Hoofdstuk 11


Vers 15

Demonen.

Het grondwoord betekent:

De Israƫlieten stelden zich de demonen voor als harige bokken.

Hetzelfde woord staat in Leviticus 17:7.



Vers 16

Emigratie.

Velen die getrouw aan God bleven, emigreerden uit het 10-stammenrijk naar het 2-stammenrijk.

In de tijd van het NT zien we dat ook terug.

De profetes Anna was uit de stam van Aser.

Jacobus schrijft aan de 12 stammen die in de verstrooiing zijn.



Vers 18

Huwelijk.



Vers 21

Groot gezin.

Rehabeam had 88 kinderen, waarvan 60 dochters.



Vers 23

Een menigte vrouwen.

Zo opa ( Salomo)

Zo zoon (Rehabeam)

Zo de kleinzoons.



<