Hoofdstuk 10


Vers 29

Zelfvervloeking en eed.

Dit verbond was hun diepe ernst. Ze zullen met God gaan leven.



Vers 30

Beloften worden niet nagekomen.

Geen gemengde huwelijken meer, maar als Nehemia terug is gegaan naar de koning, dan is het al gauw mis.

Tobia krijgt zelfs een kamer in de tempel.

Ook de tienden gaf men niet trouw voor de dienst van God.



Vers 31

Sabbat en sabbatsjaar trouw houden.



Vers 32

Een sikkel:

10 tot 13 gram.



Vers 33

Uitgestalde brood.

Dat brood ligt op de tafel van de toonbroden.



Vers 34

Zorg voor het hout.

Josefus vermeldt dat men nĂ¡ de ballingschap, 3e van de maand Elul, "het feest van het houtdragen" had. Dat was ongeveer september.



<