was oprecht.

Hij gaat het kwaad uit de weg.



Vers 25

Naar mijn gerechtigheid.

In Gods ogen is David rechtvaardig.

God gedraagt zich jegens David, zoals David zich tegenover God en anderen gedroeg.

Ieder die in Jezus gelooft, is rechtvaardig.



Vers 26

God handelt met ons, zoals we zelf handelen.



Vers 28

God keert Zich tegen de hoogmoedige.

David lijkt op God. Ook hij keert zich tegen de hoogmoedige.



Vers 29

Na de redding van de vijanden volgt nu hun achtervolging.

Lamp schijnen.

Als God iemands lamp laat schijnen, is dat een grote zegen.



Vers 31

Tot Hem de toevlucht nemen.

Voor ieder die tot God de toevlucht neemt, geeft God rijke beloften.



Vers 32

Een Rots.

Psalm 71:3.



Vers 34

Hinde.

Een vrouwtjes hert.



Vers 38

Wordt de Psalm hier weer Messiaans?

38 t/m 43 toont grote wreedheden.

Het toont wel Gods totale overwinning over de machten van het kwaad ná de wederkomst.

Mogelijk is dit ook een Messiaanse profetie.

In Romeinen 15:9 wordt vers 50 geciteerd. Paulus zet het daar in de context van de wederkomst van Jezus.



Vers 40

Onder mij neerbukken.

Ook deze uitdrukking wijst naar het Messiaanse.



Vers 41

Mijn vijanden.

De vijanden van de Messias zijn:


Satan. Hij wordt in de afgrond opgesloten.

De antichrist. Hij gaat in de hel.

De valse profeet. Hij gaat in de hel.

Gog. Hij sneuvelt op de bergen van Israël.



Vers 50

Messiaans.

In Romeinen 15 vers 8-9 schrijft Paulus dat Christus de beloften aan de vaderen in het Oude Testament heeft bevestigd, onder andere de belofte uit Psalm 18:50: “Daarom zal ik U belijden onder de heidenen, en Uw Naam lofzingen.” Let je op het woord ‘daarom’, dan zie je dat volgens Paulus de militaire overwinningen van David een vervulling in Christus hebben.

Paulus past deze tekst op Christus toe. Ook vs 51 kan zo Messiaans gelezen worden. Zijn Koning, Zijn Gezalfde, Zijn David.



Vers 51

Hij schenkt zijn koning..

Letterlijk:

Déze vertaling is meer Messiaans.



<