Hoofdstuk 11


Vers 4

Je hebt gezegd...

Zofar is verontwaardigd.

Hij wil graag dat God Job zal antwoorden. Zofar vindt dat Job zo niet mag spreken.



Vers 12

Job is een verstandeloos mens.

Zofar vindt dat Job verstandeloos is.

Een leeghoofd komt niet tot inzicht.



Vers 14

Geen onrecht in jouw tent.

Zofar beschuldigt Job eigenlijk dat hij onrechtvaardig geweest is.

Als Job dat onrecht verlaat, dan zullen er weer betere tijden aanbreken.



<