Hoofdstuk 8


Vers 2

Zegelring.

Met die zegelring verzegelde men staatsstukken.

Men zette daarmee een soort handtekening.



Vers 3

Agag was een Amalekiet. God zal afrekenen met Amalek. Samuël doodde Agag. Maar... de vijand Amalek bleef.



Vers 4

De gouden scepter.

Misschien kwam Esther wel weer ongevraagd.



Vers 5

Agagiet.

Agag was de koning van de Amalekieten in de tijd van Saul.

Saul moest de Amalekieten uitroeien, maar hij liet Agag leven.

Samuël doodt Agag.

Van deze Agag was Haman een afstammeling.



Vers 8

Wet van Meden en Perzen.

De wet van Haman kan niet herroepen worden.

Hij kan wel door een nieuwe wet krachteloos gemaakt worden.



Vers 12



<