Hoofdstuk 39


Vers 1

God gaat nu naar de dierenwereld. Dat is de directe omgeving van Job.

Ook daarop kan Job geen invloed uitoefenen.



Vers 20

Struisvogels.

Eén mannetje met meerdere vrouwtjes.

De eieren van de vrouwtjes komen in één nest, soms 40 tegelijk.

Het mannetje draagt er zorg voor en doet dat samen met het "alfa-vrouwtje". De meeste vrouwtjes bebroeden hun eigen eieren niet.



Vers 21

Ze lacht..

De struisvogel kan wel 60 km per uur rennen. Menig paard heeft het nakijken.



Vers 22

Paardenkracht.

Soldaten en boogschutters hebben diep ontzag voor de kracht van het paard op het slagveld.

Wie geeft het paard die kracht?



Vers 32

Zijn ogen.

De arend kan zien, zoals wij als we door een verrekijker kijken.



Vers 33

Hier gaat het vooral over de aasgieren.



<