Judas Iskarioth.
De oude kerk noemde dit een Iskariothische psalm, dus naar Judas Iskarioth. Vooral op grond van vers 8.
Dit vers wordt aangehaald bij de verkiezing van Matthias als apostel ipv. Judas Iskarioth.
O God, zwijg niet.
Dit zijn de 2 redenen waarom God in actie moet komen.
Messiaans.
Ook Jezus kon deze klachten uiten bij het verraad door Judas.
Zonder reden bestreden.
Ook voor Jezus geldt deze klacht. Ook Hij gaf geen reden voor het verraad van Judas.
Gebed.
Letterlijk:
Ook deze woorden van David zouden van Jezus kunnen zijn.
Groot onrecht.
Kwaad i.p.v. goed, haat i.p.v. liefde.
David ervaart dit als erg onrechtvaardig.
Ook deze woorden zouden van Jezus kunnen zijn.
3 personen.
Veroordeel hem!
De vijand wordt schuldig verklaard. Zijn smeekbede (om strafvermindering) zal als zondig worden afgewezen.
Een ander neemt zijn ambt.
Matthias komt als apostel i.p.v. Judas Iskarioth.
David gaat beschrijven welke straf hij gepast zou vinden.
Het is wel cru, maar er spreekt een diepe gekwetstheid uit.
Jezus bad niet om de ondergang van Judas, maar Hij zocht zijn behoud tot het laatste toe.
De Heere zou ook moeten denken aan de zonden van het voorgeslacht van de vijand.
Het doel van de vijand.
David noemt nu redenen waarom God zo streng zou moeten optreden tegen de vijand.
De vijand had Davids dood op het oog.
Vloek.
Een vloek van God is wel heel erg.
Als God iemand vervloekt, is dat zijn ondergang.
Vloek staat lijnrecht tegenover zegen. God zet zegen en vloek tegenover elkaar in
Koning Balak van Moab wilde dat Bileam het volk Israël zou vervloeken, zodat hij het volk zou kunnen verslaan.
Het erge van een vloek.
De vloek als een kleed en een gordel.
Zo is de vloek steeds bij de vijand.
Dat is heel erg.
Red mij.
Davids gebed om hulp gaat verder. Hij voelt zich dodelijk gewond. (vs 22)
Goedertierenheid.
=verbondstrouw.
Volgens Van Dale:
Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.
HSV vertaalt het in Galaten ook met vriendelijkheid.
Langere schaduw.
Dat wijst op het einde van de dag.
Het wijst hier naar het naderende levenseinde.
Hoofd schudden.
Verachting laten blijken.
Zo deed men ook toen Jezus aan het kruis hing.
Goedertierenheid.
Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.
HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid.
Het geloof ziet verhoring.
David heeft gebeden om hulp. Nu gaat hij God loven en danken voor Zijn verhoring en hulp.
Nooit kan het geloof té veel verwachten!