Hoofdstuk 2


Vers 1

Arthasasta.

Arthasasta is een titel.

Het betekent: groot koning.

Deze persoon is Arthaxerxes I Longimanus. (464-425)

In 445: terugkeer Nehemia.

In 458: terugkeer Ezra.


Nisan.

Dat is de Babylonische naam van de 1e maand.

De Hebreeuwse naam is Abib.

Dit is 3 à 4 maanden na de komst van Hanani.



Vers 9

Verschillende keus.

Op grond van het geweten komt Ezra tot een besluit dat lijnrecht staat tegenover het besluit van Nehemia .



Vers 10

Opstand tegen Gods werk.



Vers 11



Vers 13

Dalpoort .

In het zuidwesten.

Nehemia reist tegen de klok in.



Vers 14

Bronpoort.

Die heet ook Waterpoort of Fonteinpoort. Die komt in het Kedrondal uit.

Die ligt aan de oostkant, vlakbij de Siloamvijver.

Daar is Davids stad.



Vers 15

De beek.

Dat is de beek Kedron.



Vers 19

Sanballat de Horoniet.

Hij woonde in Beth-Horon, strategisch tussen Samaria en Jeruzalem.

Hij was stadhouder in Samaria volgens een papyrus uit de Joodse kolonie Elefantine in Egypte.


Tobia.

Zeer aanzienlijk man.

Bevelhebber in Ammon of Edom.


Gesem .

Machtige sjeik van Arabische nomaden.


Vijanden dus van noord, oost en zuid.

Later ook nog vanuit het westen.



<