Vrucht van het lijden.
Eerst diende Job God, nú kent hij God.
Berouw.
Job heeft berouw van zijn woorden tégen God.
Elifaz.
Hij was waarschijnlijk de oudste.
Zoals Mijn dienaar Job.
Ondanks alle "waaroms" naar God toe, sprak Job toch recht van God.
Dat deden de 3 vrienden, Elifaz, Bildad en Zofar niet.
We mogen best "waarom-vragen" stellen.
Waarom was God boos?
Elifaz had gezegd dat ramp en onheil Gods antwoord was op dwaasheid. Hij wist zeker dat Job schuld had. Hij had Job beschuldigd van onrechtvaardigheid.
Bildad suggereerde ook de onrechtvaardigheid van Job.
Hij had God getekend als een schrik voor de mens.
Zofar had ook gesproken over het oordeel van God dat de goddeloze treft.
Die houding van de vrienden bracht Job ertoe om te denken dat God zijn vijand was.
Op zich spraken de vrienden geen onwaarheid, maar het klopte niet in de situatie van Job.
Job voelde zich bespot en vernederd.
Job noemde hun redevoeringen leugens.
Jobs gebed.
Job verloochent zichzelf.
Job bidt voor zijn vrienden omdat ze God in Zijn eer hebben aangetast. Dat is de inhoud van zijn gebed.
Door deze voorbede laat Job ook zijn liefde tot de naaste zien.
Ná dit gebed komt pas het herstel van Job.
Tijd van Zedekia.
In de tijd van koning Zedekia zou zelfs het bidden van Noach, Job en Daniël niet meer helpen voor Israël.
Jeruzalem zal veroverd worden door de Babyloniërs.
Het dubbele.
Dit doet denken aan Gods wet over diefstal.
De mensen komen weer.
Namen van dochters.
Het is bijzonder dat juist de namen van de dochters worden genoemd.
De Naardense Bijbel vertaalt:
4 generaties.
In 140 jaar 4 generaties.
Dat is 35 jaar per generatie.
Job zal wel rond de 200 jaar geworden zijn.
Hij had immers al eerder 10 volwassen kinderen.
Wat Elifaz zei wordt nu vervuld.