Jíj doet...
Elifaz verwijt Job dat hij het ontzag voor God aantast.
Jouw eigen mond...
Elifaz hoort in het praten van Job zijn schuld doorklinken.
Hij vindt dat Job heel heftig is tégen God.
Zijn heiligen vertrouwt Hij niet.
Zelfs in Zijn heilige engelen stelt God geen vertrouwen, laat staan in een zondig mens.