Hoofdstuk 141


Vers 1

Met deze psalm begon in de kerk van de eerste eeuwen de avonddienst.



Vers 2

Reukwerk.

Dit was speciaal, geurig reukwerk, speciaal en alleen voor het heiligdom.

De samenstelling staat in:

Bidden in de Geest, tot lofprijzing, is vermengd met reukwerk. Dat is vreugde voor God.



Vers 4

Geen onrecht..

David heeft een afkeer van een zondig leven.

Dat is de vrees van de HEERE, de godsvrucht.



Vers 5

Slaat de rechtvaardige mij...

David is blij met de terechtwijzing van een rechtvaardige. Hij bidt zelfs voor hen.



Vers 6

Vrijgelaten.

Corrupte leiders worden geëxecuteerd en van de rotsen geworpen. Dit is de gebruikelijke opvatting van het vers.

Corrupte leiders worden vaak aangeklaagd.



Vers 7

Verstrooide beenderen.

Het volk bevindt zich in een erbarmelijke situatie.

Jesaja beschrijft een parallel.

Ezechiël ziet ook veel dorre doodsbeenderen.

Kan dat nog wel iets worden?

Bij God kan dat.



Vers 8

God is onze Toevlucht.

Voor ieder die tot God de toevlucht neemt, geeft God rijke beloften.

Op Gods beloften richt ons geloof zich. God maakt Zijn woorden waar.



<