Aan hem is niets verleend.
Ook dit was Gods bestuur dat Mordechaï toen géén beloning had gekregen.
Wát doen we aan de man..
Opnieuw Gods bestuur dat de koning de naam van Mordechaï niet noemt.
Dan aan mij.
Hoogmoed kan ons misleiden.
Een Perzisch vorst had alles voor zichzelf alléén, zelfs zijn water.
Het was dan ook een ongelofelijke eer om kleding van de koning te mogen dragen.
Iemand uit de vorsten.
Waarschijnlijk bedoelt Haman één van de 7 raadsheren die altijd bij de koning waren.